STOPPELS | Nostalgie

Emmeloord

Kortgeleden besloten wij een oude vriend en zijn vrouw uit te nodigen voor een 'tour de nostalgie'. Hij was een van de eerste baby’s in het nieuwe land, zij opgegroeid op een boerderij bij Bant. Wij ontmoetten elkaar op het nieuwe Prof. Ter veen Lyceum en werden vrienden. Na het VWO verlieten we beiden de Polder om te gaan studeren. We brachten een periode door in Amerika en keerden weer terug, ik weer naar de Polder, hij naar het UMC Utrecht als specialist kindergeneeskunde. Hij komt niet vaak meer naar de Polder. Vandaar het idee.

We reden, uiteraard, langs het Zuyderzee College met het witte paard (dat wij als eersten nog een keer oranje hadden geschilderd!), langs de grote melkvee en akkerbouwbedrijven, de bloeiende gewassen, de boerderijwinkels met prachtige verse produkten, de moderne glastuinbouw in Luttelgeest en Ens, met kassen als voetbalvelden en hun energiewinning, de indrukwekkende windmolens, de Wellerwaard, de golfbaan en het Kuinderbos. Hij was verbaasd hoe de Polder zich had ontwikkeld in vergelijking met het gebied dat hij vele jaren geleden verliet. Wij zagen ook de industrieterreinen met mooie, goed verzorgde bedrijven en hadden het over World Potato City. We reden Emmeloord weer in, stopten even op de Urkerbrug en keken naar het ziekenhuis. “Dokter Jansen Centrum”.De naam van zijn vader. Het werd even stil. Hij kende het dramatische verhaal en ik hoorde hem denken “had dat nou niet anders gekund”? Zijn vader was de eerste huisarts in de Polder en verongelukte met zijn motor in de winter van 1952, op weg naar een patiënt. Even verder het oranje containergebouw van het Antonius. Daar had de nieuwe kliniek moeten staan. Dat was beloofd, maar is er nooit gekomen. Verder in Emmeloord naar De Deel, die was nog hetzelfde, en de Poldertoren, die helaas leeg staat. De Lange Nering, mooier geworden, opgeknapt door de ondernemers zelf. Even verder…. een gat. O ja, hier stonden de flats Het Anker en De Boei. Nu een troosteloos veld met waterplassen, hoog onkruid en een troosteloos,vervallen gebouw aan het eind. “Is dit jullie visitekaartje” vroeg hij? Wat gaan ze hier doen? Ik zei “weet ik niet. Er is geen plan”. Triest. “Jullie hebben toch genoeg boeren” zei hij verwonderd. Als die er een dag tegenaan gaan is het toch zo een mooi parkje. Mag zeker niet. Wij eindigden bij de Golfslag. Die stond er toen ook al, maar wél bewoond. “Wat gebeurt daar mee”. Weer zei ik “weet ik niet, er is geen plan”. We aten ’s avonds gezellig op Urk en lieten alles nog eens de revue passeren. Hij was net als ik, onder de indruk van wat ondernemers en burgers de laatste 20 jaar hier hebben ontwikkeld. Maar schudde wat meewarig zijn hoofd over de rol van de lokale overheid in diezelfde periode. Hij zei “dit is toch een boerengemeenschap, je kan toch gewoon je boerenverstand gebruiken? Is dat er nog…..? Het was een mooie dag, maar toch met een randje. Peter N. Blauw

Auteur

redactie