‘Die dag in Kerkrade was bijzonder’

TOLLEBEEK

Als de 27-jarige tambour-maître Huibert-Jan Hanse van Jachthoornkorps Showband Urk terugkijkt op het afgelopen jaar, verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Ja die 29ste juli in Kerkrade was wel heel bijzonder.’

Het was de dag van het debuut van de 35-jarige band uit Urk op het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. De Urkers kwamen uit in de First Division en moesten uiteindelijk alleen Jong Advendo uit Sneek boven zich dulden. Als vice-wereldkampioenen kwamen de muzikanten diep in de nacht feestvierend terug uit het Limburgse. Vooraf was er nogal scepsis geweest over de deelname, vertelt Hanse, die in het dagelijks leven allround monteur is bij Dijkstra Vereenigde in Lelystad. ‘De meeste verenigingen werken vier jaar heel bewust toe naar het WMC, maar zo ging dat bij ons niet. We deden de laatste jaren vaker mee aan wedstrijden met onze show. We gingen naar Rastede in Duitsland en kregen pas écht de smaak te pakken na onze onverwacht hoge scores op het NK in Assen vorig jaar. Dat gaf energie om te investeren in repetities. Op de concoursen kregen we feedback en dat bleek een mooie kapstok om de show te perfectioneren.’ En ineens viel eind vorig jaar het woord ‘WMC’ steeds vaker aan de stamtafel van het clubgebouw. Showband Urk besloot, met nog een half jaar te gaan, voor het eerst in haar geschiedenis mee te doen aan het WMC.

‘Te hoog gegrepen’

De prestaties boden er aanleiding toe, maar in de hoofden van de muzikanten was het geen logische stap. ‘Kunnen we niet’, klonk het, ‘te hoog gegrepen’, vonden sommigen, maar de inschrijving werd tóch rond de jaarwisseling geregeld.’ Showband Urk kon niet meer terug, het WMC stond op de agenda. Voor zowel muzikanten als muzikale leiding was de aanmelding voor het WMC een spannende sprong in het diepe. ‘Natuurlijk wisten we wat het WMC inhield, maar we hadden geen idee welke plek ons jachthoornkorps in de ranking zou kunnen veroveren. Een jachthoornbezetting is inmiddels echt zeldzaam in Nederland. Jachthoorns hebben een bijzondere sound, maar hebben door de afwezigheid van ventielen muzikaal ook zo hun beperkingen. Tot onze verrassing werden we in het laatste van de vier WMC-weekends ingedeeld, een ereplek! Via de livestream volgden we drie weken lang de verrichtingen van de andere deelnemers en proefden we de sfeer van het evenement. Met de voorpret steeg ook de spanning.’ ‘We bestudeerden de beoordelingen van de jury, maar konden daar geen peil op trekken. Volgens de optimisten onder ons zouden we wel eens goed kunnen scoren, maar dat leek voor anderen weer tien bruggen te ver. Het mooie was dat iedereen fanatiek werd. Alle secties gingen apart oefenen om de laatste foutjes er uit te krijgen. Er waren extra repetitiedagen en de eensgezindheid in de ploeg groeide. We wilden pieken op het juiste moment.' En dat lukte, die laatste zaterdag van juli. ‘Geweldig! De show ging boven verwachting goed en de score voor ‘The Sound of Nature’ was met 87,25 punten super. We veroverden de tweede plek.’

