STOPPELS |Rio, einde van een feestje?

Emmeloord

De Olympische Spelen in Rio zijn afgelopen. De Nederlandse sporters hebben zo’n kleine 20 medailles gewonnen, waardoor Nederland een hoge positie kon bezetten in het medailleklassement achter de grote sportlanden.

Voor veel mensen en sportorganisaties is dit kennelijk het belangrijkste: het succes van de Spelen hangt af van het aantal behaalde medailles. Elke gewonnen medaille draagt bij aan onze nationale trots en chauvinisme, zeker als deze door de complete Koninklijke familie in oranje outfit hartstochtelijk wordt toegejuicht. Kijk toch eens waar een klein landje toe in staat is! Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we steeds verder afgekomen zijn van de oorspronkelijke Olympische gedachte, dat meedoen belangrijker is dan winnen. Het omgekeerde is eerder het geval. Het gaat om het winnen en zelfs sporters die buiten de prijzen vallen nemen het zich zelf kwalijk als ze die felbegeerde plak niet om hun nek kunnen hangen. Met regelmaat hoor je dan ook teksten als “Hier ben ik niet voor naar Rio gekomen” om nog maar te zwijgen van de vele “k-woorden” die zij menen te mogen gebruiken om hun emotie extra kracht bij te zetten. Als het beste in jezelf naar boven halen wordt gelijkgesteld met het winnen van een medaille verandert de essentiële gedachte van sport. Of zoals de oprichter van de moderne Olympische Spelen het verwoordde: “Het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed gestreden te hebben.” Door die gerichtheid op het winnen van medailles worden de Spelen ook steeds meer het speeltje van de rijke westerse landen. Ik heb voor u een paar cijfers op een rijtje gezet. Sinds de introductie van de Olympische Spelen zijn er zo’n 15.500 medailles uitgereikt. De West-Europese landen waren in staat om ruim 5200 plakken te bemachtigen (33%), terwijl alle landen van het Afrikaanse continent slechts 2 procent konden binnenhalen. (uiteraard heb ik hierbij de Winterspelen buiten beschouwing gelaten). Het lijkt mij niet dat op het Afrikaanse continent geen talent aanwezig is, wel dat landen die financiële middelen in de sport pompen een betere uitgangspositie hebben om hoog te scoren in het medailleklassement. Hier is de vicieuze cirkel duidelijk; geen geld – geen sporters – geen medailles – nog minder middelen. Hoezo, eerlijke concurrentie? Geld pompen in topsportontwikkeling heeft ook het gevaar in zich dat we sporten en bewegen in de breedte veronachtzamen. In een tijd waar we regelmatig geconfronteerd worden met de gevolgen van overgewicht, van te weinig beweging zou juist meer stimulering van de amateur- en breedtesport de voorkeur verdienen. Sportverenigingen hebben het moeilijk en soms lijkt het erop dat het enige waarvoor we nog van de bank komen een nieuwe Pokémongekte is. In de politiek gaan nu stemmen op om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen. Het zou goed zijn voor de economie, voor de werkgelegenheid etc. Waar deze wijsheid op gebaseerd is, is mij een raadsel. Geen enkel land dat dit evenement heeft georganiseerd is hier ooit beter van geworden. Doe mij maar een ander feestje. Reageren? albert@energiepioniers-nop.nl Albert Klein Tijssink

Auteur

redactie