Poldertoren moet centraal en van eiland af

Emmeloord

Raadwatcher Helga Wiedijk volgt voor De Noordoostpolder online de raadscommissies en –vergaderingen. Het opmerkelijke nieuws licht ze uit voor de lezer.

‘Als wij aan komen rijden van vakantie, dan is de toren thuis’. Dat dit een breed gedragen gevoel onder inwoners is constateerde vastgoedadviseur Ralph Steenbergen. Hij beklom vorige week maandag met leden van de commissie woonomgeving de Poldertoren en hield daarna een presentatie.

Wanneer er weer eens een externe adviseur aan de raad komt uitleggen wat de bijzondere kwaliteiten van Noordoostpolder zijn, is dit doorgaans de opmaat naar een project waarbij de raad flink in de gemeentebuidel moet tasten. Steenbergen begon ermee de Poldertoren te roemen als ‘een object van uitzonderlijke schoonheid’.

In de presentatie maakte de expert op gebied van watertorens duidelijk wat iedereen al weet: ‘als je niks doet, loopt zo’n gebouw van je af’ en ‘cultureel erfgoed herbestemmen betekent investeren’. ‘Bij een watertoren is incourantheid troef. Dat wil niet zeggen dat hij niet van waarde is’. Ieder scenario kost geld, ook nietsdoen.

Het college koos er voor om pas na het open planproces van het Stadshart de Poldertoren weer voorzichtig in het vizier van de raad te brengen. Wethouder Henk Suelmann (CDA) oppert nu de mogelijkheid om voor de Poldertoren ook een open planproces te organiseren.

Nu het zich voordoet in een reeks, lijkt een open planproces onderhand een excuus voor visieloosheid of een formule om bij voorbaat ontevredenheid onder inwoners en ondernemers te bezweren. Eerst mogen zij met plannen komen, daar mag iedereen alles van vinden, vervolgens hoor je niks meer van die plannen en worden intern belangen afgewogen. Met een vleugje stedenbouwkunde aan het eind.

Onduidelijk is waarom eerst het Stadshart als project is opgetuigd en pas daarna over de Poldertoren wordt begonnen. ‘Het centrumplan is de stedenbouwkundige drager van het centrum. De Poldertoren maakt daar onderdeel van uit’, antwoordde projectleider Norman van der Ende op mijn vraag of de inrichting van De Deel mogelijk gewijzigd zou kunnen worden als gevolg van een nieuwe invulling van de toren. Iets dat natuurlijk voor de hand ligt en dan ook door de vastgoedadviseur tijdens de presentatie als open deur werd ingetrapt: ‘de Poldertoren ligt nogal op een eiland. U zou kunnen overwegen om dat eiland wat beter bereikbaar te maken en daarmee tot visitekaartje van Noordoostpolder’.

Dat in het kader van een Beeldkwaliteitplan voor De Deel alvast klinkers, bankjes en lantaarnpalen worden uitgezocht, terrasjes gesitueerd en bomen gepland, is alleen maar goed. Maar voor bomen werkelijk geplant worden zou je verwachten dat naar De Deel als totaal gekeken is. Inclusief de Poldertoren en niet te vergeten: het busstation. Volgens D66 kan het beter helemaal verdwijnen van De Deel. Minder busbanen is een ander standpunt.

Vreemd dat een stedenbouwkundige die een samenhangend centrumverhaal heeft blijkbaar de Poldertoren en het busstation buiten beschouwing moest laten. ‘De exploitatie van de Poldertoren valt buiten de scope van alle gepresenteerde varianten’, stelt het collegememo over de financiële consequentie van het centrumplan. Benieuwd of er een raadsfractie is die vraagt naar de stedenbouwkundige consequentie van die beperkte scope. De commissie woonomgeving behandelt volgende week woensdag het raadsvoorstel Centrumplan Emmeloord.


Auteur

Redacteur