Seizoenen maken Weerribben-Wieden bijzonder

Sint Jansklooster

  “De vier seizoenen…”, zegt Roelof Smit als hij moet aangeven waarin Weerribben-Wieden zich onderscheid van andere ‘mooiste natuurgebieden van Nederland’. “Om de paar maanden verandert het landschap hier volkomen. Nationaal Park Weerribben-Wieden in de winter of zomer is een wereld van verschil.”

Smit kan het weten, want hij woont en werkt al een heel leven in De Wieden. Verreweg het grootste deel voor Natuurmonumenten. Momenteel is hij druk met het transporteren van groenresten uit De Wieden. Die herinneringen aan het vele maaiwerk haalt hij per kraanschip uit het gebied. Woensdag leverde hij dat af aan de Jonenweg bij Dwarsgracht, waar een transporteur klaar stond om de opbrengst van een paar weken naar de afnemers te brengen. Het is letterlijk de geboortegrond van Smit. In zijn werk doorkruist hij echter de hele Wieden en merkt hij dagelijks hoe afwisselend het gebied is. “De overgang van veen naar weilanden bij Giethoorn vind ik heel mooi. Je ziet daar in de verte soms de paarse heide tegen de Drentse glooiingen liggen. In het kolkengebied bij Belt-Schutsloot kijk je prachtig naar de hoogtes bij Sint Jansklooster”, vertelt Smit. Hij kijkt om zich heen. “En hier heb je de grootste hooilanden liggen. Ook prachtig. En ik ben ook een bosman…” Moeilijk kiezen dus, als de vraag op tafel ligt wat het mooiste gebied binnen het Nationaal Park is. En dan moet Nederland momenteel ook nog kiezen wat nou eigenlijk het mooiste nationaal park is. Dat antwoord weet Smit natuurlijk wel, al houdt hij een kleine slag om de arm. “Tja, er zijn zoveel mooie gebieden in Nederland. Daar kan ik ook van genieten. Maar dit is mijn gebied!” En werkterrein gelijk. Zo langzamerhand nadert wel het einde van de periode dat Smit groenresten uit De Wieden haalt. “Het maaiseizoen begint op 15 juni en gaat door tot in oktober. Voordeel is dat het een hele droge zomer was. Dat maakt het werken makkelijker. De volumes die we uit het gebied halen zijn wel groter dan de voorgaande jaren. Dat heeft te maken met het natte voorjaar en daarna de periode van droog weer die eigenlijk nog steeds aan de gang is. Mensen zeggen dat het een slechte zomer was….nou, ik teken er voor!” Afwachten hoe de winter wordt. Smit denkt nog wel eens terug aan het eerste jaar dat hij het kraanschip van Natuurmonumenten bestuurde, een winter of acht terug. “Ik heb bijna 2,5 maand niet kunnen varen. Net als het ijs kromp, begon het weer te vriezen. Toch vind ik ook de winter hier een mooi seizoen. Al is het een kwestie van smaak. Ik sprak een toerist die het hier zo grijs vond in de winter. ‘Kom eens terug in de zomer’, raadde ik aan. In augustus kwam ik haar weer tegen. Toen was ze juist heel enthousiast.”

Auteur

redactie