Groot geschut op koopvaardijschip Rutten

RUTTEN

De opgraving van het scheepswrak bij Rutten bevestigt het vermoeden van groot geschut in 18e eeuws koopvaardijschip.

Archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) troffen in het 18e-eeuwse scheepswrak maar liefst vier kanonnen aan. Het gaat om stukken geschut van het type 'draaibas'. Ze zijn nog volledig intact en zijn bij wijze van spreken vuurklaar, ook al hebben ze 300 jaar onder water en in de grond gelegen. De vondsten zijn uitzonderlijk, omdat de meeste schepen die op de voormalige Zuiderzee voeren, niet waren voorzien van bewapening, laat staan van zwaarder boordgeschut.

4 kanonnen

Vorige week werd de munitievoorraad van het schip aangetroffen en geborgen. Deze bestaat uit honderden musketkogels en kanonskogels, granaten, kartetsen en vaatjes buskruit. Met de vondst van de kanons is ook direct bewijs gevonden voor het afvuren van de munitie vanaf het schip.

De wapens worden zorgvuldig schoongemaakt en geconserveerd door de RuG. ‘We hopen te kunnen achterhalen wie de gieter is geweest van het ijzer en waar en wanneer deze wapens zijn gemaakt’, zegt Yftinus van Popta, de archeoloog van deze opgraving. Al eerder werd bij een proefopgraving duidelijk dat het schip op de Zuiderzee een vreemde eend in de bijt was met haar te grote lengte en te veel diepgang.

Burgemeester van Noordoostpolder Aucke van der Werff: ‘Op een vondst als deze hoopten we natuurlijk. Met deze opgraving is nu al een schat aan informatie gevonden in de bodem van Noordoostpolder. We zijn benieuwd wat de Noordoostvaarder ons nog meer vertelt.’ Hout van het schip is onderzocht en hierdoor vermoeden de archeologen dat het schip gebouwd werd aan het begin van de 18e eeuw en rond die tijd ook is vergaan aan de Noord-Oostkust van de Zuiderzee. Een deel van de gebruiksvoorwerpen die bij de opgraving zijn geborgen is afkomstig uit Groot Brittanie. Dit kan betekenen dat het koopvaardijschip daar haar thuishaven had.

Gemeente Noordoostpolder is opdrachtgever voor de opgraving, die juni dit jaar is gestart en tot eind augustus duurt. Rijksuniversiteit Groningen voert de opgraving uit.