Zes para’s landen veilig bij Marknesse

Marknesse - De Amerikaanse B-24H Liberator #42-51095 met de bijnaam ‘Shoo Shoo Baby’, werd op donderdag 29 juni 1944 met een 10-koppige bemanning boven haar doel, de ‘Junker 88’ vliegtuigfabrieken in Aschersleben, geraakt door afweergeschut.

Het toestel vloog op dat moment op 22.000 ft (6.7 km) hoogte. De rolroeren en alle vier motoren raakten daarbij beschadigd en ze verloor op de terugreis in zeer korte tijd zo’n 7.000 ft (~2 km) aan hoogte. Motor nr. 1 werd in de vaanstand gezet, terwijl de andere drie brandstof verloren. De ervaren piloot Chas Armour (27) en zijn evenoude copiloot Don Blodgett maakten een plan om dit te overleven.

Springen

Ten westen van Genemuiden gaf radiotelegrafist Brill een ‘radio-fix’ @ 5238 0600 en tevens uitleg wat de toestand aan boord was. Kort daarop sprongen zes mannen vanaf ~12.000 ft uit het toestel en kwamen behouden neer op de kavels Q-29 en T-2 gelegen aan de Mammouthweg 26-34, Noordoostpolder (NOP).

Beneden op de grond keken Adriaan van Pienbroek, ploegbaas op T-2, en zijn collega’s gespannen toe hoe dit schouwspel zich ontwikkelde. Instructies werden gegeven om de bemanningsleden zo snel mogelijk naar een veilig oord te brengen, voordat de Duitsers ten tonele verschenen. Dat gebeurde ook ras en Adriaan werd direct dreigend met een geweer op de borst ondervraagd. Hij hield zich van de domme zodat de tijd in het voordeel verstreek van de vliegers en hun helpers.

Helpers

Verzetsmensen werden ingelicht en ‘s avonds zaten de zes hoog en droog op verschillende adressen in Vollenhove. De lichte hoofdwond van Davis, opgelopen tijdens de flakbeschieting, werd verzorgd. Marten Kingma regelde het vervoer naar Meppel en vandaar gingen de zes via talloze adressen in Nederland richting bevrijd gebied.

NOP-helpers van het eerste uur waren: Adriaan van Pienbroek (Kapelle), Th. Schaap (St. Nicolaasga), Cornelis Egas (Holwerd), C. Luijendijk, Anne Frans Papma (Hogebeintum), Nicolaas Willem de Regt (Pierschil), H. Bredenhof en Hubrecht de Koster (Verzetsgroep/Vollenhove). Bron: Vragenlijsten A.van Pienbroek en N.W. de Regt.

De ‘aangeschoten’ Liberator met de overige vier inzittenden vloog intussen verder richting Rotterdam. De piloot probeerde hoe dan ook toch bevrijd gebied te halen. Dat lukte uiteindelijk niet, boven Zeeuws-Vlaanderen werd het te riskant. Zij sprongen alsnog. Carry Rawls (20), met een gebroken enkel, werd direct ingerekend en Jerome Brill (20) volgde weldra. Armour en Blodgett ontsnapten de dans en werden op 4 september in België bevrijd. Ze keerden op 12 september terug naar Engeland.

Op boerderij

“Shoo Shoo Baby” ging daana z’n eigen weg met fatale gevolgen voor de familie Staes - de Maeyer in Nieuw-Namen. Het vliegtuig kwam om 12.13 uur terecht op hun boerderij. Petrus Gerardus Staes (56), z’n vrouw Clementina de Maeyer (55) en dochter Maria José Staes (18) lieten hierbij het leven.

Hoe verging het de zes man die iets ten zuiden van Marknesse waren geland? John Fullerton (21) en Frank Peichoto (22) ontsnapten. Via Kelpen-Oler in Limburg arriveerden zij op 21 november in Engeland. Billy Davis (24) en Everett Allen (23) troffen het minder op de westelijke vluchtroute en werden net over de grens in Meerle (B) opgepakt. Ook William Owens (21) en Fred Erdmann (23) liepen in de val. Zij werden in Antwerpen (B) door verraad aan de Gestapo overhandigd en brachten de rest van de oorlog door in krijgsgevangenschap. Na de bevrijding, april/mei 1945, keerden allen veilig terug naar de U.S.A.

You did make my day

Woendag 27 februari 2019 sprak ik telefonisch met staartschutter Everett Sumner Allen (98) in West Brookfield, MA. Mijn eerste contact met Everett dateert al van 13 april 2009. Hij klonk nog zeer vitaal en zijn slotopmerking “You did make my day” is hetgene wat onderzoekers de drijfveer geeft om de geschiedenis accuraat te blijven beschrijven. De overige bemanningsleden en vele helpers zijn fysiek niet meer onder ons.

Aanvullingen zijn altijd welkom, details op mijn WO2 pagina’s - teunispats.nl/wo2.htm - © PATS -

Teunis Schuurman