Fenomeen Grasman weer op troon

NOORDOOSTPOLDER

Remco Grasman is sneller dan menig profwielrenner. Tijdrijden kan hij als de beste. Vorige week pakte hij zijn tweede Nederlandse titel. "Ongelooflijk, hè? Ik weet niet waar ik het vandaan gehaald heb."

De 43-jarige productiemedewerker is een fenomeen. Die conclusie kun je onderhand wel trekken. De hardloper die twee keer nationaal kampioen tijdrijden bij de elite zonder contract wordt. Pas drie jaar geleden richtte Grasman zich volledig op het tijdrijden, nadat blessures hem het lopen op hoog niveau belemmerden. Hij kwam, zag en overwon. In 2014 was hij in Zaltbommel de beste van Nederland, in Emmen viel hij vorig jaar van het startpodium en brak hij zijn arm. Dit jaar was de revanche compleet. Om de prestatie van Grasman in perspectief te plaatsen: hij was over bijna 50 kilometer sneller danenkele profs, finishte slechts 45 seconden achter Wout Poels, winnaar dit jaar van Luik-Bastenaken-Luik en 3 minuten en 21 seconden achter kampioen Tom Dumoulin, erkend wereldtopper. Overall was Remco Grasman goed voor de achtste plaats. Je wist natuurlijk dat je tot de favorieten behoorde. "Ik stond er goed voor, wist dat ik een grote kans op de titel maakte. Ik had de trainingsgegevens en de wedstrijdresultaten met vorig jaar vergeleken en wist hoe de anderen ervoor stonden. Fysiek heb ik er dit jaar nog een schepje bovenop gedaan. Ik word nog steeds sterker, ondanks dat ik ouder word. Ik heb weer werk, zwaar werk. Dus de verhouding rust – arbeid moet in orde zijn. Ik was fris en dat is cruciaal. Het klinkt arrogant, maar ik heb de concurrentie verpulverd. Het gat met nummer twee Ronan van Zandbeek was 1 minuut en 34 seconden. Gigantisch." Reed je woensdag in Middelharnis de perfecte race? "Nee. Toen ik over de finish kwam, zag ik dat mijn gemiddelde 47,4 km/uur was. Ik dacht dat het niet voldoende zou zijn. Ik wilde naar de 48 km/uur toe, kwam helemaal verrot over de finish. Ik ging als tweede van start, nog voor clubgenoot Johan Tijssen uit Sint Jansklooster. Raar, want hij werd tweede bij de districtskampioenschappen, die ik won. De renner die voor mij startte, haalde ik snel in waarna ik niemand meer had om naartoe te fietsen. En het parcours was heel technisch en bochtig, vooral in het begin. Het leek wel een kermisrondje door Middelharnis. Soms moest je dijken op en af en door tunnels heen. Dat haalt allemaal de snelheid eruit." Wat maakt dat jij zo’n goede tijdrijder bent? "Ik focus me volledig op tijdrijden. Ik ben te laat begonnen met wielrennen, ben niet koersvaardig. In een wegwedstrijd ben ik een gevaar voor mezelf en voor anderen. Ik heb me gespecialiseerd in één onderdeel en dat betaalt zich uit. Guido Vroemen is sportarts en mijn trainer, ik ken hem al heel lang. Ik werk perfect met hem samen. Mentaal moet je heel sterk zijn. Tijdrijden is veel afzien. Ik kan pijn lijden. Dat is een groot voordeel. De basis had ik al, maar ik heb nooit geweten dat het erin zat dat ik zo’n goede tijdrijder zou worden." Welke titel is mooier: die van 2014 of deze? "Deze titel is veel mooier dan de eerste. Mijn moeder is pas geleden overleden. Ik heb haar op haar sterfbed beloofd Nederlands kampioen te worden. Deze tijdrit kostte me veel kracht, ik ben heel diep gegaan. Als de wattages en snelheid minder werden, dacht ik aan mijn moeder en dan zag ik beide weer oplopen. En in Zaltbommel werd ik in het overall klassement 15e , nu eindigde ik op de achtste plaats. In de top tien! Ja, dit is de mooiste titel."

Auteur

admin