Van Blokzijl naar Sobibor

Blokzijl

In het Gildenhuys in Blokzijl is vanmiddag het boek ‘Van Blokzijl naar Sobibor' gepresenteerd aan burgemeester Bats van Steenwijkerland. Het boek is geschreven door historica Annemarie Schoemakers. Tegelijk werden Stolpersteine gelegd.

Schoemakers, docent geschiedenis op het Emelwerda College en oud-journalist, werd tijdens haar studie aan de Universiteit van Amsterdam door haar begeleider van de eindscriptie gewezen op de bijzondere Joodse geschiedenis van Blokzijl. ‘Die vertelde dat 100 procent van de Joden uit Blokzijl gedeporteerd zijn en niet terugkeerden. Daar moest ik iets mee doen als historica.’ Met alle drukte van de studie, een jong gezin en ook nog eens het halen van de eerstegraads bevoegdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen kwam het er pas de afgelopen zomer van. ‘En dan was er nog een prikkel. Ik vertelde over mijn plan tijdens een lezing bij de Vrouwen van Nu. Toen kwam er iemand bij me en zei: Dan moet u wel opschieten want er zijn nu nog mensen die zich de Joodse families herinneren.’ Schoemakers ging daarop in de zomervakantie aan de slag met het boek over de ondergang van de Joodse gemeenschap in Blokzijl en interviewde een aantal mensen, onder wie Jan Glastra uit Emmeloord die tegenover de het gezin woonde. over de Joodse bewoners. Aan de Kerkstraat woonden Soes Manus, zijn vrouw Roosje en hun kinderen Mozes, Mietje en David. Aan de Zuiderstraat woonden de ouders van Soes Manus, vader Mozes, moeder Naatje en hun inwonende dochter Rika. ‘Ik wilde de acht Joden uit Blokzijl weer een ‘gezicht’ geven met de verhalen van mensen die ze gekend hebben. Ik wilde er geen treurig boekje van maken. Het is eigenlijk een familiealbum wat ze zelf nooit hebben kunnen maken.’ ‘En de afloop had je natuurlijk nooit willen schrijven. Ik heb een brief van Soes Manus gelezen die uit een werkkamp bij Staphorst zijn overbuurvrouw Glastra schreef over het harde werken en dat hij ‘straks’ ook wel naar de Noordoostpolder kon voor ontginningswerk.’ Uiteindelijk werd het gezin van Soes Manus, die ook nog voor de Joodse Raad in Steenwijk gewerkt had, via Westerbork naar Auschwitz gestuurd. Opmerkelijk is dat de trein bij Cosel, 60 kilometer voor Auschwitz stopte. Daar werden de mannen van de vrouwen gescheiden. Soes Manus en zijn zoon Mozes werden daar te werk gesteld. De Cozeltransporten zijn een vergeten geschiedenis, maar volgend jaar wordt daar een gedenksteen onthuld.’ De ouders van Soes Manus en Rika overleefden kamp Sobibor niet. Met archiefonderzoek maakte Schoemakers het verhaal van de Joden uit Blokzijl compleet. Na hun deportatie streepte de ambtenaar van de gemeente Blokzijl hun namen in het bevolkingsregister met een potlood door. Ze woonden immers niet meer in Blokzijl. Onder de doorgestreepte namen kwamen later de namen te staan van nieuwe bewoners aan de Kerkstraat 218 en de Zuiderstraat nummer 322. Het leven ging door. Niet alleen met het boek, maar zeker ook met de Stolpersteine van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig krijgen Mozes senior, Naatje, Rika, Soes Manus, Mozes junior, Mietje en David hun rechtmatige plaats in Blokzijl weer terug. De Stolpersteine zijn een Europees project waarbij op plekken waar gedeporteerde Joden woonden, herdenkingssteentjes geplaatst worden. Bij haar project ontving Schoemakers veel medewerking van Klaas Bergkamp, van museum Het Gildenhuys, die zich inzette voor het realiseren van de Stolpersteine. Harriët Kalthof uit Blokzijl deed de opmaak van het boekje ‘Van Sobibor naar Blokzijl’. Van Blokzijl naar Sobibor, Annemarie Schoemakers, Uitgeverij Toetssteen, 9,95 euro, ISBN 978-90-823840-6-2. Museum Het Gildenhuys is deze week extra open op vrijdag 9 december van 13.00-15.00 uur en op zaterdag 10 december van 10.00-11.00 uur in verband met de verkoop van het boek. Cees Walinga

Auteur

redactie