Oh oh Emmeloord | Rotzooi

Rotzooi

Als ik ergens een bloedhekel aan heb, dan wel zwerfafval. Blikjes en snoeppapier dat achteloos over de schouder wordt geworpen. Leeg gelepelde kartonnen ijsbakjes achtergelaten op muurtjes: daar hou ik niet van, dan hoop ik dat karma haar werk doet. De grootste droeftoeter in deze: lieden die na een dagje pretpark door de MC Drive rijden en de afvalbak te ver weg vinden staan. “Ja doe maar een extra bakje fritessaus ja. Ennemeuuh.., we motten wat extra suiker in de Milkshake want anders lussen we ‘m niet. Wat? Of ik er een tasje bij wil?! Nee joh tamme, helemaal niet nodig! Nadat we de meuk tegen de huig hebben geduwd, donderden we de rotzooi gewoon op de parkeerplaats. Heeft die Rooie Ronald van der Donald ook wat te doen, toch?! ”

Vroeger in de Middelplaat geen zwerfafval. Het waren de jaren tachtig. Papiertjes van de Lange Jan stopten we gewoon nog in de broekzak en chips kreeg je alleen in het weekend. Cola in een blikje? Op vakantie voor de tent, want dan was het feest. Zo ging dat en zo hoort dat.

Toen ik later naar Utrecht verhuisde leerde ik het zwerfvuil voor het eerst goed kennen. Op het lokale busstation regent het buskaartjes, de Amsterdamsestraatweg richting Zuilen lijkt meer op een horizontale stortkoker dan een winkelstraat. In de straat waar ik woonde waren het voornamelijk lege zakken chips die over de klinkers rondzwierven. Als het aantal voorbij waaiende zakjes Croky opeens flink toenam, wist je dat het tijd was om de klok te verzetten: zomertijd, er werd ook na het avondeten weer buiten gespeeld.

Toen ik later in Amsterdam een kamer huurde, leerde ik ook andere rotzooi kennen. De aan lagerwal geraakte huisbaas die beneden woonde, lag vaker z’n roes uit te slapen in de portiek, dan in z’n eigen bed. Toen de eigenaar van een escortservice de huisbaas z’n openstaande rekening kwam vorderen, stonden we even later samen naast zijn bed. “Mijn huisbaas heeft denk ik een delirium. Hij maakt nog wel geluid maar ik weet niet of hij zo kan gaan pinnen meneer. Meestal haalt hij z’n bed niet eens, dat is wel een goed teken, toch?.” De pooier keek geïrriteerd om zich heen, om vervolgens te vragen of het schilderij aan de muur ‘soms een echte Karel Appel was. Jazeker wel,’ zei ik trots. Alsof het doek van mijn was.

Maar goed, we dwalen af en de column wordt veel te lang. Via de wegwaaiende chipszakken wilde ik een bruggetje maken naar zwerfafval wat zich langzaam vast nestelt. Rotzooi dat zich vastplakt in het straatmeubilair en langzaam aan ‘gewoon’ begint te worden. Wie Emmeloord binnen komt rijden passeert een leegstaande flat. De hoop puin die ervoor ligt te balen wordt langzaam groen door woekerend onkruid. Scheef hangende hekken, met houten platen dichtgetimmerde ramen. Openstaande deurtjes klapperen in de wind. Is dit de komende jaren de entree van Emmeloord? Vastgeplakte rotzooi die langzaam ‘gewoon’ wordt? Wat een tenenkrommende rotzooi. Het lijkt nergens op, als dat doek van Appel.