Elisah Aarts nationale topper

Rutten

‘Ik besef amper, dat ik de beste van heel Nederland ben. Ik weet, dat het knap is wat ik gepresteerd heb, maar ik ben vooral heel verbaasd’, zegt Elisah Aarts, nationaal kampioen ZZ springen.

Aarts (31), die jonge paarden opleidt op haar boerderij aan de rand van de Noordoostpolder, leverde begin september haar beste prestatie ooit door op de Hippiade in Ermelo Nederlands kampioen in de zwaarste categorie van het springen te worden. Met haar merrie Egane (9) bleef ze in de barrage haar naaste concurrent Lysanne Kruizinga zeshonderdste van een seconde voor. ‘Twee combinaties waren foutloos en ik was als laatste aan de beurt. Ik heb niet al te dol gereden.’

Die tactiek was toereikend voor de nationale titel, een absoluut hoogtepunt in haar carrière. Aarts, van origine Limburgse, zit al vanaf haar zesde op de rug van een paard, destijds een pony. ‘Ging ik met m’n zusje naar de manege. Als mijn moeder soms boos was, mocht ik voor straf niet rijden. Vreselijk. De ergste straf, die je kon bedenken.’ Op de boerderij aan de Hopweg, waar ze met haar vriend Eelke Bruinsma woont, verzorgt en traint ze tien paarden, die ze voor de eigenaren op wedstrijden uitbrengt. Haar lust en haar leven. 

Hengsten africhten

Elisah Aarts weet dat ze dat goed kan, jonge paarden opleiden. Ze leerde het vak bij VDL Stud, een grote hengstenhouderij en –fokkerij in Bears, niet ver van Leeuwarden. ‘De grootste van de wereld, denk ik. Heb ik acht jaar gewerkt, jonge hengsten africhten en goedgekeurde hengsten rijden voor shows. Aparte tak van sport’, vindt ze. Dag in, dag uit vertoeft ze tussen de paarden. Het verveelt nooit. ‘Het zijn levende wezens, hè? Geen dag is hetzelfde, het is nooit saai. Paarden hebben een eigen persoonlijkheid. Je krijgt echt een band met ze.’

De Limburgse tongval is nog goed hoorbaar. Aarts komt uit Weert en volgde in Deurne een opleiding aan het Hippisch Centrum. Via een ex-vriendje, ze was toen twintig, kwam ze in Langezwaag terecht. Sindsdien woont ze in het noorden van het land. ‘Limburgers en noorderlingen zijn allemaal even stug en eigenwijs, maar het is wel anders. Limburgers praten meer en houden meer van gezelligheid. Ze vieren er vaker feestjes.’ Aarts heeft nog steeds een connectie met Langezwaag. Ze is lid van PSV De Tjongerruiters uit het dorp boven Heerenveen. 

Gouden medaille

Zelf vierde Elisah Aarts een feestje na het binnenhalen van de Nederlandse titel. Ze ging zonder al te hoge verwachtingen naar Ermelo met Egane, eigendom van de familie Sybrandi uit Deinum. Ze was net geopereerd aan haar hand. ‘Ik had twee weken ervoor niet of nauwelijks gereden. Ik zou wel zien hoe het zou gaan.’ De rest is geschiedenis. ‘Ik had met Egane vijf keer eerder aan een NK, in andere categorieën, meegedaan en altijd in de prijzen gereden. Maar deze gouden medaille is absoluut een hoogtepunt.’ 

Egane is een door de familie Sybrandi gefokte schimmel, die door Aarts wedstrijdklaar is gemaakt. ‘Ze is een beetje een chagrijnig paard’, lacht Aarts. ‘Ze vindt het niet leuk om geknuffeld te worden. Het is wel een vechter.’ Elisah Aarts rijdt pas sinds anderhalf jaar in de Z-klasse. ‘Ik was in het begin heel onzeker. Het gaat nu beter, al is het nog niet helemaal weg.’ Komende winter en voorjaar gaat het succesvolle duo meedoen aan internationale wedstrijden. Hoogte: 1.40 meter. ‘Ik had niet gedacht het ooit zover te schoppen’, klinkt het nog steeds een beetje verbaasd. 

Nukkige merrie 

Nog steeds volgt de Nederlands kampioen ZZ elke twee weken trainingen, bij Sietse van der Mei in Makkinga. ‘Hij helpt met kleine dingen, bijvoorbeeld het doorgalopperen in lijn. Het is altijd goed van een ander feedback te krijgen.’ Aarts hoopt internationaal (‘Hindernissen zijn moeilijker, het is echt heel anders’) langzaam te groeien. Ze krijgt nog één keer de kans om met de nukkige merrie hoog te scoren, voordat Egane de fokkerij ingaat. ‘Ik ben heel trots op mijn titel, maar ik ben vooral trots op Egane. Stom, hè? Ik heb heel veel aan haar te danken. Dit kampioenschap vergeet ik nooit meer. Zo speciaal wordt het nooit weer.’


Auteur

Harry de Ridder