Zeven ‘vette’ jaren op Urk

Urk ‘Ik ga de Urkers, de mensen missen’, zegt burgemeester Pieter van Maaren (55) aan de vooravond van zijn afscheid van Urk, maandagmiddag en de installatie in Zaltbommel. Hij vertrekt met een portie bestuurservaring en enkele kilootjes extra onder zijn overhemd na zeven ‘vette’ jaren op Urk.

De extra kilo’s zijn een compliment aan de fantastische bakkers, slagerijen en visspecialisten op Urk, legt Van Maaren in zijn werkkamer op het gemeentehuis uit. ‘Want het is net als met een boom; je moet wel geworteld zijn om te kunnen groeien.’ Van Maaren heeft zich thuisgevoeld op Urk wil hij maar zeggen. ‘Toen ik naar hier kwam werd me gezegd dat Urk een gesloten samenleving is en je ‘er moeilijk tussen komt’, maar waar dat vandaan komt is me een raadsel. Het tegendeel heb ik ervaren.’

Zaltbommel

Van Maaren solliciteerde naar de burgemeesterspost in Zaltbommel omdat hij uit die omgeving komt. ‘Het is niet zo dat ik het niet meer naar de zin had op Urk. Beslist niet, maar als burgemeester heb je ook een bepaalde houdbaarheid. Niet dat ik daar voor mijn gevoel overheen ging, maar ik wilde niet twintig jaar blijven. Nu kwam Zaltbommel voorbij, waar ze een zittende burgemeester zochten. Ik kom uit die contreien en dat speelt wel mee in de keuze.’

Op 19 september wordt hij daar geïnstalleerd. Tien dagen eerder is het afscheid op Urk, waar hij debuteerde als burgemeester. ‘De bestuurlijke functie was nieuw, want ook als wethouder had ik geen ervaring. Ik had nog nooit een voorstel verdedigd.’ Met een goede griffier en gemeentesecretaris als secondanten leerde hij de kneepjes van het vak.

Hij profileerde zich als een burgemeester die dicht bij de mensen staat. ‘Ik wil er zijn voor de inwoners en onder hen zijn. Het burgervaderschap past me wel. Ik had in de zorg voor mensen ook wel kunnen kiezen om dominee te worden.’ Dat burgervaderschap toonde hij bij verdriet in de gemeenschap. De twee verkeersslachtoffers vorig jaar, dodelijke ongelukken op zee, een verdrinking in 2013 en het vergaan van de kotter Z85 in 2015 brachten hem bij mensen die een groot verlies te verwerken hadden.

Gasexplosie

‘Ja dan ben je er ook, maar dat zijn moeilijke momenten; het hakt er in.’ Heel veel impact en inzet van de gemeente en handelen van de burgemeester vroeg de gasexplosie aan de Grote Fok in 2016, waarbij een heel huizenblok verloren ging. ‘Dat vraagt adequaat optreden. Het moment waarop ik hoorde dat er geen slachtoffers waren bracht ons wel in een andere uitgangspositie. Want de vrees voor doden was erg groot.’

De aanpak van Van Maaren was om te denken vanuit de slachtoffers. ‘Ik heb een team bijeengeroepen met als opdracht om vanuit de getroffenen te handelen. Waar is behoefte aan, wat moet gebeuren en met in mijn achterhoofd: ‘Stel het overkomt mij, wat wil ik dat er dan gebeurt. Als je er voor de burger bent kom je er uit.’

De nasleep van de explosie op die zonnige juni-avond duurt nog voort. Van Maaren baalt er van dat het onderzoek naar de oorzaak na drie jaar nog steeds niet is afgerond. Ik heb er diverse keren al op aangedrongen bij het Openbaar Ministerie, maar de processen van verhoren en zienswijzen maken het een lang verhaal. Het gaat er om wie verantwoordelijk is, maar waarom het zo lang moet duren is me een raadsel.’

Juridisch proces

De gemeente is namelijk ook partij in het onderzoek. ‘Uit een rapport met de oorzaak kun je lering trekken, maar het is nu vooral een juridisch proces geworden. Het gaat uiteindelijk om: wie verantwoordelijk is, moet betalen. Ik had dit dossier graag afgerond.’

Van Maaren was ook graag ietsje verder geweest met de realisatie van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland. Het goede nieuws over de verbreding van Lorentzsluizen bij Kornwerderzand in de Afsluitdijk werd overschaduwd door het slechte nieuws over de stikstofuitspraak van de Raad van State. Net als Airport Lelystad, staat de ontwikkeling van de haven daardoor nu op een laag pitje. ‘Financieel is de haven in zicht, maar nu strandt het eerst op de stikstofnorm’, klinkt het zuur.

Ziekenhuis

Onbegrijpelijk noemt Van Maaren het feit dat er geen volwaardig ziekenhuis in Lelystad meer is en komt. ‘Dat in Nederland de papieren aanrijtijd van 45 minuten voor een ambulance geaccepteerd wordt, is niet te bevatten. We zijn een rijk land en met de verwachte bevolkingsgroei op Urk en in Lelystad naar 200.000 inwoners moet er toch beslist plek zijn voor een hospitaal.’ Van Maaren kan er echt boos om worden. ‘Natuurlijk, hier zijn geen alternatieven. Hier is sprake van een doorgeslagen marktwerking, maar dat kan niet bij zo’n basisvoorziening. De brandweer en politie laten we toch ook niet door marktwerking regelen?’

Frans protectionisme

Over de toekomst van de visserijsector op Urk, die nu onder druk staat door het verbod op puls, het verlies van visgronden en de Brexit, is Van Maaren positiever. ‘Urk wordt steeds meer het centrum voor de visserij. Door concentratie is de sector springlevend en zal ze ook zeker groeien. Er zijn wel tegenslagen en die zijn ook fors en zuur. Door Frans protectionisme is een goede vismethode om zeep geholpen. Je wordt gestraft voor eigen dynamiek en creativiteit, maar waar op Urk een deur dicht gaat, gaat een raam open.’ Daarbij wijst Van Maaren op de aanwezigheid van maritiem onderwijs in het dorp.

Van Maaren is ook fervent voorstander van de aanleg van de Lelylijn. ‘Een station bij de Ketelbrug biedt kansen ook voor goederenvervoer. Lelystad is nu gewoon te ver weg.’ Hij constateert ook dat de Ketelbrug steeds meer een bottleneck wordt. ‘Het wordt steeds drukker, er moet een betere ontsluiting komen.’ Dichterbij Urk wordt gewerkt aan een betere aansluiting op de A6 met plannen voor de Domineesweg. De plannen voor een derde brug in de Urkervaart en een rondweg om Urk, die ook voordelen oplevert voor Espel en Tollebeek zijn in ontwikkeling en nodig voor een dorp dat naar de 30.000 inwoners kruipt.

Dynamische jaren

Urk bracht Van Maaren zeven dynamische jaren, zoals hij het zelf noemt. Helemaal Urker is hij echter niet geworden. De traditie van ‘de kost’ ging er bij de familie Van Maaren niet in. ‘Nee we zijn gewoon ‘s avonds warm blijven eten met ons gezin.’ De Urkers zullen het hem niet kwalijk nemen. Maandag zwaaien ze hem uit.

Cees Walinga