Boeren aan de voet van Rocky Mountains

TABER / EMMELOORD

Geen moment mist Casey Koomen zijn geboorteland. 36 jaar geleden vertrok hij uit de Noordoostpolder. In Nederland komt hij af en toe om familie te bezoeken. Zo ook in deze weken.

Al op jonge leeftijd weet Casey (Kees) dat hij boer wil worden. In de zomer gaat hij bij zijn opa op de boerderij in Creil aan het werk. Na vier jaar atheneum volgt een omslag in zijn leven: de agrarische sector heeft de toekomst. ‘Ik besloot mijn hart te volgen en ging naar de middelbare landbouwschool in Emmeloord. Daar slaagde ik in 1981.’ Het doel van Casey is dan om een eigen bedrijf te beginnen. ‘Dat was in Nederland bijna onmogelijk. Ik wilde het wel in Canada gaan proberen’, blikt hij terug. ‘Ik had een oom die rond 1975 naar Canada was geëmigreerd.’ In de zomer van 1980 bezoekt Casey het land waar hij inmiddels al tientallen jaren woont. ‘Ik ging daar stage lopen en ik kreeg de smaak al snel te pakken. Niet alleen het boeren leven trok mij erg, maar ook het feit dat de Rocky Mountains maar op twee uurtjes rijden afstand liggen. Wat me ook aantrok waren de grote machines, de auto’s en de pick-ups met grote V8-motoren.’ Direct is Casey gevangen door Canada. In Zuid-Alberta is het goed toeven. ‘In de Rocky’s spenderen we nu veel tijd. In de zomer gaan we er kamperen en in de winter snowboarden en skiën.’ Ervaring Het Canadese leven begint voor hem in Picture Butte, een plaats waar veel Nederlanders wonen. Het is een plek waar heel wat bedrijven zijn die koeien vetmesten. Casey begint met werken bij de grote ‘feedlot’ van Cor van Raay. ‘De reden dat ik daar ging werken was omdat er het hele jaar door werk was. Ik deed meestal het werk op het land en in de machineloods.’ Na een paar jaar volgt de overstap naar een andere feedlot in de plaats Taber. In die plaats woont Casey nog altijd met zijn gezin. Hij begint in 1984 samen met twee vrienden een varkensmestbedrijf. Vlakbij staat op dat moment een varkensschuur te huur. ‘We kochten biggetjes van ongeveer twintig kilo per stuk en mestten die dan vet in vier maanden tijd. We deden er 350 in een keer. Het was leuk en we verdienden er aardig mee’, blikt hij terug. ‘Maar ik was toch liever ‘crop farmer’. In 1985 begon ik land te huren en vier jaar later kochten we ons eerste stuk land van 65 hectare. And the rest is history’, klinkt het tevreden. Veelzijdig Inmiddels heeft het gezin Koomen een ‘irrigated rowcrop’ boerderij in Taber met ongeveer 350 hectare. ‘We krijgen ons irrigatiewater van de sneeuw in de Rocky Mountains. We verbouwen suikerbieten, droge bonen (rode, gele en pinto’s), Durum-graan, gele erwten en soms ook koolzaad. We ruilen vaak land met onze buren, die op hun beurt aardappelen en uien verbouwen. Op deze manier houden we de vruchtwisseling goed.’ Momenteel is Casey in Nederland. ‘We missen Nederland helemaal niet. We zijn zo ingeburgerd en hebben in Canada al onze vrienden. Wanneer we naar Holland komen is dat voor familiebezoek’, zegt de veelzijdige agrariër, die in Canada ook nog eens erg actief is bij suikerbieten- en bonenverenigingen. Ook was hij enkele jaren voorzitter van de peulvruchtenboerenvereniging. ‘Daardoor heb ik een groot netwerk opgebouwd in heel Alberta. Dat vind ik erg leuk en belangrijk’, zegt hij. ‘Mijn vrouw Monique is en was een heel belangrijk deel van onze farm. Vooral met de oogst is haar hulp onmisbaar’, klinkt het tot besluit. Alexander Drost

Auteur

admin