‘Blij in ons eigen huisje’

EMMELOORD

Martha Van Daalen-Waasdijk vierde donderdag haar honderdste verjaardag samen met haar man Herman (92) temidden van haar 4 dochters in de eigen woning aan de Wijdeneshof in Emmeloord.

‘Ik heb de burgemeester zelf opengedaan toen hij aanbelde. Hij kon amper geloven dat ik de honderdjarige was’, vertelt de eeuweling. Aucke van der Werff had een boek over 100-jarigen meegenomen voor de jarige. ‘Ja mooi hoor en ik kreeg ook nog een felicitatie van de koning. Ik heb in mijn leven vijf koninginnen meegemaakt. Dat vind ik wel bijzonder’, gaat de geboren Amsterdamse verder. Ze telt haar zegeningen dat ze nog op zichzelf woont, af en toe een wasje draait en haar man nog naast zich heeft. ‘We zijn nu 45 jaar getrouwd en daarvoor hebben we vier jaar samengewoond.’ Uit haar eerste huwelijk dat 30 duurde heeft ze vier dochters en een zoon, die in de oorlog overleed aan difterie, tien kleinkinderen en elf achterkleinkinderen. Toen ze Herman leerde kennen werkte ze in de gezinszorg en woonde bij haar moeder in. ‘Toen had ik wat kennis aan Herman die ik wel eens zag bij de buren. Mijn moeder zei: ‘Je ken het wel proberen als het niet gaat kom je maar weer terug’. Woningruil ‘Nou ik ben nooit teruggekeerd bij moeder, maar toen ze 94 was hebben we haar wel in huis genomen nadat ze gevallen was. Oh dat vond ze zo fijn. Ze heeft nog twee jaar een leuke tijd gehad bij ons.’ Na het overlijden van moeder verhuisden de Amsterdammers via een woningruil naar Emmeloord. ‘Mijn man z’n ouders woonden in de Golfslag en daar kwamen we vaak. In de krant zagen we een advertentie over woningruil. Zo zijn we hier in de polder gekomen.’ De twee genoten van de uitgestrekte akkers en bollenvelden. ‘We hebben de auto pas enkele maanden terug weggedaan. Er stonden niet veel kilometers op de teller hoor. Mijn man vergat de sleutels en om de auto op slot te doen. Ik vond dat we ‘m weg moesten doen. Het is wel jammer dat we niet meer naar de bollenvelden kunnen. Wij hebben onze tijd gehad, maar dat geeft niet hoor. We zijn blij in ons eigen huisje.’ En de honderdjarige is ook heel blij met haar hulp Tonnie Verhage. ‘Die is zo lief voor mij. Dat is met geen pen te beschrijven. Ze gaat met me naar de Poiesz voor boodschappen. Ze is zo bezorgd dat ik val. En natuurlijk hebben we hulp met de verzorging van mijn man, maar dat doe ik deels ook nog.’ Verder komt ze de tijd door met koffiedrinken en gezelligheid. ‘Ik ben een beetje schor van al het praten op mijn verjaardag, maar het was ook zo gezellig en ik heb zoveel bloemen gekregen en de buren hadden de straat zo mooi versierd.’ Cees Walinga

Auteur

admin