Oh oh Emmeloord | Wennen

Emmeloord

Afgelopen keer schreef ik een stukje over de uitzet. Over op kamers gaan en in mijn geval het betrekken van een studentenhuis in Utrecht. Ik zat er nog wat over na te denken en ik moet zeggen, dat was best even wennen. Ik weet het nog goed, die eerste avond. Mijn vader had de Boedelbak weer achter de auto gehangen en nadat m’n moeder nog een paar schoonmaaktips had gedeeld, reden ze toeterend de straat uit. Goh, daar zat ik dan. Na wat om me heen gestaard te hebben trok ik een zak chips open. Niet netjes een bakje vullen maar meteen maar de hele zak leegvreten. ‘Vind je het nou nodig om die hele zak chips in een keer op te eten?’ Een vreemde gewaarwording zonder dergelijke opmerkingen.

Naast nieuwigheden zoals gedeelde keukenkastjes en schoonmaakroosters die maar zelden worden afgekruist, is het als Emmeloorder ook even wennen aan de regels van de straat. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met landlopende drugsverslaafden die bedelen om geld? In de Lange Nering kwam ik ze niet tegen. Na een paar knaken weggegeven te hebben, besefte ik dat het zo niet langer door kon gaan. Om nou op elke hoek van de straat de barmhartige Samaritaan uit te gaan hangen, dat gaat niet werken. ‘Duur zeker, dat studentenleven? Nou zeg dat. Geen studentenkroeg gezien maar toch, het loopt behoorlijk in de papieren.’ Komt tijd komt raad. Na wat moeizaam mompelen over pinpasjes en portemonnees die nog thuis liggen terwijl je de supermarkt binnen loopt, weet je op een geven moment de ferme ‘Nee sorry, vandaag niet’ te hanteren. Wat niet wegneemt dat ik af en toe wat geef. Toen en nu, afhankelijk van diverse factoren. Toen ik wat later een kamer huurde in het puissant rijke buurtje nabij het Amsterdamse Vondelpark, viel me op dat ook de landloperij hier tamelijk sjiek over straat ging. De jongen die de daklozenkrant verkocht bij de lokale Albert Heijn, stond op nette leren schoenen en droeg een mooie grijze winterjas. Slim. Zoek vooral een goede buurt uit, voor je het weet krijg je wat moois cadeau. Zo af en toe kocht ik een daklozenkrant bij ‘m, totdat ik me begon af te vragen of we hier nou te maken hadden met een dakloze of een creatieve student met een bijzondere bijbaan. Ik kwam ‘m tegen in poptempel Paradiso. Met z’n kameraden stond hij bier te bestellen aan de bar. We maakten oogcontact, ik zag ‘m schrikken. De gulle lach die even daarvoor nog over de bar daverde verstarde tot een combinatie van ‘shit daar heb je die knakker‘ en ‘ik kan het uitleggen.‘ Fijn dat het ‘m goed ging. Die daklozenkrantjes kocht ik voortaan elders. hermangrendelman@gmail.com

Auteur

redactie