Flevokust Haven bewijst nu al zijn waarde

LELYSTAD

Flevokust Haven wordt vrijdag officieel opgeleverd. De overslaghaven is nu al in bedrijf, de eerste containers zijn verscheept. Onlangs kon een select persgezelschap alvast een kijkje achter de schermen nemen.

‘Hiermee is een foutje van Lely hersteld,’ grapte gedeputeerde Jan-Nico Appelman voor de rondleiding, ‘want hij heeft nooit een haven ingetekend in de plannen voor Flevoland. Dat proberen we nu te herstellen.’

Overigens kan het de oud-ingenieur en naamgever van deze stad niet worden aangerekend. In de oude plannen voor de nieuwe polder was nog een stuk nieuw land ingepland: de Markerwaard. Lelystad zou daarmee zijn verbinding met het water niet kwijtraken, maar van een lange kustlijn met weids uitzicht en diep water zou ook geen sprake meer zijn. In 1986 werd definitief besloten dat deze inpoldering niet door zou gaan.

Dapper doorgezet

Maar ook toen bleek de wens voor een overslaghaven niet onmiddellijk te leven bij de overheden. Pas in 2012 zag het plan voor Flevokust het licht. Na een lange voorbereidingstijd sneuvelde het in de gemeenteraad, waarna de provincie het overnam. De plannen werden gewijzigd, de provincie zou de aanleg van een buitendijkse haven voor haar rekening en risico nemen en de gemeente werd verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een binnendijks bedrijventerrein.

‘Dat was een dappere stap van de provincie, als provincie ben je geen ontwikkelaar,’ vindt Rogier Wilms, programmamanager van Flevokust Haven bij de provincie. Maar de provincie was overtuigd van de behoefte aan een dergelijke haven. Het achterland van met name agrarische bedrijven, die allemaal wortelen, aardappelen en andere producten te vervoeren hebben, is groot. Vervoer over het water is duurzamer dan vervoer over de weg en de filedruk in de toch al zo drukke Randstad vermindert er ook door. En de zeehavens van Rotterdam, Vlissingen en Antwerpen zijn goed bereikbaar via het Markermeer. Net als de aansluiting noordwaarts, voor kleine ladingen richting Duitsland of Scandinavië.

Behoefte blijkt

Vooralsnog krijgen provincie en gemeente gelijk in hun veronderstelling dat er behoefte aan is. In Container Terminal Utrecht (CTU) werd een partner gevonden voor de aanleg en exploitatie van de haven. Het bedrijf kocht ook de eerste vijf hectare bedrijventerrein van de gemeente. Er is serieuze belangstelling voor de volgende vijftien hectare bij twee bedrijven. In de eerste fase is er zeven hectare beschikbaar, waarvan nu nog twee niet vergeven is. In de tweede fase gaat het m 43 hectare. In totaal is er 160 hectare bedrijventerrein. Daarvan is 30 hectare voor de komende 18 jaar verpacht als terrein voor een groot zonnepark.

Verschillende sectoren

Het haventerrein zelf is vijf hectare groot, maar ook dat kan bij voldoende belangstelling verdubbeld worden. De kade, die nu 150 bij 400 meter is, zou dan 150 bij 800 meter worden.

De haven richt zich in eerste instantie op de overslag van agrarische producten. Daarnaast is de focus van de haven en het bedrijventerrein gericht op biobased en biogrondstoffen en de overslag van circulaire grondstoffen, waarbij afval grondstoffen oplevert voor de industrie.

Logistiek centrum

Jan-Nico Appelman denkt dat er ook kansen liggen voor de ‘maakindustrie’, waarbij de agrarische producten worden bewerkt tot nieuwe producten en dan via Flevokust Haven verscheept worden. In ieder geval gaat het volgens hem om een unieke haven, die Lelystad bovendien benadrukt als logistiek centrum van Nederland. ‘Met de luchthaven vlakbij en de prima bereikbaarheid per weg en per spoor is dat een feit.’

En welllicht dat de Hanzelijn ook nog eens een aftakking krijgt voor goederenvervoer van en naar de haven. ‘Dat zou dan een private spoorlijn worden. Maar als daar belangstelling voor is vanuit het bedrijfsleven, kan het wel. In de planologie van het gebied is er rekening mee gehouden.’


Auteur

Kees Bakker