Minder nieuwe WW-uitkeringen in Flevoland

Emmeloord

UWV verstrekte in de provincie Flevoland het eerste kwartaal van 2016, 480 nieuwe WW-uitkeringen minder dan in dezelfde periode een jaar geleden.

Momenteel zijn er in Flevoland 12.100 lopende WW-uitkeringen. In Flevoland verstrekte UWV in het eerste kwartaal van dit jaar 3.480 nieuwe WW-uitkeringen. Dit waren 480 nieuwe uitkeringen minder dan in dezelfde periode van 2015 (-12%). In geheel Nederland was deze daling 9 procent. Vanuit alle sectoren nam het aantal nieuwe WW-uitkeringen af, met uitzondering van het grootwinkelbedrijf en de landbouw. In het grootwinkelbedrijf verdubbelde het aantal uitkeringen bijna en in de landbouw was er een stijging van 36 procent. Een sterke afname van het aantal nieuwe uitkeringen was er vanuit de gezondheidszorg (-30%) en uitzendbranche (-48%). In Flevoland zijn er nu 12.100 lopende WW-uitkeringen.   Het aantal mensen dat na afloop van de WW-uitkering in de bijstand terecht komt, groeide in de afgelopen vijf jaar onder invloed van de economische crisis in Nederland van 22.000 in 2011 naar 33.000 in 2015. Het percentage WW’ers dat doorstroomt naar de WWB is echter vrij stabiel en schommelt al jaren rond de 6,5 procent. Naar verwachting groeit de doorstroom niet verder de komende jaren, vanwege het herstel van de economie. Het doorstroompercentage zal naar verwachting stabiliseren op 6 procent. UWV heeft op basis van de landelijke WW-prognose per gemeente de doorstroom van WW naar bijstand geraamd. Binnen de provincie Flevoland doen zich verschillen voor bij de doorstroom. Almere en Lelystad kennen met 7 procent tot 7,8 procent de hoogste doorstroompercentages. In Urk is de doorstroom met 1,2 procent het laagst. Relatief gunstige doorstroompercentages kunnen volgens het onderzoek grotendeels worden verklaard door een laag aandeel van WW’ers dat alleenstaand is, dat woont in buurten met een lage sociaal-economische status en met een laag dagloon voor de WW. Ook een klein aandeel laagopgeleiden en een groot aandeel WW’ers dat een beroep heeft met een goede kans op een baan verkleint het doorstroomrisico. Globaal geldt voor hoge doorstroompercentages het omgekeerde. Tenslotte hebben ook interventies van gemeenten hier invloed op. In de Almere en Lelystad zijn de relatief hoge doorstroompercentages waarschijnlijk mede het gevolg van een groot aandeel laagopgeleide WW’ers of alleenstaanden die woonachtig zijn in buurten met een lage sociaal-economische status Slechts een klein deel van de WW’ers komt in de bijstand. Toekenning van een bijstandsuitkering hangt onder meer af van aanwezigheid van een verdienende partner of kapitaal in de vorm van bijvoorbeeld onroerend goed of spaargeld. Naar verwachting neemt deze doorstroom de komende periode, vanwege het herstel van de economie, niet meer toe.

Auteur

redactie