Data is één, wat ermee te doen is twee

Nagele

Landbouwbedrijf De Zeeuw uit Nagele is volop bezig met de inzet van precisielandbouw. Het bedrijf krijgt daarbij hulp van teeltspecialist Rens Hupkes van Agrifirm. Gezamenlijk wordt gekeken naar de toepassing van data. Want iedere keer data verzamelen is een, wat ermee te doen een tweede. Het oog en eigen waarnemingen blijken daarnaast nog altijd een betrouwbare factor te zijn.

Voorzichtig stapt een drietal over een perceel vol ingezaaide uien. Voorop het perceel de zandkop, achterop zwaardere grond, met een aantal veenplekjes. Hoewel de bodem in de Noordoostpolder gemiddeld gezien egaal is, zijn er altijd plekken waar dat niet zo is. Eenmaal ingezoomd blijkt dat er op een perceel flinke bodemverschillen waar te nemen. Zo ook op dit perceel, nabij Nagele. Met het oog is het verschil al waarneembaar. Data toont het met cijfers aan.

Samenwerking

Arnoud de Zeeuw (bijna 24), zoon van Hans, en Rens Hupkes (25) zijn onderdeel van een nieuwe generatie in de landbouw. GPS is inmiddels gemeengoed in de agrarische sector en precisielandbouw, met de daarbij behorende toepassingen, wordt steeds meer omarmd. Toch blijkt dat – het komt vooral door de hoge kosten én de concrete toepasbaarheid – dat het minder hard loopt dan misschien eerder werd gedacht en gehoopt. Hoe zijn deze twee jongelingen eigenlijk bezig met precisielandbouw?

Allereerst is het interessant om te weten hoe de twee bij elkaar zijn gekomen en wat er voortvloeit uit die samenwerking. Arnoud de Zeeuw is nog niet zo gek lang geleden afgestudeerd aan de landbouwhogeschool. Zijn afstudeeronderzoek over precisielandbouw deed hij bij Agrifirm. ‘Het onderzoek ging over hoe je precisielandbouw als boer zijnde beter kunt interpreteren en hoe je daarmee een stap verder kunt komen’, vertelt hij. 

Uit het onderzoek bleek ook dat boeren een onafhankelijke partij nodig hebben die kan helpen om de toepassingen op dit gebied, zoals bijvoorbeeld de spuit, op de juiste manier werkende te krijgen. ‘Een GPS-fabrikant levert een product en daarnaast heb je te maken met een spuit. En zo zijn er nog verschillende partijen. Als iets niet werkt, geven partijen elkaar de schuld. Volgens de een ligt het aan de trekker, volgens de ander aan de aansturing van een toepassing. Als boer sta je in het midden en kom je er niet meer uit. Agrifirm probeert hierin meer kennis te krijgen en kunnen je hiermee helpen.’ Die samenwerking mondde enkele jaren geleden uit in een studiegroep precisielandbouw. De groep bespreekt praktijksituaties, problemen en kansen op het gebied van precisielandbouw. 

Leren

De goedlachse Rens Hupkes neemt als teeltadviseur en specialist in precisielandbouw Flevoland voor zijn rekening. Over de studiegroep is hij erg te spreken. ‘We brengen gegevens bij elkaar, geven uiteindelijk goed antwoord op vragen onderling. We zijn hierin harstikke open. Alles dat meerwaarde kan bieden, gebruiken we’, vertelt hij. Arnoud de Zeeuw: ‘We leren van elkaar. Op de combine doen we hier bijvoorbeeld al vijf jaar opbrengstmetingen en op de aardappelrooier nu drie jaar. We hadden hieruit geleerd dat we niet veel hadden aan de opbrengstmeting van het eerste jaar. Met poten hadden we bijvoorbeeld niet geregistreerd waar welk aardappelras stond. Wij hebben pootgoed, dus ook allemaal verschillende stroken en rassen. De opbrengstkaart toonde allemaal verschillende gegevens, maar je wist niet precies of er nu sprake was van een ander ras. Als je dat niet noteert, heb je er niets aan. Zoiets deel je vervolgens in de groep. Je leert ervan, maar het kost je een heel jaar.’

