Een Koninklijke gast aan de Hannie Schaftweg

Emmeloord - Wat zijn toch al die witte bordjes op het veldje daar aan de Hannie Schaftweg in Emmeloord? Jos Scholtens en Ludolf Pepping trekken de laarzen aan, om vervolgens te vertellen wat hier precies gebeurt. ‘Hier ligt ons demoveld. Hier showen we de aardappelrassen uit ons portfolio’, vertellen de medewerkers van STET.

Door Alexander Drost

Eenmaal in het veldje – de laarzen blijken geen overbodige luxe - wordt duidelijk waarom die witte bordjes er staan. Op ieder bordje staat de naam van een ras. Het zijn er tientallen. ‘Hier staan alle rassen die wij als STET met licentie op de markt brengen’, vertelt Pepping.

Demovelden

Het demoveld – het ligt er fraai bij en de regen doet het veld veel goeds – is op te splitsen in twee segmenten. We kijken naar een vers- en verwerkingsrassen. Bij het versgedeelte praat je over exportrassen, die op hun beurt weer zijn in te delen in rood- en geelschillige aardappelen. Verwerkingsrassen zijn er voor frites en chips. ‘Deze demovelden hebben we door heel Nederland liggen’, vertelt Pepping. ‘Ieder demoveld hebben we staan voor klanten en telers, uit binnen- en buitenland. Het is mooi om in meerdere gebieden onze rassen te kunnen laten zien.’ Scholtens: ‘Telers vinden een demo in de regio interessant en laagdrempelig. Het is goed om te zien welke rassen het goed doen in de regio. We houden regelmatig bijeenkomsten op deze demovelden.’

En zo kan het zijn dat de heren over een paar weken een groep buitenlandse vakgenoten meeneemt naar het demoveld. ‘Wat is een ras, wat doet een ras? Dit is puur demo, geen proefveld. Dit is puur het showen’, vertelt Ludolf Pepping. ‘Waar is de interesse in? Dan vertellen we welk ras het beste pas bij een bepaald klimaat. Daar zitten verschillen in’ weet collega Scholtens. ‘Het ene ras komt beter tot z’n recht in een woestijnklimaat en andere rassen presteren weer beter in West-Europa. In de regel zijn dit de vroege rassen, goede opbrengst en goede afzetprijs op de lokale markt. Met onze kennis erbij krijgen ze een goed beeld. Er zijn landen die graag zogenoemde grofgroeiers hebben, of juist een fijnere maat willen.’

Verliefd

Zo op het eerste oog lijken alle planten op elkaar. Ze zijn momenteel ongeveer net zo groot, net zo groen. Maar bij de kenner kan het hart sneller gaan kloppen. ‘Sommige rassen vallen qua presentatie mooi op. De ene plant is mooier dan de ander’, verklaart Pepping. ‘Op de één word je iets eerder verliefd dan op een ander’, glimlacht Scholtens.  ‘Welke een topras is?’, herhaalt Pepping vervolgens de vraag. ‘Denk aan Vitalia en de Tyson. Bellini is een oudgediende die het nog steeds heel leuk doet.’ Scholtens: ‘Hele slechte rassen liggen hier uiteraard niet bij.’ Pepping: ‘Nee, die hebben wij niet!’

Hoewel er meerdere demovelden en ook proefvelden door het hele land liggen, is Emmeloord op 27 juni het middelpunt voor een landelijke STET-dag. ‘We gaan dan met telers niet alleen bij het demoveld langs, maar gaan dan ook langs een voorbehandelingsproef (behandeling met kistendraaien, Talent, Ethyleen, mechanische koeling). Dat is een proef op grote schaal. Wat is voor en specifiek ras nu de juiste behandeling? Het is zoeken naar de beste manier. De pootgoedteler moet goede opbrengsten halen. Er zijn rassen die soms net een knolletje te weinig geven. Dat kun je stimuleren door een goede voorbehandelingsmethode.’

Trends

Op de pootgoedmarkt zijn altijd trends gaande. Welke zijn dat nu? ‘Dat verschilt per segment’, vertelt Pepping. ‘Ieder nieuw ras moet beter zijn dan bestaande rassen. Ze moeten altijd iets meer hebben. Qua resistentie, opbrengst, sterkte en interne kwaliteit. Daarom zijn kweekbedrijven altijd bezig met nieuwe rassen.’  Scholtens: ‘Kijk je naar chips, dan wil je lichtgeel tot geelvlezige rassen met een uitstekende bakkwaliteit tot aan het eind van het bewaarseizoen die lang te bewaren zijn. Rassen die laag in de suikers zitten en stabiel blijven gedurende het bewaarseizoen. Dat is het streven. Zo’n ras hebben we in ons portfolio, de VR 808. Kijk je naar het fritessegment, dan zoeken wij meer naar witvlezige rassen met voldoende lengte zodat ze aan de Mc Donald’s-eisen voldoen. Het is vooral ook een kwestie van inspelen op de vraag.’

Voor de Koning

Voor STET is dit jaar een mooie eer weggelegd. Achterop het veldje ligt namelijk een ras dat speciaal voor de Koning en Koningin is geplant. ‘Wij als STET mogen wij dit jaar het eerste bakje aardappelen aan het Koningshuis overhandigen. Je hebt een primeur’, glimlacht Pepping. Dat gebeurt in de tweede week van juli. Burgemeester Harald Bouman gaat de piepers rooien. Het gaat om het ras Bonnata. Wordt dit het nieuwe Koninklijke ras? Een schaterlach. Wie weet. ‘Dit ras heeft wel een supersmaak, daar moet het Koningshuis wel enthousiast van worden. En het ras is thuis goed te verwerken als frites, ideaal voor het Koningsgezin, want dat komt vast niet altijd aan koken toe. We hebben dat eerder gedaan, met het ras Avanti. Zijn ze er zelf bij? Dat vermoeden wij van niet, dat zou wel een verrassing zijn. Het kistje komt bij de Koning op tafel, daar gaan we vanuit. Dit is eervol, een mooi stukje promotie ook.’