Vraagtekens bij centrumplan

Emmeloord

Het Open Planproces wordt afgesloten met een stemronde over Bestaand, Lang of Compact centrum. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord gelaten. Procesbegeleider Guido Wallagh zegt dat gestelde vragen relevant zijn, maar thuishoren bij de politiek. Hoe ‘open’ was dan het planproces?

In hoeverre kunnen marktpartijen het aanzien van het centrum gaan bepalen? Waarom is in geen van de drie scenario’s iets terug te vinden van voorstellen van bebouwing om en nabij de Residence en Kon. Julianastraat? Welke instrumenten heeft gemeente om invloed uit te oefenen op het winkelaanbod en vorming van winkellocaties? Hoeveel inwoners hebben gezegd nóg een supermarkt in het centrum te willen? Op welke manier is alle inwonersinbreng vertaald naar scenario’s? Antwoorden op deze vragen geven inzicht in de afwegingen die de projectgroep heeft gemaakt bij het vormen van verschillende scenario’s. Door te stellen dat deze vragen het Open Planproces in een strategisch politieke discussie plaatst en dus niet beantwoord kunnen worden, maakt de projectgroep de cirkel rond. De politiek mocht zich niet bemoeien met het Open Planproces, de raad kon het college dus niet tussentijds controleren op uitvoering. Inwoners, ondernemers, pandeigenaren en investeerders hebben alles kunnen inbrengen wat ze wilden, maar kunnen zich niet bemoeien met de besluitvorming na het Open Planproces. Het concept ‘open planproces’ (budget 100.000 euro), leidt dus op twee manieren tot gebrekkige informatievoorziening. Enerzijds weten inwoners niet welke strategische keuzes gemaakt zijn bij de vorming van scenario’s. Het is immers niet bespreekbaar gemaakt op welke manier publieke en private belangen op het spel staan en hoe daarin een balans wordt gevonden. Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe alle inbreng via presentaties, bijeenkomsten en website wordt gewogen. Anderzijds krijgt de gemeenteraad het resultaat van een opiniepeiling als onderbouwing van een te nemen besluit, maar kan constateren dat die opinievorming niet adequaat heeft kunnen plaatsvinden en dat er voornamelijk sentimenten zijn gepeild. Overigens werd ook op de vraag welke rol emotie speelt als het om De Deel gaat niet ingegaan door de projectgroep. Al eerder konden inwoners wat van een scenario voor centrumvernieuwing vinden. In 2004 puilde het gemeentehuis uit met bezoekers die op groene, rode en gele kaarten schreven wat goede, slechte en verbeterpunten waren van een scenario voor het plangebied van Poldertoren tot Golfslag. Vervolgens werd in 2005 de uitvoering aan de markt overgelaten en rolde er in 2006 een plan uit waarvoor geen maatschappelijk draagvlak bleek. Een projectontwikkelaar bepaalde het aanzien van het centrum, de architectuur kreeg een signatuur waarvan nooit duidelijk werd hoe die bij Emmeloord paste. Welk advies ten aanzien van centrummanagement wordt nú verbonden aan de uitvoering van een scenario? Kiezen voor een Bestaand, Lang of Compact centrum lijkt betekenisloos als niet duidelijk is hoe gemeente dit keer wél de regie weet te behouden bij de uitvoering van een scenario. In geen van de drie scenario’s wordt het pand op De Deel dat Sinke huisvest gesloopt, ook wordt er geen nieuwe bebouwing op de voormalige CWI locatie voorgesteld. Sinke was in november mede-initiatiefnemer van een voorstel om een Deelpark te maken waarin je kan wonen en waarin nieuwe kantoren komen op de plaats van de huidige Sinke-vestiging. Van het huidige pand De Deel 22 is Sinke huurder en gemeente verhuurder. Gemeente heeft als verhuurder onlangs moeten investeren in het pand. De overeenkomst die bepaalde dat Sinke zou bouwen op de CWI locatie en De Deel 22 kon worden gesloopt, is komen te vervallen op het moment dat het Provastplan kwam te vervallen. Als dan de vraag: “In hoeverre beïnvloedt de relatie die gemeente heeft met huurders van het pand op De Deel de vorming van scenario’s?” niet beantwoord wordt omdat deze vraag het Open Planproces in een strategische politieke discussie plaatst, dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat hier verschillende belangen meespelen. Belangen die zwaarwegend genoeg blijken om een voorstel voor ontwikkeling van deze enorme lap potentieel winstgevende gemeentegrond buiten alle drie de scenario’s te houden. Scenario III Compact centrum suggereert dat gemeente kan sturen op het verplaatsen van winkels om zo op termijn een nieuw winkelcircuit te creëren. Winkels aan de dure Lange Nering West, aan de minder dure Lange Nering Oost en aan de minst dure Korte Achterzijde kunnen worden gereorganiseerd tot een compact winkelcentrum. De vraag welke instrumenten gemeente dan heeft om te sturen op vestigingslocaties en branchering blijft vaag. Misschien omdat gemeente die instrumenten niet echt heeft. Wel is op een plattegrond een gewenst looprondje geel gekleurd en wordt daarmee een alternatief winkelcircuit als reële toekomstoptie gesuggereerd. Er zijn momenteel drie supermarkten in het centrum. Daarvan willen twee verplaatsen binnen het plangebied en één breidt reeds uit op de bestaande locatie. De projectgroep doet voorkomen dat uit reacties is gebleken dat een vierde supermarkt in het centrum gewenst is. De vraag: hoeveel inwoners hebben gezegd: “behalve de Poiesz aan de Noordzijde, de Jumbo aan het Kettingplein, zien we graag naast de Albert Heijn nóg een supermarkt aan het Smedingplein”? werd niet beantwoord. Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe het principe ‘meeste stemmen gelden’ wordt gehanteerd en controleerbaar is. Misschien omdat er helemaal niet zoveel inwoners waren die vroegen om een vierde supermarkt. Maar een Aldi is nu eenmaal in beeld gebracht door Proplan & Van Staveren. Die ontwikkeling aan het Smedingplein of Lange Nering Oost zou dus mogelijk voor gemeente financieel haalbaar kunnen zijn. Alle onbeantwoorde vragen leiden tot de ultieme vraag: wat zijn inwoners precies wijzer geworden van het Open Planproces? Helga Wiedijk          

Auteur

redactie