’Beleef de drie centrumscenario’s’

Emmeloord

Zo luidt de kop boven het persbericht waarin gemeente de openbare bijeenkomst in december aankondigt. “De Projectgroep legt dan uit hoe alle ideeën, wensen en verwachtingen tot scenario’s zijn samengebracht.” Dat belooft wat!

Op de bijeenkomst in november valt al heel veel te beleven aan plannen en ideeën van inwoners, ondernemers en partijen. Er zijn diverse concrete ontwerpen en uitgewerkte plannen. Met tekeningen en afbeeldingen waar geen speciaal voorstellingsvermogen voor nodig is om ze te begrijpen. Je weet op dat moment alleen nog niet hoe realistisch de uitvoering is van de plannen die door de afzonderlijke bedenkers gepresenteerd worden. Toch kan je als bezoeker in november een mening vormen over de ontwerpen. De verwachting, althans bij mij, is dan ook dat we als bezoekers in december dezelfde mate van concreetheid van plannen zullen beleven, nu gepresenteerd als samenhangend geheel, in drie varianten. En dat daar óók makkelijk wat van te vinden is. Dus valt de lege maquette van het centrum die er aan het begin van de avond staat tegen. En de beleving wordt niet veel beter na het op drie manieren toevoegen van wat gekleurde vlakken en abstracte elementen. Behalve dat er niets te beleven valt aan de scenario’s, is het onduidelijk waar toch alle plannen en ideeën van voorgaande bijeenkomsten gebleven zijn. Helemaal onnavolgbaar is de systematiek die aan het maken van de gepresenteerde scenario’s ten grondslag ligt. Er is alleen een verhaal over uitgangspunten. De voorwaarden waar alle drie scenario’s aan moeten voldoen, worden uitgangspunten genoemd en ze zijn uitgangspunt geworden omdat ze als punt ‘veel genoemd’ zijn. Het centrum moet gezellig zijn, gevarieerd blijven, het moet eigen zijn qua sfeer, je moet gratis kunnen parkeren, het moet aandacht tonen voor de lange en korte termijn en voor duurzaamheid. Allemaal open deuren waarvan we ons kunnen voorstellen dat we dit als belangrijke punten hebben ingebracht en dat we dus met z’n allen voor deze 6 uitgangspunten hebben gezorgd. Dat ligt mijns inziens iets anders bij de vorming van het 7e uitgangspunt: de voorstellen moeten haalbaar zijn. Bij het, blijkbaar vaak, noemen van dit punt heeft de projectgroep gevraagd wat men onder haalbaar verstaat. Daar blijkt ‘men’ zich vervolgens genuanceerd over te hebben uitgelaten. Voorstellen moeten aansluiten op wat tijdens de openbare bijeenkomsten is gezegd (maatschappelijke haalbaarheid), perspectief op financiering hebben (financiële haalbaarheid) en moeten kunnen in een centrum als dat van Emmeloord (markttechnische haalbaarheid). Jammer dat de projectgroep niet even heeft doorgevraagd hoe ‘men’ de notie van dat perspectief op financiering denkt te kunnen krijgen. Hoe weet ‘men’ wát een voorstel financieel haalbaar maakt? Maar misschien heeft de projectgroep geconstateerd dat men dát nu juist niet weet. En gaat ons daarom uitleggen hoeveel ieder scenario kost en welk onderdeel het duurder, goedkoper of überhaupt betaalbaar maakt. En vooral: welke partijen gaan wat betalen? Die informatie krijgt de bezoeker in december echter niet. De projectgroep lijkt vooral te willen toetsen waar wel of geen draagvlak voor is onder inwoners. Die toets vindt plaats zonder dat voor de inwoner de systematiek achter de scenariovorming navolgbaar is en zonder dat meningsvormende informatie wordt gegeven over het financiële en markttechnische aspect. Wat voor soort mening toets je dan eigenlijk? Ik tenminste, vind het als inwoner moeilijk om over de algemene voorwaarden en schimmige beelden die aan die voorwaarden heten te voldoen, dé mening over het centrum te geven waar een projectgroep zich op mag baseren als ‘veel genoemd’. En dan heb ik het nog niet eens over de methode van toetsen van meningen middels referentiebeelden. Dat komt volgende week. Helga Wiedijk Bijschriften: Scenario 1 Kenmerkend zijn twee verschillende ontmoetingsplekken in het centrum. Eén op de locatie van de sloopflats in de vorm van een park. Een tweede op de Deel: een nieuw, beschut pleintje met hierom heen een supermarkt, wat extra winkels en erboven wat woningen. De markt kan op de Deel komen. Scenario 2 Op de Deel komen wat kleine kiosken nabij ’t Voorhuys en is plek voor horeca en ontmoeting. De supermarkt aan het Kettingplein wordt verplaatst naar de locatie van de sloopflats, waardoor op de voormalige supermarktlocatie ruimte komt voor wat winkels. Boven deze winkels en mogelijk ook boven de supermarkt kunnen extra woningen komen. De markt blijft op het Kettingplein. Scenario 3 Er komen een paar winkeltjes aan de rand van de Deel. Op de locatie van de te slopen flats zijn nieuwe winkels en een supermarkt voorzien, zodanig dat de Lange Nering Oost tweezijdig bebouwd wordt. Er zijn woningen boven de supermarkt en winkels voorzien. De markt blijft op het Kettingplein.      

Auteur

redactie