Uienteler Verwer kan dankzij het TT+-concept variabel spuiten op zijn land

Dronten / Kraggenburg - Uienteler Maik Verwer uit Kraggenburg heeft ‘een van de meest gevarieerde kavels van de polder’. Groentespecialist Van Iperen maakte met zijn TT+-concept op basis van een bodemkaart een digitale taakkaart. Daarmee kan hij heel gericht gewasbeschermingsmiddelen spuiten.

Door Donna Oevering

‘Normaal was ik altijd druk aan het hoofdrekenen als ik onkruid aan het spuiten was’, steekt Verwer van wal. ‘Want je wilt natuurlijk geen restvloeistof overhouden. Ik wist voorheen precies hoeveel keer ik over het land moest rijden om de tank leeg te rijden.’

Maar die werkwijze behoort tot het verleden. De uienteler werkt nu voor het derde seizoen met taakkaart bespuiting en dat bevalt goed. ‘Ik wist al wel dat ik een van de meest gevarieerde kavels van de polder heb. Hierachter heb je namelijk Oud-Kraggenburg waar vroeger een vaargeul voor boten lag. Daar ligt nu land overheen en de grond is daar heel anders. Van sloot naar sloot varieert het van heel zwaar naar heel licht en alles daar tussenin. In één rijrichting hè?’

Planten niet pesten

De vaargeul ligt schuin door zijn land en dat maakt het lastig. Ook liggen er midden op het perceel gedeeltes die lichter van grondslag zijn. ‘Als ik over de lichtere stukken land te veel gewasbeschermingsmiddel spuit, geef ik de planten eigenlijk een tik mee. Het gaat erom dat ik de plant niet pest om een zo hoog mogelijk rendement te halen.’

Met slimme systemen naar een hoger teeltrendement, daarin is Van Iperen gespecialiseerd. Door schaalvergroting en ruilverkaveling hebben agrariërs tegenwoordig veel grotere kavels te bewerken dan vroeger. Dat doen ze met grote machines en op uniforme wijze. Terwijl er onder onze voeten lokaal grote verschillen zijn.

Bodemkaarten

‘Met ons TT+concept maken wij een bodemkaart, waarmee je in één oogopslag de plekken met hoog- en laagpotentieel inzichtelijk hebt’, legt Jan Jaap Roseboom van Van Iperen uit. ‘Wij gebruiken hiervoor vrije data zoals satellietbeelden, waardoor we jaren terug kunnen kijken en ook de opdroging van de grond mee kunnen nemen.’

Dat werd ook gedaan voor teler Verwer. ‘Maiks vader had nog een kaart van de Rijksdienst en die hebben we ernaast gelegd’, legt Bauke Lettinga van Van Iperen uit. ‘De bodemkaarten die we maken leggen we altijd voor aan de teler. Herkent hij zich erin? Want die kent zijn grond ook uit eigen ervaring en dat zijn belangrijke gegevens’, zegt Roseboom.

Variabel spuiten en planten

Als de bodem eenmaal inzichtelijk is gemaakt, is het voor de agrariër duidelijk welke delen hoog- en laagpotentieel zijn. Deze kaart kan hij via een usb-stick in zijn gps op de landbouwapparatuur doen. De gegevens regelen zich dan automatisch in op bijvoorbeeld een pootmachine.

Waardoor variabel poten haalbaar wordt: nauwer planten op plekken met hoog potentie en minder op die met laag potentie. Boeren kunnen ook een monster van hun pootgoedpartij aanleveren bij Van Iperen, dat vervolgens op kiem wordt gezet. Lettinga: ‘Wij kijken hoeveel stengels er daadwerkelijk op komen, zodat gerichter de plantafstand bepaald kan worden.’

‘Met je voeten in de klei’

Nadat er is geplant, houdt het bedrijf samen met de teler de groei in de gaten ‘We gaan in het veld staan en kijken bijvoorbeeld hoeveel stengels eraan zitten. Zijn er te weinig? Dan kun je de bemesting aanpassen om hierop te anticiperen’, zegt Lettinga. Zijn collega: ‘De landbouw is dus nog steeds met je voeten in de klei staan.’

Voordat er gerooid wordt, adviseren de twee hun klanten om eerst zelf met een riek het land op te gaan. ‘Rooi even een paar plekken op met de hand. Tel de knollen en stengels, kijk naar de maat. Is je missie geslaagd? Zie zelf wat er gebeurt. Bij de grote rooimachines draait het alleen om tonnen, maar je moet je product zelf zien en controleren.’

Variabel spuiten

Verwer kan dankzij het TT+-concept variabel spuiten op zijn land. ‘Dat was in het begin wel even wennen. Juist omdat er zoveel variatie op mijn kavel is, gaat de spuit heen en weer. Als ik dan als eerste over een zwaar stuk rijdt, zie je de meter dalen. Als dit maar goed gaat, dacht ik dan. Maar dan kom je over een lichter stuk en wordt er amper gespoten.’ Lachend: ‘Mijn vader belde me in het begin nog wel eens op: ‘Er klopt helemaal niks van.’ Maar het klopt dus wel.’