Marker Wadden: een natuurlijk huzarenstuk

LELYSTAD

Vierduizend kuub zand, klei en slib per uur, dertig miljoen in totaal. Dat zijn ontelbaar veel vrachtwagens vol met grond, opgezogen uit het Markermeer, om verderop weer opgespoten te worden.

De zandzuiger gaat ´s nachts gewoon door om de Marker Wadden verder gestalte te geven. Het nieuwe natuurgebied in het Markermeer is weer zo´n visitekaartje van de Nederlanders. Anders weer dan wat ze voor de kust van Dubai presteerden. Onvoorstelbaar voor wie er nu een kijkje heeft mogen nemen, maar op 8 september is de officiële opening al.

Boswachter André Donker van Natuurmonumenten wijst naar de maquette en de kaart, vertelt honderduit in het houten onderkomen van de Marker Wadden in de haven van Lelystad. Er gaan getallen door de ruimte, het voorbereidende verhaal wordt verteld voordat de boot vertrekt. ‘Het zand wordt net als een 3D-printer opgebouwd, dat gebeurt via gps zodat alle kuubs zand en klei precies op de goede plek worden aangebracht. In een gemiddelde vrachtwagen gaat 24 kub, hier is sprake van 166 vrachtwagens per uur’, benadrukt hij nog maar eens de omvang van het project.

Donker vertelt ook over het belang van de Marker Wadden, voor trekvogels bijvoorbeeld, die geen goede plek meer hadden voor een tussenstop op hun reis van Noord naar Zuid en andersom. De Marker Wadden biedt die nu. Tevens werkt de aanwezigheid van de Marker Wadden positief op het natuurherstel van het Markermeer, dat bijna is dichtgeslibt.

Snelle boot

De Sirocco is een snelle boot, kapitein Frans kent zijn pappenheimers. De zeebonk is wel wat gewend op de Urker viskotters, die het IJsselmeer bevaren op zoek naar een goede vangst. Nu vaart hij dag en nacht vele malen heen en weer tussen de haven van Lelystad en de provisorische kade van de Marker Wadden. Harde werkers van Boskalis, mensen van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten en andere gasten worden afgezet op een plek, waar je nu overal om je heen zand en slib ziet. Opgespoten in anderhalf jaar tijd, vijf eilanden die een waar vogelparadijs moeten worden. Nieuwe natuur, maar ook ruimte voor kleinschalige recreatie.

´Er is de hele winter hard doorgewerkt. Er lag in november nog maar één eiland, nu al vijf. Er is 250 hectare bijgekomen, in totaal ligt er 800 hectare nieuw land´, vertelt André Donker. De eerste plantenlijst is gemaakt, ook het aantal verschillende vogelsoorten dat vorig seizoen al een kijkje nam op de zand- en slibvlakte, wordt strak bijgehouden, Vorig broedseizoen waren dat er zestig. Geen wonder dat de twee recreatiehuisjes vooral bestemd zijn voor vogelaars, die enkele dagen op de eilanden willen doorbrengen om de vogels te bestuderen en observeren.

Als de boot het haventje van Marker Wadden nadert, lijkt het een uitgestorven vlakte. Eenmaal aan wal, moet nota bene een bouwhelm opgezet worden. ‘Het is officieel een bouwterrein’, lacht Donker, ‘maar je zal hier niet snel iets op je hoofd krijgen behalve vogelpoep.’ Vanaf een duin wijst Donker in het rond. ‘In het toezichtgebouw komt een torentje, daar kun je alles overzien. Er komt ook nog een hogere uitkijktoren voor bezoekers, de steltloper.

Blauwe hart

Het Markermeer is volgens André Donker ‘het blauwe hart van Nederland’. ‘Ongekend zoveel ruimte als je hier hebt. Het is hier niet zo diep en daarom in er aardig wat golfslag. De eilanden zij n zo gesitueerd, dat de golfstroom er omheen stroomt, wanneer de golven weer terug willen, worden ze opgevangen door honderden palen in het water die de stroom afremt en zo rustig in het kleimoeras laat stromen.’ Donker vertelt dat die slibmoerassen nog voorzien worden van het zaad van riet bijvoorbeeld Wieden-Weerribben. ‘We hebben hier een kleine hovercraft en die zweeft over de klei. Straks wordt met de luchtstroom van de hovercraft het zaad door een pijp over het gebied verspreid’, legt de boswachter uit. ‘Maar we zetten het moeras eerst onder water, zodat wilgen geen kans krijgen om te groeien.’ Wat er al wel groeit, is moerasandijvie. ‘Dat is eetbaar en het komt overal ter wereld voor.’

Overigens zijn plaggen van het Zwarte Meer naar de Marker Wadden gehaald om het zand in de haven vast te houden. Daar groeit nu al van alles wat ook in de regio van het Zwarte Meer en het Zwartewater groeit, zoals de lisdodde.

Gebroed werd er vorig jaar al volop, heel toevallig wordt het eerste ei van het seizoen 2018 gevonden op het moment dat de schrijver van dit verhaal met André Donker en zijn collega Roos Kooiman (communicatieadviseur van de Waddeneilanden) een rondje over de eilanden maken. Donker is verguld als hij het ei van een zwartkopmeeuw ziet, uiteraard gaat dit nieuws direct op Twitter en wordt de opzichter van Boskalis gewaarschuwd dat dit weggetje afgezet moet worden. Datzelfde Boskalis kan veel, maar geen duinen aanleggen. ‘Dat moet de wind voor ons doen’, legt Donker uit. ‘Wij hebben alleen aan Boskalis gevraagd om het zand op een bepaalde manier en plek neer te leggen.’

Stormloop

Op een zondag met prettige weersomstandigheden, varen volgens Donker zo’n 8.000 bootjes op het Markermeer. ‘Dat zijn vooral zeilboten, die komen om te zeilen. Die kunnen straks aanleggen bij de Marker Wadden, vrij ankeren in de haven mag, maar er komen ook speciale boxen, die geboekt moeten worden en waar liggeld gevraagd wordt. Het zelfvarende publiek is toch een heel ander publiek, dan mensen die je op het eiland afzet, die komen vooral om te varen.’ De verwachting is dat het vanaf september storm gaat lopen. ‘Iedereen wil de Marker Wadden zien, een paar georganiseerde tripjes zijn al bijna uitverkocht.’ Het aantal dagjesmensen wordt zo veel mogelijk gereguleerd, de veerboot kan straks maximaal tweehonderd mensen afzetten. ‘Er komt ook een havenmeester, misschien later wel een beherend echtpaar. Heel veel mensen melden zich aan om op de Marker Wadden te komen werken. De belangstelling is overweldigend. Het is ook het grootste natuurherstelproject van Europa in het grootste zoetwatermeer. Er wonen en werken bovendien 2,5 miljoen mensen om het Markermeer heen’, cijfert Donker voor.

Toezichthouder

Politie en Rijkswaterstaat krijgen toezichthoudende taken, Natuurmonumenten levert een eigen toezichthouder. ‘Maar we willen de Marker Wadden niet in een te traditioneel jasje hullen, al zitten er natuurlijk wel grenzen aan het aantal bezoekers.’ Een grote horecavoorziening komt er zeker niet, André Donker verwacht wel dat gezinnen met jonge kinderen er een dagje strand komen doen. Bijzonder: het strand lijkt in alles op het Noordzeestrand, alleen is er geen getij en is het water zoet in plaats van zout. Hier dus geen zilte zeelucht, maar wel prima en veilig zwemwater en geen overvol strand.


Auteur

Artizzl Media / Peter Nefkens