Maaisel uit De Wieden verrijkt poldergrond

MARKNESSE

EKO-Boerderij De Eerste aan de Uiterdijkenweg in Marknesse boert in feite op het voormalige strand van Blokzijl. Dat de grond toch vruchtbaar genoeg is voor een florerend bedrijf komt onder meer door groenrest product uit De Wieden. ‘Dat maaisel is cruciaal voor het bodemleven op onze akkers’, zegt eigenaar Gerrit Marsman sr.

Eerst maar eens een misverstand uit de wereld helpen: De Eerste verwijst niet naar de eerste biologische boer in de Noordoostpolder. ‘Dit is de eerste bewoonde boerderij van de polder’, vertelt Marsman, wiens vader jarenlang op dezelocatie ‘staatsboer’ was. Pas in 1983 kon hij de boerderij van de overheid overnemen. Vier jaar later volgde zijn zoon hem op en hij schakelde meteen overop een biologische visie. ‘Dat kan nooit: het is hier alleen maar zand’, zei mijnvader…’, glimlacht Marsman, die de boerderij runt met zoon Gerrit, schoonzoon Erik, Bertiene van Oort en diverse medewerkers.

Een foto in de kantine laat de geschiedenis mooi zien. Een polderarbeider ploegt zich een weg op het strand van Blokzijl. Dat daar ruim zeventig jaar later een bloeiend agrarisch bedrijf staat, is nauwelijks voor te stellen. De Eerste heeft zestig koeien, een kaasmakerij, een winkel, een bezorgservice (’dat noemen ze tegenwoordig een webshop’) en geeft op het erf nog eens drie ondernemingen de ruimte. Bovendien teelt het onder meer diverse koolsoorten, aardappels, pastinaak, sla en andere groenten. ‘Onze doelstelling is dat we produceren voor mensen en dat volgens het principe van de circulaire landbouw’, zegt Marsman.

Dat betekent dat hij zijn akkers voor veeteelt en tuinbouw zo beheert dat latere generaties daarvan volop profiteren. ‘Kringlooplandbouw’, noemt hij het ook wel. ‘Eigenlijk zit daarin nog één gat: als wij onze groenten bezorgen, nemen we niet de resten die daar ontstaan van onze klanten mee terug voor ons land. Dat gat dichten wij met maaisel uit De Wieden.’

Natuurmonumenten streeft daar met verschralingsbeheer naar behoud en ontwikkeling van bijzondere vegetatie. Jaarlijks komt daardoor ruim 7000 ton maaisel vrij waarvan een deel wordt geleverd aan Marsman. Het overige deel wordt ook afgeleverd aan biologische akkerbouwers, vaak in de Noordoostpolder. Natuurmonumenten ziet dit vrijkomende maaisel als restproduct en hecht veel waarde aan een nuttige toepassing. De organisatie streeft daarbij naar een korte keten en kostenefficiëntie.

Bodemleven

Marsman gebruikt het maaisel al zeker tien jaar en is ervan overtuigd dat zijn akkers daardoor vruchtbaarder zijn geworden. Hij wijst naar het percentage humus in de grond. ‘Na dedrooglegging van de polder was dat 0 procent, in 1987 2 procent en nu 4 procent. Dat zien we terug aan het bodemleven: ploeg ik het land nu met een tractor om, dan heb ik honderden meeuwen achter me aan. Vroeger zag je dat beeld helemaal niet in de polder. De aanvoer van het maaisel van Natuurmonumenten in de zomermaanden is daarbij heel belangrijk.’

EKO-Boerderij De Eerste is momenteel flink aan het verbouwen. De kaasopslag is uitgebreid en gemoderniseerd, de stal is verplaatst en binnenkort wordt de winkel uitgebreid.