Rust en geluk

Emmeloord

Op die dag in augustus was het vroeg in de ochtend al warm. Buiten, en binnen óók. Het was daardoor eigenlijk een ideale gelegenheid om maar in bad te gaan... dopje lavendelolie er bij in... en mij dan puur ontspannen!

Maar het was zaterdag, de dag waarop ik gewoontegetrouw met mijn boodschappentas op wieltjes naar de Lange Nering loop. Om aardappelen, groenten en vlees te kopen. En dus nam ik, gestoken in mijn dunste lange broek en een overhemd met korte mouwen, voorzien van portemonnee en de noodzakelijke boodschappenbriefjes, toch maar de benen. Na mijn bezoek aan Henrieke trof ik - op het terras vóór de HEMA - Dirk en Nannie van de leesclub. We praatten o.a. bij over Maarten 't Hart, onze vakanties en de theorie van Ivan Boszormenyi Nagy. De verder oplopende warmte maakte het nodig dat ik af en toe even net iets anders op mijn stoel ging zitten, puur om het zitten zelf nog enigszins aangenaam vol te kunnen houden. Na een ongeveer een uurtje of zo braken we op. Na ons gesprek moest ik nog naar Ron en Janny. Halverwege zowat, zocht mijn rechterhand in mijn kontzak naar mijn portemonnee. Wat? Was ie er niet? Had ik me door de warmte vergist en zat hij dan in één van zaken aan de voorkant? Mijn handen zochten daar al, nog terwijl ik het bedacht. Nee! Ik wist dat ik hem kwijt was! Onmiddellijk liep ik in lichte paniek terug naar het terrasje van de HEMA, naar de plek waar ik gezeten had. Bezet. Op wat even daarvoor mijn stoel was, zag ik een oudere vrouw zitten. Ze was praatte met een ongeschoren man in een invalidenwagen. Ik keek vastberaden onder mijn eerdere stoel. Daar lag helemaal niets. 'Wat zoekt u daar?' vroeg de man. 'Mijn portemonnee!' zei ik. 'Die heeft een andere mevrouw al gevonden', zei hij, 'en die heeft hem net binnen afgegeven.' Meteen daarna ging ik naar binnen. Ik zag dat het personeel al aan mij kon merken dat er iets met mij aan de hand was. Op de vraag, of ze net een portemonnee in ontvangst hadden genomen, zeiden ze 'Ja' en werd hij mij onmiddellijk terug gegeven. De vrouw die hem even daarvoor naar hun toe had gebracht bleek óók bij de kassa te staan... om haar consumpties af te rekenen... Ik stond me net af te vragen of ik haar consumpties zou betalen of een percentage van de inhoud van mijn portemonnee zou schenken, toen zij spontaan zei: 'Er zijn - nog steeds - ook eerlijke mensen.' Uit haar toon leidde ik af dat ze het de gewoonste zaak van de wereld vindt, om een haar onbekende persoon eenvoudig weer aan z'n portemonnee te helpen. Na een hartelijk dankjewel liep ik opgelucht opnieuw richting slager. En daarna kon ik opgewekt ook de invalide man en zijn vrouw nog hartelijk bedanken voor hun bijdrage aan het terugvinden van mijn rust en geluk. Johan Yntema

Auteur

redactie