Waar gaat het centrumplan naartoe?

Emmeloord

Raadwatcher Helga Wiedijk volgt voor De Noordoostpolder online de raadscommissies en –vergaderingen. Het opmerkelijke nieuws licht ze uit voor de lezer.

Het lijkt wel alsof iedere vergadering waarbij het Stadshart op de agenda staat net een dag te vroeg komt voor portefeuillewethouder Henk Suelmann (CDA): hij zou morgen ambtelijk worden bijgepraat over het collegebeleid. Na een themabijeenkomst, een Rondetafelgesprek en de behandeling in de raad van een motie van de SP over de invloed van inwoners op de keuze voor een stedenbouwkundig plan, is nog onduidelijk op basis van welke uitgangspunten er varianten worden ontwikkeld.

Na het vaag definiëren van een Compact Centrum als onderlegger, zijn er ‘ankerpunten’ toegevoegd om de combinatie van een supermarkt in het Julianaplantsoen met eentje tegenover de Jumbo te legitimeren. Dit ankerpuntenconcept werd blijkbaar leidend op het moment dat investeerders aangaven op betreffende locaties te willen bouwen.

Investeerders hebben uiteraard een eigen visie op de stedenbouwkundige inpassing van hun winkelformule. Poiesz wilde met een presentatie laten zien hoe het centrum beter in balans komt door supermarktverplaatsing. ‘Wij vullen het plan aan op het punt waarop wij denken dat er een omissie zit in de planrichting’, stelde algemeen directeur Piet Smit vorige week in de commissie Woonomgeving.

Investeerder De Hoge Dennen, die nieuwe locaties van Jumbo en Aldi kan ontwikkelen, wil zélf draagvlak winnen onder de bevolking voor nieuwbouw van supermarkten met woningen erboven. En maakt liever een beeldkwaliteitplan dat tegemoetkomt aan wat inwoners mooi vinden, dan op basis van ambities van gemeentelijke stedenbouwkundigen.

Woordvoerder Erik Schot stelde dat een centrum opwaardeert door combinatie van de juiste architectuur en de juiste winkelformules. Hij is er van overtuigd dat ook de Action daar deel van kan uitmaken: ‘dat die er komt acht ik aannemelijk en realistisch’. Schot noemt de combinatie van Jumbo, Aldi en Action een krachtig bolwerk als ankerpunt, naast het ankerpunt dat de Albert Heijn naar zijn mening reeds overduidelijk vormt.

Doorgaans is het zo dat de betaler bepaalt. Willen investeerders hun plannen kunnen realiseren dan schat ik in dat het begrip Compact Centrum aardig opgerekt gaat worden. En dat er rapporten over looproutes, marktruimte en metrages winkelvloeroppervlak zijn besteld waarmee ieder gewenst ankerpuntenverhaal onderbouwd kan worden.

Als het gaat om regievoering bij de ontwikkeling van het Stadshart boet het college onderhand sterk in aan geloofwaardigheid. Tja, dat krijg je ervan als de opvatting van het college over het aanzien van het centrum luidt: ‘er is altijd nog Welstand’. Dat zijn beslist niet de woorden van stedenbouwkundige visionairs.


Auteur

Redacteur