Wraak van een verdwenen zee

Kuinre

De Zuiderzee is al decennia getemd. Woelig baren werden saaie polders. Het zilte nat is weg. Of toch niet? In een muur van de hervormde kerk in Kuinre houdt het laatste restje Zuiderzeewater dapper stand. Sinds de stormvloed van 1825 die het godshuis ook trof, speelt een muur in de consistorie op. Altijd vocht, altijd plekken. Niet mooi te krijgen. Wraak van een verdwenen zee.

Deze en vele andere verhalen kunnen bezoekers op Open Monumentendag, zaterdag 8 september, horen in de hervormde kerk van voormalige Zuiderzeestadje Kuinre. Het godshuis uit 1678 doet mee aan een Kerkenroute waar ook kerken in Blankenham, Munnekeburen, Scherpenzeel en Nijetrijne aan meedoen. De route die per fiets of auto afgelegd kan worden langs bedehuizen, beleeft dit jaar zijn lustrum.

Bedenkster van de Kerkenroute is Linda Polderman (46), zeer betrokken lid van de Protestantse Gemeente Kuinre en actief bij de Historische Vereniging IJsselham. Ze maakte en folder met alle deelnemende kerken, met bijbehorende informatie. ‘Ik werd geïnspireerd door het Rondje Vollenhove. Toen dacht ik: dat moet hier ook kunnen. Het is leuk om deuren van kerken te openen om mensen op een laagdrempelige manier te informeren en vooral ook de jeugd een keer binnen de muren te krijgen’, zegt Linda. ‘Het geloof is belangrijk. Dat moeten we koesteren en bovendien doen er prachtige kerken mee’, vult Elly Paulusma (51) aan. Ook zij is betrokken lid en overbuurvrouw van de kerk in Kuinre. ‘Dat gebouw is van ons allemaal. We zijn er echt trots op.’

In de kerk van Kuinre zijn morgen ook schilderijen te zien van Mirjam van Benthem, een plaatselijke kunstenares. De historische Vereniging IJsselham is er ook met doop- en familiegegevens vanaf 1820. Ook ligt er materiaal van de Hervormde Vrouwenvereniging. Die ging in april van dit jaar ter ziele, na dik tachtig jaar. Even verderop ligt de Kuunderse Punter KU11 in de Linde. Bezoekers kunnen een vaartochtje maken.

Dat verhaal van die Kuunderse kerkmuur die opspeelt is geen broodje aap. De stormvloed van 1825 die honderden doden eiste langs de oude Zuiderzeekust, trof ook Kuinre met vernietigende kracht. De hervormde kerk raakte beschadigd. Het gebouw werd grotendeels vernieuwd met behoud van de onderbouw. In 2010 maakte een stukadoor alles glad, maar het zilte nat van de verdwenen zee liet zich niet knechten. Grote vochtplekken zijn nu weer zichtbaar. ‘Wij denken dat deze plekken terug te voeren zijn op de waterschade van toen’, zegt Elly Paulusma.

Twee schepen die aan de zoldering hangen, een oorlogsschip uit ongeveer 1650 en een kofschip uit 1750 maakten de vloed ook mee, net als twee koperen doophekken. Een stampt uit 1690, de andere uit 1798. Een derde schip, een botter, hangt sinds 1950 boven het kerkvolk. Typisch voor Zuiderzeekerken: boten aan de zoldering. Wie goed naar het tongewelf kijkt, ziet een boot in omgekeerde vorm. Dat kan geen toeval zijn.

Ook de kerk van de Protestantse Gemeente Blankenham is morgen en ook zondag open. Ook hier doet die vermaledijde Zuiderzee van zich spreken. Aan een doorbraakkolk, waarschijnlijk ook het gevolg van de vloed van 1825, ligt dit godshuis uit 1893. De voorloper van dit gebouw werd een jaar eerder door de bliksem getroffen. Vuur verzwolg het huis des Heeren. De Zuiderzee keek toe. Nieuwbouw volgde.

En zo gaat de route door naar de protestantse kerk van Scherpenzeel uit 1788. In 1860 kwam er een noordarm bij. De toren dateert uit 1879. Een oudere toren dreigde in te storten en werd vervangen.

Het godshuis in Munnekeburen ligt ook langs de route. Het gebouw uit 1806 is geen kerk meer. In 1992 waren er plannen om de kerk te slopen. De bevolking keerde zich tegen de sloop. De kerk is vervolgens verhuurd als opslagruimte voor een bedrijf.

Verder zijn geopend: de kerk van de Evangelische Gemeente in Nijetrijne, de katholieke begraafplaats aan de Slijkenburgerdijk bij Kuinre en ook is de klokkenstoel in Spanga te zien.

Godshuizen zijn bakens in de dorpen. De Zuiderzee is weg, maar de gebouwen staan er nog, met zilte vochtplekken in één muur in Kuinre als een laatste zilte zucht.


Auteur

Eelco Kuiken