Diamanten DOKA-man Jannes Smit

Marknesse De 82-jarige Jannes Smit uit Marknesse werd onlangs op het voorjaarsconcert van drumfanfare DOKA gehuldigd voor 70 jaar muzikant en 50 jaar lid van de vereniging.

De KNMO (landelijke muziekbond) huldigde hem met een een gouden speld met 3 zirkonia’s (imitatie diamant), die zelden uitgereikt wordt. ‘Ja dat is lang’, realiseert de muzikant zich terugkijkend op hoe het destijds allemaal begon in zijn geboorteplaats Vollenhove. Aangestoken door een vriendje die al een instrument bespeelde en met steun van vader die al bij het Vollenhoofsch Fanfare blies, begon hij in september 1948 met zijn eerste blaasoefeningen op trompet.

Dirigent Bergman

‘Ik kreeg les van dirigent Bergman uit Hasselt en ik kon al snel in het korps meespelen. Zo ging dat vroeger. Als je bij les 24 was dan kon je wel mee de straat op’, vertelt hij aan de keukentafel bij een kopje thee. ‘In wezen was het te snel’, realiseert hij zich nu. ‘Tegenwoordig moet je toch wel minimaal diploma A hebben en ik miste ook wel wat ondergrond hoor.’

Maar de basis voor een levenslange hobby was wel gelegd. Toen hij na zijn huwelijk met Jo in 1964 in Marknesse kwam wonen, waar hij werkte bij Patmar, meldde hij zich ook bij DOKA, dat staat voor Door Oefening Kan Alles. Een optie om ook bij het Vollenhoofsch te blijven was er niet. ‘Ik had geen auto en was blij dat ik niet meer met de brommer vanuit Vollenhove naar mijn werk in Marknesse hoefde. Ik wilde niet ‘s avonds nog eens met het instrument door de kou naar Vollenhove voor de muziek.’

Klaroen

Bij de drumfanfare blies hij zijn partij mee op een klaroen, een muziekinstrument zonder ventielen. ‘Een signaalinstrument’, legt Smit uit. Het instrument in Marknesse had daarmee ook een voordeel voor de muzikant die niet zo van de snelle riedeltjes was. ‘Op zo’n instrument kun je geen loopjes spelen.’ Smit werd een echte DOKA-man en ook zijn zoons René en Richard speelden later bij de vereniging.

Inmiddels speelt Smit, na een uitstapje op de bas, al weer een kwart eeuw euphonium. ‘De bas werd me te zwaar bij het marslopen, maar ook de euphonium gaat wel wegen hoor bij een optreden op straat. En dat is niet alleen omdat ik ouder ben. De jongeren hebben daar ook moeite mee.’

Bas

Smit was ook bestuurlijk actief binnen de vereniging, maar dan vooral als een stille werker op de achtergrond, waarvoor hij eerder al benoemd werd tot Lid van Verdienste. Hij maakte al vrij snel na zijn komst naar Marknesse de dip van DOKA mee. De drumfanfare was opgericht door Carolus Johannes Algera, wiens naam onlosmakelijk is verbonden aan de vereniging.

Algera was oprichter en dirigent en zette zich pro Deo in voor de vereniging, maar toen hij in Sint Jansklooster een betaalde aanstelling kreeg bij de muziekvereniging, kwamen de activiteiten in Marknesse op een lager pitje. Dat had gevolgen. Een groep enthousiastelingen, waarbij ook Algera en Smit betrokken waren, blies de vereniging echter in 1974 weer nieuw leven in.

Veiling

Een activiteit waar Smit met trots op terugkijkt is de veiling die in 1995 werd gehouden voor nieuwe uniformen. Die leverde aangevuld met fondsenwerving en een loterij 46.389 gulden op. ‘Aan de bak voor DOKA’s nieuwe pak’, declameert Smit de slogan bij een tweede kop thee. Ook de verbouwing van het repetitielokaal in de Marke heugt hem nog goed.

De muzikale optredens met militaire kapellen in Assen noemt hij een van de vele hoogtepunten van de vele uitjes die hij met DOKA maakte, zoals concoursen, optredens bij carnaval en in pretparken. Er zit nog volop muziek in DOKA, maar Smit maakt zich wel zorgen over de kleiner wordende bezetting, die rond de 20 schommelt. ‘Bij concerten hebben we hulpen nodig en dat hoor je overal hoor bij muziekverenigingen. Het is jammer, want in Marknesse zijn genoeg muzikanten maar ze spelen of ergens anders of willen niet meer bij een vereniging omdat ze geen tijd hebben.’

Door oefening kan alles

Smit blijft zolang hij kan op maandagavond naar de Marke gaan voor de wekelijkse repetitie die onder leiding staat van André Rietveld uit Zwolle. ‘Ik hoop nog heel lang mee te kunnen spelen. De ogen worden slechter en het gehoor ook, maar het is nog steeds leuk. Ik vind de muziek die we spelen ook heel leuk. Het genre van de lichte muziek ligt me ook wel, al zijn de ritmes soms wat lastig. Als er maar niet te snelle riedeltjes in staan.’ En mochten die er toch instaan, dan oefent hij thuis wat extra want bij DOKA is een ding zeker: door oefening kan alles.

Cees Walinga