Geen spoedeisende eerste hulp en acute verloskunde in Lelystad

Lelystad - De spoedeisende eerste hulp (SEH) en acute verloskunde keren niet terug in Lelystad. Niet op korte termijn, maar ook niet op de langere termijn. Dat is één van de conclusies van zorgverkenner Bas Leerink, die in opdracht van minister Bruno Bruins de huidige en toekomstige zorgbehoefte in Flevoland heeft onderzocht.

Niet reëel

Leerink komt tot zijn conclusies na gesprekken die hij de afgelopen maanden met allerlei betrokkenen heeft gevoerd. Hij concludeert dat terugkeer van beide afdelingen in Lelystad niet reëel is: het is onbetaalbaar en er is geen personeel voor te krijgen.

Bovendien is er geen noodzaak. Volgens het rapport voldoen het ‘huidige zorglandschap en de wijze van zorg verlenen aan de wettelijke kaders’. ‘De ambulancezorg voldoet na de uitbreidingen van de capaciteit eind 2018 aan de prestatienorm en de capaciteit van de omliggende SEH’s lijkt voldoende om alle patiënten goed op te kunnen vangen. Tot slot ontbreken signalen vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die herstel van de situatie vóór het faillissement noodzakelijk maken,’ aldus het rapport.

Andere uitdagingen

Volgens Leerink leidt de aandacht voor (herstel van) spoedeisende eerste hulp en acute verloskunde bovendien af van andere uitdagingen waar Flevoland voor staat.

Zo moet er een doelgericht en vernieuwend zorgaanbod worden gerealiseerd voor chronisch zieken en andere patiënten die tot een kwetsbare groep behoren. Dat kan voorkomen dat die hun toevlucht moeten nemen tot het ziekenhuis of spoedeisende eerste hulp. Daarnaast moet er ondersteuning komen voor de huisartsenzorg in Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en in mindere mate Urk, omdat die kwetsbaar is. Ook zou het ziekenhuis in Lelystad een ‘bevalkamer’ moeten krijgen, voor vrouwen die niet direct in een ziekenhuis hoeven te bevallen, maar dat thuis ook niet kunnen. Tot slot zou de samenwerking tussen verloskundigen moeten worden bevorderd, zoals dat er eerder wel was in het ‘Verloskundig samenwerkingsverband’ van MC Zuiderzee. ‘Om goede geboortezorg te kunnen blijven aanbieden is nieuwe samenwerking nodig tussen de professionals in de geboortezorg: eerstelijns-verloskundigen, kraamzorg, kinderartsen en gynaecologen. Er zijn nu verloskundige samenwerkingsverbanden georganiseerd rondom de vijf omliggende ziekenhuizen, maar de verloskundigen in Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk maken hier nog niet in alle gevallen actief deel van uit. Dat moet de komende tijd verder hersteld worden, zodat gewerkt kan worden aan integrale geboortezorg voor de inwoners van Flevoland.’

Vervoer

Leerink concludeert ook dat het openbaar vervoer verbeterd dient te worden. ‘Alternatieven in de vorm van pendeldiensten of versterkte vrijwilligersorganisaties zouden de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen voor een kwetsbaar deel van de bevolking kunnen  versterken.’

Teleurstelling

De provincie en de gemeenten Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk hebben gezamenlijk gereageerd op het rapport. Zij zien er een aantal goede dingen in. Zo moet de regionale ambulancezorg worden verbeterd, om met name voor Dronten te zorgen dat de ’15 minuten-norm’ (binnen 15 minuten is er bij een spoedmelding een ambulance ter plekke) wel gehaald wordt, wat nu in 10 procent van de gevallen niet zo is. Dat betekent ook dat de spoedpoli in Lelystad en de spoedpost in Emmeloord verder versterkt moet worden.

Wat betreft het niet terugkeren van de spoedeisende eerste hulp en acute verloskunde zijn de provincie en gemeenten teleurgesteld. ‘Wat betreft de SEH zien we een landelijke ontwikkeling; steeds meer gemeenten en perifere ziekenhuizen kampen met een sluiting van de SEH.’ Verder concludeert men dat de geboortezorg en huisartsenzorg in de regio kwetsbaar blijven, temeer omdat de vraag naar geboortezorg steeds meer zal stijgen.

Praktijk

‘Inwoners van Flevoland zijn niet gebaat bij een theoretische discussie over de 45 minuten-norm (binnen 45 minuten na een spoedmelding moet een patiënt bij een spoedeisende eerste hulp zijn). In de praktijk is de reistijd voor SEH/verloskunde/klinische zorg voor veel mensen in Flevoland, met name Lelystad en Urk, veel langer geworden. Dit raakt direct de beleving en verwachting van patiënten als het gaat om bereikbaarheid van zorg, vooral in spoedsituaties,’ schrijven de provincie en de vier gemeenten.

Zorgtafel

Het rapport van Leerink bevat ook een aantal concrete aanbevelingen voor verbetering van de zorg in Flevoland, maar die zijn volgens de provincie en de gemeenten Lelystad. Dronten, Noordoostpolder en Urk te vrijblijvend. ‘Er moeten heldere afspraken worden gemaakt over prioritering en wie op welke wijze genoemde interventies gaat uitwerken.’ En daarbij horen ook afspraken over wie dat gaat betalen, want de maatregelen kosten geld.

In een regionale ‘Zorgtafel’, waar alle bij de zorg betrokken partijen zijn vertegenwoordigd, moeten de vorderingen voor de aanbevelingen voor verbetering van de zorg worden bijgehouden. Dat moet dan onder regie van het Rijk gebeuren.

Inzet voor SEH blijft

Daarnaast roept men de minister op korte termijn aandacht te hebben voor een ‘zo maximaal mogelijke voorziening voor acute zorg in Lelystad’. ‘Voor ons betekent dat een beweging naar een 24/7 toegankelijke SEH of uitgebreide spoedpoli, waar expliciet aandacht is voor de groepen chronisch zieken, ouderen en kinderen. Acute zorg zal anders georganiseerd moeten worden. Flevoland kan een pilot zijn voor het organiseren van toekomstbestendige acute zorg.’