De botter VN66 drijft op romantiek

VOLLENHOVE

‘Niets aan deze boot is recht. Alles is scheef.’ Liefkozend beklopt hij de loeizware knieën onder het zeilwerk. ‘Maar dat is dan ook de romantiek van deze oude dame.’

Op de Zuiderzee kon het akelig spoken. Vergis je niet. Uit het niets kon de lucht betrekken, koolzwarte wolken die als een vijandelijk leger aan de horizon opdoemden. Begon ’t te donderen en te lichten, dat er niet werd geslapen. Zelfs de meest onverschrokken visser sloeg dan een kruisje. Maar ook al striemden de slagregens het harpuis zowat van het voordek, de bemanning ploegde voort, met een rotsvast vertrouwen in de robuuste dekenpoten, de botter dansend als een vlinder in een orkaan. De VN66 is een tastbare herinnering van de rijke Venose schippershistorie. In de Vlasschuur staat ze, een ton of veertien aan hout, rustend op een enorm onderstel. Geen storm kreeg de oude dame er ooit onder.

Het geboetseerde lichaam van de VN66 is in goede handen. Tien in overall gestoken senioren behandelen het schip met alle egards. Met timmermansoog wordt geschaafd, gezaagd, geschuurd en gebrand. Houtspaanders vliegen als lasspetters rond. Brandschoon is het niet in de schuur, zegt voorzitter Jan Kwakman van ’t Venose Skutien bijna verontschuldigend. ‘Restauratie is hard nodig’, zegt hij. ‘Diverse delen waren rot. Of nouja, rot. Niet goed genoeg meer.’ De twinkeling achter de twee brillenglazen. Het beste telt voor de markante platbodem. Vandaag de dag komt alleen eikenhout en billinga hardhout door de keuring van de bouwmeesters.

Lange geschiedenis

De VN66 kent een roerige historie. De zuidwalbotter is in 1902 gebouwd op de werf van Kok en Kooij in Huizen. Onder de naam HZ73 visten de gebroeders Brand onder de Huizense vlag in de Zuiderzee. Vanaf 1929 verdiende Urker visser Jan Brouwer de kost met zijn UK137. De laatste naamsverandering vond plaats toen Geert Spit uit Vollenhove de boot in 1947 overnam. Hij nummerde het schip om tot VN66 en viste er mee op het IJsselmeer, onder meer waar nu de polders Oostelijk en Zuidelijk Flevoland liggen. Toen Spit het welletjes vond, voer hij met zijn familie een afscheidstoer langs verschillende plaatsen aan het IJsselmeer. De oude schuit zou nog eens driemaal van eigenaar verwisselen voordat ze in 2005 terug zou keren in Vollenhove.

Romantiseren

In 2004 is stichting ’t Venose Skutien opgericht om een botter, schokker, bollegien of bons in bezit te krijgen als aandenken aan een belangrijk stuk cultuurhistorie. Een sinecure was dat niet. De meeste schepen waren na de drooglegging van de Zuiderzee weggerot of opgestookt als brandhout in rokerijen. De VN66 bestond nog wel, zij het in erbarmelijke staat. Gerrit Kwakman, neef van voorzitter Jan, is lid van het eerste uur van de stichting. Hij was erbij toen de boot in 2005 werd gekocht van schipper Sjoerd Gravendijk uit Hoorn. ‘De zeevaart zit bij mij in de genen’, zegt hij. ‘Mijn vader en opa waren allebei visserman.’ Na jaren van monnikenwerk is de botter volgens Jan Steenbeek mooier dan ooit. ‘Wij romantiseren graag. Het liefst herstellen wij alles zoals de oorspronkelijke scheepsbouwer het ooit gebouwd heeft. Vroeger was het vissersleven veel harder. Als de huidgangen rot waren, dan ging er met hetzelfde gemak een partij blik omheen.’

Precisiewerk

Noeste arbeid is nodig om de VN66 in conditie te houden. Op de brandschraag ligt een huidgang, kromgebrand zoals de oude Venose scheepsbouwers dat ook deden: met water, vuur en zware gewichten om de plank in de gewenste richting te verbuigen. Steenbeek snuift met z’n ogen gesloten de lucht op. ‘Hout. Ik ben een houtmens.’ Lachend: ‘Ik mis alleen nog de bruine teer. Man, wat ruikt dat lekker.’ Restauratie van de botter is precisiewerk. De denkkracht komt van scheepsarchitect Rob van der Kamp. Hij werkte jaren voor Huisman. ‘Geen prater. Maar wel gouden handjes’, zo typeert Steenbeek hem. Voor 1 mei moet alles klaar zijn, omdat de wagenbouwers dan de schuur in moeten.

Vuurduveltje

Natuurlijk wordt er straks gevaren. Net als vroeger. Niet meer over de woeste schuimkoppen van de zee, maar over de stillere binnenwateren. Richting de Botterdagen in Elburg.

Met z’n allen slapen in de kooi in het vooronder - het scheepsruim dat alleen diep bukkend betreden kan worden. Aardappelen koken op het gas van ‘t kookkistje. De vlam van het vuurduveltje die de ledematen bij koude nacht op temperatuur houdt. Steenbeek zucht. Grijnst. ‘Toch die romantiek.’


Auteur

Robert-Erik Lanting