Bogaards: ‘Het gaat direct om mensen’

EMMELOORD

Acht jaar geleden werd Hennie Bogaards-Simonse uit Zeewolde ‘geplukt’ om wethouder sociaal domein in Emmeloord te worden. Ze heeft invulling van de nieuwe taken vanuit het Rijk vormgegeven: de Wmo, de wet op de jeugdzorg en de participatiewet.

‘Het is nu tijd om het beleid op punten te herzien en te verbeteren. Dat zie ik als een taak voor iemand die er met een frisse blik tegenaan kan kijken. Daarom maak ik plaats voor een nieuwe wethouder. Je moet kritisch naar je eigen houdbaarheid kijken’, hiermee verklaart ze de punt die ze achter het wethouderschap zet. Gisteravond was het afscheid in een bijzondere raadsvergadering.

Voordat ze naar het gemeentehuis van de Noordoostpolder kwam, werkte ze bij Concern voor Werk. Van 1998 tot 2002 was ze raadslid voor het CDA in Noordoostpolder. Nadat ze naar Zeewolde verhuisde bleef ze actief binnen het CDA. ‘Flevoland is klein en de lijnen zijn kort. Toen ze in Noordoostpolder zochten naar een kandidaat voor het wethouderschap belde Aart Reusing, waarmee ik in de raad had gezeten me op met de vraag of ik wethouder voor het sociaal domein wilde worden. Dat was een mooie kans en zo keerde ik terug naar Emmeloord.’

Sociale structuurvisie

Naast haar sociale profiel was het ook mooi meegenomen dat ze vrouw was. ‘Ik denk wel dat het meegespeeld heeft, maar ik hoop niet dat het de doorslaggevende reden was’, zegt ze met een lach. ‘Het profiel paste gewoon heel goed.’ Al was het takenpakket dat op haar wachtte niet simpel. ‘Of ik een sociale structuurvisie wilde maken. Ik zei: wat bedoelen jullie daarmee?’

‘Als oud raadslid wist ik natuurlijk ook alles van ruimtelijke structuurvisies, maar van een sociale had ik nog weinig gehoord. Ik heb toen eerst een ronde door de gemeente gemaakt. Ik heb bij dorpen en wijken gekeken en stelde me steeds de vraag: Wat typeert de sociale structuur?’

‘Ik zag veel vrijwilligerswerk en betrokkenheid van inwoners; een participatiemaatschappij, een woord dat toen landelijk nog niet gangbaar was. Het is de basis voor decentralisatie. Een mooie uitdaging voor de gemeente, want je staat veel dichter bij de mensen.’ Landelijk is er veel over de overgang of decentralisatie van nieuwe taken geklaagd. ‘Het was een gigantische operatie en dat gaat niet meteen 100 procent goed, maar daarvoor was het ook niet perfect’, relativeert ze.

Participatie

Voor Bogaards was het ook stoeien met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) die in januari 2015 van kracht werd. ‘Het is een hele brede wet waar veel bij komt kijken: de zorg in het algemeen, maar ook vrouwenopvang en opvang van ex-gedetineerden om maar wat te noemen. Het kostte veel tijd om daar goed in thuis te worden.’

Bogaards maakte de transitie van de decentralisatie van de zorgtaken van Rijk naar gemeente als direct verantwoordelijk bestuurder mee. ‘Raadsleden bemoeiden zich tot enkele jaren terug vooral met ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen, de sociale agenda was meer bijzaak maar inmiddels vraagt het hele pakket aan zorg 50 procent van de gemeentebegroting.’

Een zware last op de schouder? ‘Nou ja, als er maar iemand tussen wal en schip valt, door de nieuwe regels, voel je wel de verantwoordelijkheid. Dat geeft spanning. Je kunt er persoonlijk op aangesproken worden. Dat is toch anders dan bij een bestemmingsplan. Het gaat hier direct om mensen uit de gemeente en hun welzijn en gezondheid.’

Keukentafel

‘Je kunt beleid maken, maar hoe landt het bij de inwoners. Help je als je vanuit de wet handelt of handelt vanuit de vraag en daar bij aansluit. Ik ging voor het laatste en dan is het leuk als je het voor elkaar bokst.’ Niet dat dat altijd lukte. Bijzonder was de periode van de keukentafelgesprekken en de bezuinigingen op de huishoudelijke hulp. ‘Er moest 70 procent bezuinigd worden. Als gemeente hebben we gezegd dit kan niet. We hebben er contact over gehad met staatssecretaris Martin van Rijn. Ik vond het moeilijk te verkopen dat het roer om moest. Veel mensen moesten zelf de 12,5 per uur betalen voor hulp of kregen een bijdrage uit de bijzondere bijstand. Er zijn ook rechtszaken geweest. Dat we beleid moesten terugdraaien vond ik teleurstellend.’

Veel blijer wordt ze van de ingezette actie ‘Krachtig tegen Armoede’ waaruit bijvoorbeeld de Zwemslag is voortgekomen. Het garandeert dat alle kinderen in de polder een zwemdiploma kunnen halen. ‘Het ontroert me hoeveel betrokkenheid er is voor die thema’s.’

Na acht jaren in het gemeentehuis in Emmeloord, geleefd door de agenda van het college, staat Bogaards nu voor blanco bladzijden. ‘De toekomst ligt open. Ik ga niet terug naar Concern voor Werk. Ik wilde ook geen terugkeergarantie. Het zou toch gek zijn als ik daar ineens weer sta om van iemand anders mijn baan weer op te eisen.’

Blanco bladzijden

‘Ik weet nog niet wat ik ga doen. De 24-uurs paraatheid maakte deze baan heel intensief. Er komt in ieder geval meer tijd voor mijn gezin en de drie jongens.’ Ze laat aan het Harmen Visserplein in ieder geval een gigantisch dossier achter voor haar opvolgers. Wat ze wel meeneemt vanuit het gemeentehuis zijn de drie oorkondes die aan de wand hangen. Het blad Binnenlands Bestuur benoemde haar in 2014 ( vanwege het vormgeven van de decentralisatie), 2015 (voor feitenkennis) en 2017 tot de beste 50 bestuurders van Nederland. ‘Ja daar ben ik wel een beetje trots op’, besluit ze.

Cees Walinga