Recordaantal broedende zwarte sterns langs Zwarte Water

KRAGGENBURG

Het aantal broedparen van zwarte sterns langs het Zwarte Water is in vijf jaar tijd toegenomen van 60 naar 101 paren dit jaar.

Jaarlijks worden door Staatsbosbeheer op 3 tot 4 locaties langs het Zwarte Water ongeveer 140 broedvlotjes uitgelegd. Aanpassing van de nestvlotjes heeft er voor gezorgd dat er veel meer jongen groot worden en dat heeft er toe bijgedragen dat de populatie geleidelijk is gegroeid tot 101. Zo’n hoog aantal was nog nooit eerder geteld in al die jaren dat de Werkgroep Zwarte Stern de broedvlotten uitlegt. Een mooie kroon op hun werk. Vroeger broedden deze moerasvogels op drijvende planten zoals krabbenscheer en drijvende wortelbonken van waterlelies en andere waterplanten. Door de mindere waterkwaliteit en veranderend waterbeheer zijn deze broedplekken echter niet meer voorhanden en helpt Staatsbosbeheer de sterns door het bieden van alternatieve nestelplekken in de vorm van kleine vlotjes. Meestal in kolken, maar ook in een brede watergang liggen twee uitlegplekken. Samen met een groep enthousiaste vrijwilligers van De Veldschuur in Rouveen, de Werkgroep Zwarte Stern, legt boswachter Jeroen Bredenbeek ieder voorjaar zo rond eind april de nestmatjes, nadat er eerst wat modder en plantenresten zijn opgelegd als nestmateriaal. Nestbescherming Het aantal broedparen schommelde altijd rond 50 tot 70, maar sinds de vlotjes zijn uitgerust met een rand van grof gaas, is het aantal bezette vlotjes sterk toegenomen. De drijvende nestvlotten waren namelijk ook geliefde rustplaatsen voor eenden en ganzen en dat leidde tot ongewenste verstoring. Zwarte sterns zijn vrij agressieve vogels als het gaat om het verdedigen van hun nest en zeker in kolonieverband kunnen ze mogelijke vliegende vijanden wel de baas. Als 10 tot 20 zwarte sterns een indringer aanvallen is het net een zwerm wespen die met fanatieke duikvluchten het potentiele rover aanvalt. Maar eenden of ganzen die ’s nachts het vlotje opkruipen kunnen zonder moeite de broedende stern er af jagen zonder veel tegenactie. Ook in het begin van de broedtijd, als de sterns pas uit hun overwinteringsgebied terug komen en de vlotjes nog niet bezet zijn, kunnen rustende watervogels er voor zorgen dat de sterns geen gebruik maken van die nestplekken. Door een 30 centimeter hoge rand van grof gaas om de vlotjes te monteren, worden nu de eenden en ganzen geweerd, maar kunnen de jonge sterns nog ongestoord door het gaas de vlotjes op en af. Bewonder ze zelf De vogels zijn nu nog aan het broeden, maar over een paar dagen verschijnen de eerste jongen. Het is dan gebeurd met de rust in kolonies, want de ouders vliegen dan af en aan om de jongen te voeren. Een van de kolonies is goed te bekijken, die ligt nl. in een van de kolken bij Cellemuiden, langs de dijk Hasselt-Genemuiden. Vanaf de dijk kan men de vlotjes zien liggen en de activiteiten van de sterns met een verrekijker goed gade slaan. Goed is dan ook te zien, dat zwarte sterns ook weidevogels zijn, ze vangen vooral insecten in de hooilanden om de kolken. Maar als de jongen wat ouder zijn, worden ook visjes gevoerd die ze in sloten, kolken en in het Zwarte Water vangen. Overijssel kerngebied Jaarlijks broeden er in Nederland zo’n 1200 paar zwarte Sterns waarvan 90 procent op vlotjes. Er zijn drie grote broedgebieden, waarvan Noordwest Overijssel de meeste paren herbergt, want zeker in de Wieden, maar ook in de Weerribben broeden ook grote aantallen zwarte sterns. Andere gebieden zijn het veenweidegebied op de grens van Utrecht en Zuid Holland en Zuidwest Friesland.

Auteur

redactie