‘Zaad kan een plekje in de aardappelwereld krijgen’

Emmeloord

Aardappels kunnen tegenwoordig ook worden gekweekt uit zaad. Is dat slecht nieuws voor de pootaardappel of loopt het nog niet zo’n vaart? Algemeen directeur Jan van Hoogen van Agrico in Emmeloord ziet de toekomst in ieder geval zonnig tegemoet. ‘Ik zal nooit voorspellen dat het einde van de pootaardappel nabij is.’

Door Donna Oevering

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: het kweken van aardappels uit zaad vormt geen bedreiging voor Agrico. ‘Wij geloven zeker dat zaad een plekje in de wereld kan krijgen’, vervolgt Van Hoogen. ‘Vooral rond de evenaar. In landen zoals Kenia, Rwanda, Indonesië en de Filipijnen.’

Simpelweg omdat de akkers in deze gebieden slecht bereikbaar zijn en de transportkosten erg hoog zijn. ‘In deze gebieden is het goedkoper om zaad op de juiste plek te krijgen, dan pootgoed. En voor de boeren daar maakt het niet uit, die kunnen niet zo kieskeurig zijn. Die zijn allang blij met een fatsoenlijke opbrengst.’

Hij doelt hiermee op het feit dat aardappel een homogeen gewas is, maar dat dit niet meer zo is als het uit zaad wordt gekweekt. ‘Ieder zaadje is een ander ras. Voor een frietbakker is dat bijvoorbeeld lastig. Die wil een homogene aardappel. Groot en lang om zoveel mogelijk friet van te kunnen snijden.’

Het is volgens Van Hoogen bovendien erg arbeidsintensief om aardappels uit zaden te kweken. De bessen moeten worden opengesneden, van zaadjes worden ontdaan en die moeten weer worden gedroogd. Heel veel handwerk dus en dat gebeurt dan ook in landen waar de personeelskosten laag zijn.’ Een pootaardappel daarentegen stop je in de grond en laat je groeien en vermeerderen. Om hem vervolgens met een machine te rooien.’

Met andere woorden: het telen van aardappels uit zaad is veel arbeidsintensiever en dus duurder dan de traditionele methode. Van Hoogen: ‘Ze zeggen ook wel eens: een kilo tomatenzaad is duurder dan een kilo goud.’

China is met 95 miljoen ton het grootste aardappel producerende land ter wereld, vertelt Van Hoogen. De Chinese overheid heeft de teelt van (poot)aardappelen enorm gesubsidieerd en inmiddels rijzen de frietfabrieken de pan uit. ‘Dit weten veel mensen niet hoor. China staat toch nog altijd bekend om de rijst.’

Ter vergelijking: India produceert 45 miljoen, Rusland 30 miljoen, de Verenigde Staten 20 miljoen en Nederland 4 miljoen. ‘Wij als Nederland BV hebben 2 procent van het areaal pootaardappelen. Dat marktpotentieel is enorm interessant voor ons.’

Niet zozeer de ontwikkeling van de teelt uit zaad is een probleem voor de toekomst. Van Hoogen wijst op de aardappelmoeheid. Daar maakt hij zich wel zorgen over. ‘Doordat we tegenwoordig heel intensief telen is de ziektedruk heel hoog. De aaltjes worden in heel Nederland een probleem. Want als die wakker worden en in de wortel van een aardappelplant bijt, dan zuigt -ie de plant leeg.’

Inmiddels heeft Agrico na langdurig kweken aardappelrassen die hier resistent voor zijn. Daarmee worden de aaltjes gelokt, zodat ze doodgaan. ‘Kijk, ik zal nooit voorspellen dat het einde van de pootaardappel nadert. Want door goed onderzoek, vakmanschap en samenwerking in de keten krijgen we tot nu toe alle bedreigingen onder de knie.’

Boeren zijn heel innovatief, zegt de algemeen directeur. En het vak wordt steeds uitdagender, doordat de overheid de regels aanscherpt en er ondertussen intensiever wordt geteeld. ‘Telers zijn zich meer en meer bewust dat de grond een belangrijk middel is waarmee ze hun boterham verdienen. Dáár moet het gebeuren en niet in de schuur.’