Het noodlot van Bertje

Emmeloord

Ieder jaar herdenkt Jac Verbeek op Allerzielen zijn broertje Bertje die op 3 april 1958 verongelukte op de Polenweg en begraven werd op de algemene begraafplaats in Emmeloord. Sinds kort ligt Bertje bij zijn ouders in Kruisland.

‘In 1953, na de watersnood, verhuisden mijn ouders Johannes en Adriana vanuit Kruisland vol goede moed om van het leven wat te maken met twee kinderen van 5 en 2 jaar naar de Noordoostpolder. Mijn broer 5 jaar en ik dus 2 jaar. We gingen wonen aan de Polenweg, naast de boerderij van Rademakers, die ook uit Kruisland kwamen. Mijn vader, toen 34 jaar oud, een echte einzelgänger, doorzetter en veel verstand van het boerenbedrijf dacht door te gaan wonen in de NOP een kans te maken op een boerenbedrijf. De boerderij van zijn ouders in Kruisland was overgenomen door zijn broer. Bolderkar Mijn vader ging werken op de boerderij verderop op de Polenweg in afwachting van het toewijzen van een boerderij. Die toewijzing kwam overigens nooit, wat de reden is geweest weten we niet. We kregen er een broertje bij, geboren op 11 maart 1954 en op 1 september 1956 een zusje, het gezin was toen compleet al kwam de pastoor nog weleens langs. Mijn vader was een allesdoener. Hij kon timmeren en maakte voor ons een bolderkar met een stuurstok eraan met een handvat. Met mijn broertje Bertje, toen net nog geen vier jaar, zittend in de bolderkar, liepen we over de Polenweg op 3 april 1958, witte donderdag, al voorbij de boerderij van Rademakers richting de andere boerderijen. VW-kever Het was een rustige voorjaarsdag weet ik nog wel. In de verte zag ik een auto aankomen. De Polenweg was een bol weggetje van nog geen 3 meter breed. Ik stuurde de bolderkar de berm in om van de weg af te zijn en te stoppen. Een auto was in die tijd heel bijzonder. Ik weet daarom ook nog dat het een VW-kevertje was. De auto naderde met een flinke vaart, mijn broertje hoorde ik uit de bolderkar klimmen en ik dacht dat hij naast me ging staan, terwijl ik naar de auto keek die kwam aanrijden, maar terwijl de auto voorbij reed hoorde ik een flinke klap en zag in een flits dat mijn broertje over de auto aan de andere kant van de weg tuimelde en beweegloos in de berm bleef liggen. Ik liep er voorzichtig naar toe en boog me naast hem. Hij bewoog nog steeds niet, er kwam bloed uit zijn neus en hij had flinke hoofdwonden. Ik heb daar enige tijd gestaan naar hem kijkend en voorzichtig Bertje roepend, hoe lang weet ik niet meer, op een gegeven moment kwam mijn vader eraan die bij hem neerknielde. Ons gezin is van toen af mentaal gebroken; mijn vader heeft heel zijn leven dat schuldgevoel bij zich gedragen en mijn moeder is er psychisch nooit meer de moeder geworden die ze was. Ze had sindsdien niet meer de volledige energie om voor het gezin te zorgen.Wij als gezin waren niet meer de vrolijke familie van voor 3 april 1958. West-Brabant In 1961 zijn we verhuisd naar de andere kant van de Polder. Daar zijn we groot geworden en als kinderen uitgewaaid. In 1976 zijn mijn ouders teruggegaan naar West-Brabant. Gelukkig hebben ze daar kunnen genieten van hun kinderen en klein-kinderen. Mijn vader overleed in 2006 en moeder in april van dit jaar. Ver van onze Bertje, die lag sinds 1957 op het kerkhof in Emmeloord. Toen ik nog in de Polder woonde ging ik regelmatig langs het grafje. Sinds 1974 woon ik in Breda en bezocht ik tweemaal per jaar zijn graf; in het voor- en najaar, om het schoon te maken en te versieren met planten en bloemen, af en toe gaat er een van mijn kinderen mee of mijn vrouw. Maar nu is aan het bezoek aan het grafje, lees ook Polder, ten einde gekomen. In mei 2017 heb ik contact opgenomen met de beheerder van de begraafplaats in Emmeloord om na te gaan of het grafje van Bertje geruimd kon worden. In goed overleg met deze vriendelijke en behulpzame beheerder en personeel van de begraafplaats is dit gebeurd op een hele mooie respectvolle, integere wijze. Pa en ma hebben een urnplaats op de begraafplaats in Kruisland waar mijn ouders geboren zijn. Daar staan nu de 3 urnen onder een urn-steen geplaatst, van mijn vader, moeder en Bertje. Wij als familie hebben hierdoor ook definitief afscheid van de Noordoostpolder genomen waar we als kinderen naar school zijn gegaan, uitgingen en leefden en ons broertje verloren. Mijn ouders zijn nooit weer terug geweest naar de NOP, het was teveel voor ze. Als we nu met de auto langs de Polder rijden drinken we even een kopje koffie in ‘t Voorhuys en natuurlijk horen de kinderen en klein- kinderen de verhalen uit de Poldertijd.’

Auteur

redactie