De bodem

Op een telefoon laat Hupkes een taakkaart van het perceel bij Nagele zien. De zandkop bestaat uit lichte grond. Op de kaart wordt dat in het groen weergegeven. Het achterste, zwaardere gedeelte, wordt in het rood aangetoond. De kleuren geven aan hoeveel water (en gewasbeschermingsmiddel) er nodig is. Er is middenin een nulmeting neergelegd, om een referentie te hebben. Het krijgt een oranje kleur. 

Deze data is bij De Zeeuw niet tot stand gekomen met een Veris-bodemscanner of een eBee. Arnoud de Zeeuw: ‘Vorig jaar hadden we hier tarwe en al vrij snel een groenbemester ingezaaid. We hadden nog niet bedacht hoe we het wilden aanpakken. Omdat de rest van de grond zwaar is, ploegen we deze aan het einde van de herfst al. We wilden niet in het voorjaar met de Veris over de grond rijden, want bodemverdichting vind ik een belangrijk onderwerp. De sporen wilden we niet in het land hebben. Dus toen hebben we gekeken naar de opbrengstkaarten, van onder meer de combine. Dat gaf al een heel mooi beeld. Daarna keken we naar de hoogtekaart. Dat kwam nóg beter overeen.’ Hij doelt daarmee op eigen kennis, dus zonder de toegepaste technologie. ‘We wonen hier al sinds de ontginning van de polder. Vader weet precies hoe het zit. Zand zakt niet in, de zware grond wel en de veenplekken nog iets erger. ‘We hebben het voor de rest gebaseerd op de hoogtekaart. Dat is niet honderd procent zo goed als een Verisscan, maar wel tachtig procent. Daar nemen we voor deze eerste keer genoegen mee. Op de zandkop klopt het overigens exact.’

‘Het is lastig om te weten wat je er aan meeropbrengst uithaalt, daarom hebben we er ook een nulmeting in gelegd, om te kijken of er verschil in zit’, vervolgt De Zeeuw. ‘We hebben nu veel opbrengstkaarten. Maar wat doe je ermee? De kennis vergaar je, maar de vervolgstap is lastig. Nu hebben we het over een vrij eenvoudig iets; je varieert in vloeistof. Maar ga je kijken naar overbemesting en dat soort zaken, dan wordt het lastig.’ Hupkes: ‘Je kunt in de toekomst variabel gaan poten of zaaien. In dit geval heb je al een basis, gezien de verschillen. Daar kun je op inspelen.’ 

Oppassen

De Zeeuw: ‘Je moet ook opletten dat je precisielandbouw niet zelf aan het creëren bent. Als een boer bijvoorbeeld pootgoedaardappels poot, moet hij of zij een bepaald aantal kisten kwijt op een hectare. Kom het niet uit? Dan doseert de boer op de laatste twee hectare iets hoger. Dan legt-ie meer knollen op een meter neer. Dan zie je later op de opbrengstkaart verschillen. Dan wordt vervolgens gedacht dat de grond op die plekken wel anders zou zijn, dus wordt er bijgestuurd. Op die manier creëert een boer het zelf. Daar moet je voor oppassen.’

Er is al met al nog veel winst te behalen met precisielandbouw. Waar liggen kansen? ‘Die vertaling is lastig’, benadrukt Arnoud de Zeeuw nog maar eens. ‘Je moet eerst genoeg data hebben verzameld. Op een eenjarige opbrengstmeting mag je geen concrete dingen baseren. ’Hupkes: ‘Een jaar is geen jaar. Je moet ervaring doen om rekenregels op te kunnen stellen. En daar is Agrifirm weer voor.’


Auteur

Alexander Drost