Van Os: 'De zomer van 2018 was wat dat betreft een wake-up call'

Dronten / Emmeloord - De bodem heeft het zwaar te verduren. Door intensieve landbouw maar ook door klimaat- veranderingen. Hoe erg is het gesteld met de bodem? Moeten we ons zorgen maken? En kunnen we het tij nog keren? Wij stelden lector duurzaam bodembeheer Gera van Os van Aeres Hogeschool in Dronten zeven vragen.

Door Donna Oevering

Hoe ziet de bodemstructuur eruit in de Noordoostpolder en hoe in Dronten? Zijn er vergelijkingen, of juist tegenstellingen?

‘Onder onze voeten zijn er lokaal grote verschillen. Wij leven hier in Flevoland natuurlijk op de voormalige zeebodem en daar zijn afzettingen van de zee te vinden, en als die terugtrok ook rivierafzettingen. Diep in de ondergrond vind je zand, dat varieert op sommige plekken van 2 meter tot wel 12 meter. Bovenop die afzettingen is het kleiig en dat is al dan niet gemengd met zand of veen. Dat laatste duidt op tussentijdse plantengroei. De lagen klei en veen zijn niet overal gelijk. Sowieso zie je dat in de Noordoostpolder er iets lichtere klei is, dat is dus meer met zand gemengd, en in Dronten juist zwaardere klei. Zwaardere klei zoals je die in Noordoostpolder vindt, ook wel zavel genoemd, is makkelijk bewerkbaar en makkelijker te doorwortelen voor planten. Het is daarentegen kwetsbaarder voor verdichting.’

Wordt de bodem te intensief belast door landbouw?

‘De polder is natuurlijk aangelegd om een maximale landbouwopbrengst te behalen en dankzij een efficiënt teeltsysteem en grote landbouwmachines is de oogst vandaag de dag nog efficiënter en nog beter. Maar die machines wegen tussen de 40.000 en 60.000 kilo als ze vol zitten. Als je met zo’n zware machine over natte grond rijdt, druk je die grond in elkaar. Tel daarbij op dat we in de toekomst meer neerslag in minder dagen krijgen. Dat is dus echt een serieus probleem.’

Hoe kunnen boeren zo bewust mogelijk met hun landbouwgrond omgaan?

‘Dat is nog best een puzzel, want de boer zit vast in een financieel systeem en dat maakt het ingewikkeld. Daar is de minister van landbouw ook van doordrongen. Haar visie: kringlooplandbouw. Met als speerpunt dat de hele keten een stukje van het verdienmodel aanpast. Zodat de boer bijvoorbeeld met kleinere machines zijn land kan bewerken. Als we het roer niet omgooien, daalt de bodemkwaliteit nog verder en de opbrengst dus ook (blijvend).’

En dan klinkt de bodem ook nog steeds verder in. Moeten we ons zorgen maken?

‘Ook dat is lokaal heel verschillend; het hang af van de opbouw van de lagen in de grond. Maar de bodem zakt alleen maar verder, dat proces kunnen we niet stoppen. Hooguit vertragen. Het is zeker een probleem, want als we dichter op het grondwater komen wordt de bovengrond steeds natter en het laatste dat je wilt, is dat het land verzilt. Maar niet alleen neerslag is een probleem, ook de droogte. We krijgen in de toekomst namelijk steeds vaker te maken droge periodes. Hier in Flevoland overheerst de gedachte: we hebben zoet water genoeg. De zomer van 2018 was wat dat betreft een wake-up call.’

Welke rol speelt biodiversiteit?

‘Een heel belangrijke rol. Het bodemleven heeft veel functies die essentieel zijn om het klimaatbestendig te maken. De hoeveelheid soorten bacteriën en schimmels bijvoorbeeld, bepalen voor een groot deel de structuur, vruchtbaarheid en weerbaarheid van ziektes en plagen. Het bodemleven heeft juist behoefte aan veel organische stoffen en heeft niks aan kunstmest, dat veel wordt toegepast. Organische stoffen zorgen voor waterberging en voor het vochtregulerend vermogen in droge periodes. Ze houden de grond bovendien luchtig en zijn voedsel voor het bodemleven, dat op zijn beurt weer zorgt voor voedingsstoffen voor het gewas. Dan is de cirkel rond.’

Maar dat lukt dus alleen als boeren geen kunstmest meer gebruiken.

‘Het is mijn missie dat boeren weten hoe hun bodem eruitziet en welke mogelijkheden er met organische mest zijn, omdat je daar je systeem mee buffert. Ik wil ze inspireren dat het anders kan. Dat je de bodemdiversiteit ook goed kunt krijgen zonder chemische middelen. Als we als Nederland een landbouwland willen blijven, dan moeten we ons teeltsysteem aanpassen op de veranderingen die op ons afkomen. Wat dat betreft zit ik hier op een topplek, midden tussen de nieuwe generatie boeren en adviseurs.’

En de huidige generatie boeren? Wat kunnen zij doen?

‘Zij zullen als eerste meer kennis over de bodem moeten krijgen. Tot voor kort kwamen ze niet van hun trekker af, nu wel. Er zijn alleen nog geen goede scanmethodes om iets dieper in de grond te kijken, dan de bovenste centimeters. Dus het verschil tussen een verdichte en niet-verdichte kleilaag is niet zien. Maar er is niet één algemene oplossing. Omdat de bodem plaatselijk verschilt en ook per bedrijfstype, moet er op perceelniveau worden gekeken wat nodig is. Boeren willen het graag, maar zitten vaak ook gevangen tussen wet- en regelgeving. Daarom is het goed dat de hele keten hierover nadenkt en zijn maatregelen treft. Een boer kan dat simpelweg niet alleen doen.’