Vice-wereldkampioen

Showband Urk vestigde zich tussen meer dan twintig deelnemers in één klap stevig op het wereldtoneel. ‘Ja, prachtig. De felicitaties bleven binnenstromen via Facebook en appjes. Zoveel mensen hadden onze show bekeken en waren enthousiast! We zijn op Urk gehuldigd door de burgemeester en krijgen veel aanvragen voor optredens. Er is zelfs belangstelling uit Ierland. Allemaal heel mooi.’ Voor Showband Urk lijkt er na het succes op het WMC geen weg meer terug. ‘Het schept inderdaad verplichtingen. Het is nog wat vroeg, maar ik ben voorstander om in 2021 weer te gaan. Als vice-wereldkampioen kun je toch niet wegblijven.’ De show ‘The Sound of Nature’ staat het komend jaar nog op het programma. ‘Die zit er goed in natuurlijk, maar er zijn na het WMC ook weer leden gestopt en er is instroom van jeugd. Er moet wel weer gerepeteerd worden’, wil de tambour-maître maar zeggen. Het jaar 2018 staat in het teken van het 35-jarig bestaan van de club. Dat wordt in oktober gevierd met een Toeteraved in de Urker sporthal. ‘De Toeteraved is een vijfjaarlijks fenomeen. We zetten op zo’n avond als vereniging de sporthal op z’n kop met muziek, theateracts en bijzondere verrassingen’, kijkt Hanse vooruit. Of Showband Urk die avond ook haar nieuwe uniform presenteert, is nog de vraag. ‘Ons huidige uniform moet nodig vervangen worden, maar een nieuwe uniform kies je niet zomaar. De rokjes zullen sowieso wel verdwijnen. Met alleen maar broeken oogt de show veel strakker. We hebben als vereniging al enkele brainstormsessies achter de rug, maar we zijn er nog niet uit. En dan speelt het kostenplaatje ook nog mee.’ Huibert-Jan Hanse begon zijn muzikale loopbaan als leerling trompet bij het Muzisch Centrum in Emmeloord. ‘Het is bij een paar proeflessen op trompet gebleven. Ik wilde meteen bij een band en de straat op en daarvoor nam een vriendje me destijds mee naar Showband Urk. Daar kreeg ik een bastrompet. Mijn moeder reed voor de repetities altijd heen en weer tussen Espel en Urk.’ De jonge Huibert-Jan had talent voor show lopen. ‘In januari kwam ik erbij en op Koninginnedag liep ik al mee met het jeugdkorps. Ik werd vaak op mijn schouder getikt, maar ik liep er wel mooi tussen, haha!’

Drie ventielen

Op 16-jarige leeftijd maakte hij de overstap naar de senioren, waar hij na twee jaar genoeg spierballen had om over te stappen op de sousafoon. ‘Die kon ik wel tillen. De grootste aanpassing was dat ik van één ventiel overging naar drie ventielen.’ Toen Mart Bolle in 2008 op de Toeteraved stopte als tambour-maître, werd Huibert-Jan door de leden aangewezen als diens opvolger. ‘Ik was verrast, want ik was nog maar 18 jaar. Erg jong, maar ze zagen het met mij zitten. Je moet het leiderschap wel aankunnen. Als je de commando’s niet goed geeft, kun je als tambour-maître een optreden helemaal in de soep laten draaien.’ Huibert-Jan volgende een tamboer-maitrecursus bij Bert Nowee. Hij slaagde voor zijn examen en voelt zich nu in zijn element voor de ploeg. In het begin was dat wel even wennen. ‘Van spelend lid kwam ik ineens voor de band te lopen. Daardoor veranderde mijn positie binnen de groep. Daarbij heb je als tambour-maître tijdens optredens een heel andere focus: je bent voortdurend bezig met je publiek en hoe je je korps het best voor het voetlicht krijgt.’ Naast zijn functie als tamboer-maitre is Huibert-Jan actief in de commissie die alle dagelijkse zaken van het jachthoornkorps regelt. ‘Tijdens de muziekrepetities van dirigent Peter Smits speel ik gewoon mee op de bastrompet. Daar heb ik als tambour-maître ook baat bij.’ De Showband vult een groot deel van zijn vrije tijd. Hij trof er zijn levenspartner en lyraspeelster Lenie Bolle. Samen wonen ze sinds kort in Tollebeek. ‘En dat bevalt goed’, zegt hij. ‘Urk is natuurlijk vlakbij.’ Cees Walinga

Auteur

admin