Turks Open Huis: Omgekeerd inburgeren

Emmeloord

De Turkse gemeenschap in Emmeloord stelde zaterdag en zondag de deuren van haar gebeds- en gemeenschapsruimte aan het Harmen Visserplein open voor publiek. ‘We willen graag laten zien wie we zijn’, vertelt Saban Duran, voorzitter van de gemeenschap.

‘Het werd ook wel tijd’, bekent hij. ‘Op veel plaatsen doen ze dit veel vaker, maar je moet de mensen ook hebben. We willen laten zien dat moslim-zijn niet dat is wat veel mensen op tv horen en zien’, zegt hij in de gemeenschapsruimte waar het op zaterdagochtend al redelijk druk wordt met zeker ook belangstellenden uit Emmeloord. De Turkse gemeenschap in Emmeloord is met 65 families niet groot. Pas sinds zes jaar heeft ze een eigen gebedsruimte. ‘Daarvoor gingen we naar plaatsen in de omgeving of naar de Marokkaanse moskee.’ De eerste moskee was aan de Gildeweg op het industrieterrein. ‘Dat was niet een ideale plek.’ Toen de politie een deel van haar kantoor wilde afstoten, kocht de Islamitische Stichting Nederland in Den Haag het gedeelte voor de Emmeloorder landgenoten. ‘We moeten het exploiteren en aflossing betalen’, vertelt Duran. De inkomsten bestaan deels uit de contributies van de leden en de verkoop van hapjes en lekkernijen, bijvoorbeeld tijdens Koningsdag. Onder het gedeelde dak met het politiekantoor zijn ruimtes waar koranlessen gegeven worden, er is een winkeltje met Turkse waren, een wasruimte en gemeenschapsruimte en op de eerste etage zijn de gebedsruimtes: een voor vrouwen en een voor mannen. Kadrye Gokoz leidt de gasten graag rond. Ze kwam in 1975 in de polder. ‘Toen waren er nog maar 4 Turken hier, nu 60 gezinnen’, vertelt ze aan een groepje dat haar nieuwsgierig volgt naar de gebedsruimtes van de Enes Yunusmoskee. Als iedereen de schoenen uitgedaan heeft, gaat ze voor de gebedsruimte in. ‘Ik vind het leuk om hier te zijn’, laat Aaf weten. De Emmeloordse vervolgt. ‘We praten veel over buitenlanders, maar zelden met buitenlanders.’ Cennet, die onderwijzeres is op een school in Lelystad, en ook rondleidt, legt ondertussen uit hoe de gebedskralen werken. Aaf is benieuwd of zij contact heeft met Nederlanders. ‘Ik zat op school in Emmeloord en heb de Pabo op Windesheim in Zwolle gedaan. Daar moest ik de Bijbel bestuderen en ben ik er achter gekomen dat er heel veel overeenkomsten zijn.’ Hoe klein de Turkse gemeenschap ook is. Ze heeft wel een eigen imam. Sinds twee maanden is dat Recep Tuna. Hij is aangesteld door Diyanet, het Turkse presidium voor Godsdienstzaken voor een periode van vijf jaar. Waar hij een gids voor de gemeenschap is, is Duran een gids voor de imam, die nog geen woord Nederlands spreekt. Albert van der Molen laat zich samen met zijn vrouw graag informeren over het hoe en wat binnen de Turkse gemeenschap. ‘Dit is een beetje omgekeerd inburgeren. We hebben snel ons oordeel klaar en leveren al gauw kritiek, maar in wezen weet je niet veel van de andere cultuur. Ik ben wel open minded. We moeten gewoon samen kunnen leven.’ Ondertussen ruikt het heerlijk naar Turkse pizza’s en andere hapjes lonken op de Turkse markt op het buitenterrein. Kandrye Gokoz wijst nog op de keuken, waar vrouwen wekelijks Turkse specialiteiten bereiden. Het is vooral de Anatolische keuken, die van de Turkse hoogvlakte, legt ze uit. Cees Walinga

Auteur

redactie