Krijgt raad NOP wel grip op Schokland

Emmeloord

Raadwatcher Helga Wiedijk volgt voor De Noordoostpolder online de raadscommissies en –vergaderingen. Het opmerkelijke nieuws licht ze uit voor de lezer.

In een themabijeenkomst presenteerde de Rekenkamercommissie vorige week maandag het rapport ‘Grip op grote projecten?’ Onderzocht is hoe de raad zijn kaderstellende en controlerende rol uitoefende bij de projecten Wellerwaard, Bosbadhal, Marknesserbrug en Windmolenpark. De conclusie is dat de raad onvoldoende grip heeft op de aansturing en de besluitvorming bij grote projecten.

Het moment van verschijnen van het rapport is niet toevallig. In het verleden is gebleken dat juist de periode van wisseling van raad en college een kwetsbare periode is voor grote projecten. De rekenkamercommissie hoopt met het onderzoeksrapport van organisatieadviesbureau Twynstra Gudde een bijdrage te leveren voor zowel de oude als de nieuwe raad in het goed borgen en beheersen van lopende grote projecten in de gemeente Noordoostpolder, zoals bijvoorbeeld Schokland.

‘Laat het college per groot project een voorstel doen aan de raad om het vaststellen hoe voor dat specifieke project invulling wordt gegeven aan het Kader Grote Projecten’, zo luidt een aanbeveling. Er zijn nu nog geen normen om te bepalen wanneer er sprake is van een groot project. Wel worden er ‘directieprojecten’ onderscheiden met de volgende eigenschappen: grote complexiteit, groot bestuurlijk en/of maatschappelijk belang, een looptijd langer dan 2 jaar, (soms) meerdere deelprojecten, expertise nodig uit verschillende clusters, een grote betrokkenheid van externe partners en een groot aantal deelnemers.

Aan deze kenmerken voldoet de integrale gebiedsontwikkeling Werelderfgoed Schokland, een project waar bovendien zo’n 40 miljoen belastinggeld mee gemoeid is. Rekenkamercommissievoorzitter Geert-Jan Put refereert niet alleen in het voorwoord bij het rapport aan Schokland, ook tijdens de presentatie maakte hij de raad bewust van de actuele noodzaak van het hebben van overzicht. Wanneer de raad tijdig in positie wordt gebracht om gefundeerde besluiten te kunnen nemen, kan ook het wantrouwen verdwijnen dat is ontstaan jegens het college. Voor Bouke Wielenga (VVD) was dat wantrouwen herkenbaar. Hij stelde daarbij de vraag aan de Rekenkamercommissievoorzitter: ‘denkt u dat het overnemen van de aanbevelingen in de toekomst een beter verloop zal geven bij de projecten?’ Daarop reageerde Put met: ‘als u zou weten: Schokland, dat gaat zo en zo lopen, dat komt op die en die wijze aan bod, hééft u dat overzicht nu?’ Die confronterende wedervraag van Put werd door de VVD met nee beantwoord en door andere leden van de raad niet met ja. ‘Dat bedoel ik, als u aan de voorkant weet wat er gaat gebeuren, hoeft u ook geen wantrouwen te hebben’, stelde Put.

Wanneer de raad besluit de aanbevelingen over te nemen, kan er een Kader Grote Projecten komen. Dat kader is er nog niet op het moment dat de raad een besluit neemt over Schokland. Beide onderwerpen komen in de Rondetafelgesprekken van 29 januari aan de orde, de raadsvergadering volgt een week later.

Hoe kan de raad besluiten om een kader voor grote projecten te maken en tegelijkertijd besluiten om een zeer groot project te realiseren waarvoor dat kader ontbreekt?


Auteur

Redacteur