Dierenartsen: 'Voldoende voedsel voor grote grazers in Oostvaardersplassen'

Lelystad

Er is op dit moment voldoende voedsel in de Oostvaarderplassen aanwezig voor de grote grazers. Dit concluderen onafhankelijke dierenartsen na de derde ronde die zij woensdag in opdracht van de provincie door het natuurgebied hebben gemaakt.

Eerder, op 23 april, hebben de dierenartsen de provincie geadviseerd het bijvoeren van de grote grazers in de Oostvaardersplassen langzaam af te bouwen. De termijn waarbinnen de grote grazers, op basis van een besluit van Gedeputeerde Staten (GS), konden worden bijgevoerd liep op 5 mei af. GS hebben dezelfde onafhankelijke dierenartsen nogmaals gevraagd om te beoordelen of er op dit moment inderdaad voldoende voedsel in de Oostvaarderplassen aanwezig is voor de grote grazers. Op basis van hun bezoek concluderen de dierenartsen dat er voldoende voedsel aanwezig is. De provincie volgt het advies van de onafhankelijke dierenartsen.

In het verslag van de dierenartsen staat:

“Vandaag, 9 mei 2018, hebben ondergetekende dierenartsen op verzoek van provincie Flevoland wederom een kort bezoek gebracht aan de Oostvaarderplassen met als doel de situatie rond het bijvoeren te evalueren.

Geconstateerd moet worden dat nu overal, over grote oppervlaktes, gras begint te groeien. Alle dieren waren tijdens het bezoek aan het grazen. Hetzij aan het gras, hetzij aan de jonge scheuten van het riet.

Het gras is nog niet lang, omdat het meteen door de grazers en ganzen wordt afgegraasd. De conditie van sommige dieren is nog steeds schraal, al zijn wel tekenen van verbetering zichtbaar (de glans begint onder het winterhaar zichtbaar te worden) en zijn er ook dikke paarden waargenomen.

Sommige dieren moesten van ver komen en hun fysiologie heeft tijd nodig om zich te herstellen. Alle bekeken dieren zijn actief en alert.

Sinds vrijdag wordt er niet meer door Staasbosbeheer bijgevoerd. Op enkele plekken staan nog niet aangeroerde, complete balen voer. Het lijkt erop dat alle dieren het jonge gras prefereren boven het aangeboden voer. Geconcludeerd kan worden dat het verantwoord is om nu met het bijvoeren te stoppen.”