Oh oh Emmeloord

Triest Goed, waar waren we gebleven. Oh ja, samen met de lokale buurtpooier stond ik in Amsterdam-Zuid mijn huisbaas te observeren. De rekening die nog bij hem openstond ging die avond niet afgeroomd worden. De huisbaas was diep verzonken in een apocalyptische droomreis met als eindbestemming een gitzwarte kater. “Ik denk niet dat hij zo kan gaan pinnen meneer,” mompelde ik nog. De buurtpooier had al lang door dat ‘t ‘m niet ging worden en stond nieuwsgierig naar de Karel Appel aan de muur te staren. Van succesvol zakenman tot berooid en verloren wakker worden in je eigen afval. Het kan triest lopen in het leven. Toen de huisbaas een jaar later acuut stopte met drinken omdat hij de droomreis voortzette naar de eeuwige jachtvelden en niet meer wakker werd, vroegen we ons als kamerhuurders van de bovenetage af wat te doen. Nooit kwam er iemand op bezoek, wie te bellen? Zou hij familie hebben? Een dag later werd het probleem opgelost. De lokale slijter stond voor de deur met onder zijn arm een contract. De strekking: ‘gratis drank voor meneer, zoveel u maar wilt. Betalen doe je maar als je dood bent. Want dan is je kapitale pand inclusief inboedel van mij, dus neem het er vooral van…’ It’s a mad world. Maar goed, dat was Amsterdam. The city of sins, de hoofdstad vol ratten en ander ongedierte.

Terug naar het onschuldige Emmeloord. Die smetteloze parel op de bodem van de zee. Die stad uit het water waar nooit iets gebeurt. Toch? Of toch niet? Een week of twee geleden gutste het bloed over de klinkers van de Korte Achterzijde. Een jongeman werd doodgestoken, stierf op straat of in de ambulance onderweg naar het ziekenhuis. Nog geen 25 jaar. Een volwaardig leven voor de boeg, stukgeslagen voor hij goed en wel op weg was. Al snel zag ik een video voorbij komen waarin de verdachte wordt opgepakt.

Met de handen omhoog komt hij zijn huis uitgelopen. Voor de laatste keer om er waarschijnlijk nooit meer terug te komen. Een arrestatieteam zet ‘m op z’n knieën, een blinddoek wordt omgedaan. Je wordt onschuldig geboren, niemand wordt geboren als moordenaar. Het leven vormt je, misvormt je of maakt je tot wie je niet wilt zijn. De blinddoek ging om en toen werd het donker.

Op de website van deze krant lees ik een quote: “Hij was verward en had hulp nodig. De twee kenden elkaar, maar ze hadden geen ruzie. Sabir was een lieve jongen en behulpzaam ook naar de dader toe. Ik weet dat de dader verward was en zich dingen verbeeldde. Het is allemaal heel triest.’ Het is triest, diep triest. It’s a mad world, ook in Emmeloord.