Marcel Jansen; verbinder voor cultuur

Emmeloord - Marcel Jansen (49), sinds 1 april de nieuwe directeur-bestuurder van het Cultuurbedrijf Noordoostpolder, is enthousiast begonnen om te werken aan een toekomstbestendig en divers cultuurlandschap in Emmeloord en omstreken.

In de lichtwachterswoning op Schokland vertelt Jansen dat hij niet gesolliciteerd heeft, maar ‘gevraagd’ werd om naar de polder te komen. Hij volgt interim-directeur Hennie Bogaards op die in januari aantrad na het vertrek van Peter de Haan. Jansen was hiervoor werkzaam als directeur-bestuurder van de Zeister Muziekschool en de laatste jaren bij Platform C, een cultuureducatiecentrum in Amstelveen.

‘Maar als je gevraagd wordt, heb je de baan overigens nog niet meteen’, haast hij er aan toe te voegen. ‘Ik ben behoorlijk doorgezaagd in de sollicitatiegesprekken op het zoeken naar verbinding en communicatie.’ Communicatie en creativiteit vormen echter de rode draad in zijn carrière. Hij studeerde muziekwetenschap en kunstmanagement in Utrecht. Daarna werkte hij als uitgever en ontwikkelde educatieve projecten voor natuur- en erfgoedorganisaties. Zaken die samenvallen bij Cultuurbedrijf NOP waar naast het theater en de kunstenschool ook het cultureel erfgoed Schokland een belangrijke pijler is.

Klarinet

En onbekend met muziekonderwijs is hij ook allerminst. Hij speelde in zijn jeugd klarinet bij de harmonie in het Brabantse Mierlo en leerde tijdens zijn middelbare schooltijd piano spelen. Tijdens zijn studie in Utrecht nam hij zangles. ‘Ik houd heel erg van Renaissance muziek en heb jarenlang in vocale ensembles en koren gezongen’. Als er naast het werk en jonge gezin nog tijd over is, speelt hij nog wel eens piano. ‘En ik zou graag op projectbasis weer eens klassiek willen zingen.’

De Raad van Toezicht van Cultuurbedrijf Noordoostpolder lijkt in de persoon van Jansen iemand te hebben gevonden die geknipt is voor de klus. En Jansen die tot zijn benadering uit Emmeloord onbekend was met de situatie in de Noordoostpolder, is op zijn beurt enthousiast over het bedrijf.

Nieuw cultuurcentrum

'Ik heb het Cultuurbedrijf leren kennen als een bezielde en gezonde organisatie. Met goede plannen om meer en nieuwe deelnemers en bezoekers te vinden voor alle mooie activiteiten op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed. In een bijzondere omgeving waarover veel verhalen te vertellen zijn. Ik hoop met mijn ervaring en creativiteit een goede bijdrage te leveren aan de gewenste hechtere interne samenwerking van de vier onderdelen met als doel de positie en continuïteit van hét Cultuurbedrijf van de Noordoostpolder te versterken.'

Onder de directie van Jansen zouden er weleens spannende dingen kunnen gebeuren op cultureel gebied. Hij ziet namelijk toekomst voor een nieuw onderkomen voor theater, bibliotheek en kunstenschool. ‘Het theater in Emmeloord doet het goed. We hebben geen programmeringsbudget en dat betekent dat er scherp aan de wind gezeild moet worden, maar het theater kan zichzelf bedruipen. Dat komt omdat het theater in Emmeloord van de mensen is. Qua programmering wordt via de panels gekeken naar wat het publiek wil.’

Bedrijvenkring

‘Het theater is verder veel meer dan een cultuurplek. Het is een ontmoetingsplaats en daarvoor wordt het ook steeds meer gebruikt. Bedrijven gebruiken het steeds meer.’ Jansen zou graag zien dat er een bedrijvenkring rondom het theater komt. ‘Een goed theater is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. Personeel wil in een plaats wonen waar iets te doen is. Een stad kan in dat opzicht niet zonder een theater.’

Zoals de voetbalclubs een groep van sponsorbedrijven om zich heen weten, zou dat wat Jansen betreft ook met het theater moeten. ‘Het theater en goed cultuuraanbod hoort net zo goed als bereikbaarheid bij een gezond vestigingsklimaat. Ik weet dat het vinden van sponsoren voor cultuur lastig is, maar het zou wel een enorme uiting van betrokkenheid tonen.’

‘Op één plek zou iets moeten verrijzen voor cultuureducatie, amateurkunst en theater. Daar kunnen dan misschien ook nog andere partners aansluiten, zoals VVV, lokale omroep en historische vereniging.’ Jansen bouwt ook graag de huidige goede samenwerking met de bibliotheek uit. Dat het fysiek aansluit op de huidige locatie van het theater, lijkt daarbij logisch. ‘Zo’n voorziening moet in het centrum, daar waar loop is.’ Een cultuurhuis, zoals er veel zijn in het Oosten van het land, wil Jansen het niet noemen. ‘Die zijn wat kleiner. Ik denk iets groter.’

Groter moet ook uit het uitdragen van het verhaal van Schokland in een nieuw Wereld Erfgoedcentrum op Schokland. Jansen: ‘De Unesco eist beheer, behoud en bekendheid van haar werelderfgoed. Wat dat laatste betreft is er nog veel te winnen op Schokland. Mijn droom is een bezoekerscentrum waarin de bodemschatten zichtbaar worden gemaakt en waar mensen de archeologie kunnen beleven. En verder moeten de rijke verhalen van Schokland nog meer verteld worden en ook de toekomstgerichte verhalen over vernieuwing van de landbouw onder de aandacht gebracht. Samen met gemeente, Museum Schokland en de Gesteentetuin moet hier aan gewerkt worden. Een goede aanpak biedt kansen.’

Amateurkunst

Waar de amateurkunst in Nederland onder druk staat, vanwege stijgende kosten van muzieklessen, is het de ambitie van Jansen om het muziek- en kunstenonderwijs laagdrempelig te houden. ‘We zijn blij met de gemeente die er in blijft investeren, anders zou het twee keer zo duur zijn. Het blijft publieke investeringen vragen’, beseft Jansen.

Kunst, cultuur en erfgoed moet volgens Jansen iets gewoons worden. ‘Je hoort geregeld van mensen ‘dat is niks voor ons’. Ik vind het daarom ook een opdracht om het nabij te maken voor de mensen, net als sport. Het cultuurbedrijf is actief op scholen en in de dorpen en goed zichtbaar. Het is jammer dat er soms een beeld opgeplakt wordt van elitair. Ik was op de jubileumavond van Flevo Brass en dan zie je dat muziek maken voor iedereen is weggelegd. Met een expositie met werk van lokale kunstenaars in de Poldertoren willen we ook laten zien dat kunst zo dichtbij is. We willen ook hiermee het verhaal vertellen dat kunst niet elitair is.’

Cees Walinga