Resultaten tellen voor broers Ruijter

Ens - Hét hoogtepunt van het jaar voor de gebroeders Ruijter is de Twaalfdorpenloop, maar Jos en Jan doen ook graag mee aan de dorpencompetitie. Het begrip ‘recreatief hardlopen’ kennen ze niet. ‘We zijn redelijk fanatiek.’

Als je de uitslagenlijsten van de dorpencompetitie doorneemt, kom je steevast de namen van Jos (60) en Jan (64) Ruijter tegen. Jos was dit jaar bijna alle twaalf lopen van de partij. Dus was hij er zaterdag ook bij op de vijf kilometer op de Bosbaan, onderdeel van de clubkampioenschappen van AV NOP en traditioneel het slotstuk van de competitie. Dat Jan meedeed, was niet vanzelfsprekend. Hij sukkelde lang met een knieblessure. ‘Ik was half kreupel. Bezoeken aan fysiotherapeuten hielpen niets, maar ik heb wel veel gehad aan de oefeningen van Tjeerd Popkema. Sindsdien gaat het stukken beter.’

Halve familie

De broers uit Ens zijn al van jongs af aan druk met atletiek. Lang stond het hardlopen op een lager pitje, toen werk en gezin veel tijd opslokten. Dit millennium zijn Jos (van de Drietorensweg, waar hij een veeteeltbedrijf  bestiert) en Jan (woont in het dorp en werkt bij een veehouder) zomer en winter niet meer bij wedstrijden in en rond de polder weg te denken. Met de halve familie (kinderen, neven, nichten en aanverwanten) kijken ze elk jaar reikhalzend uit naar de Twaalfdorpenloop. Zomers zijn de dorpslopen een mooi verzetje en in de winter doen ze mee aan crossen.

Zoals gezegd doen Jos en Jan niet aan hardloopwedstrijden mee voor jan-met-de-korte-achternaam. Dus ook niet aan de dorpencompetitie, waarvan de Fish Potato Run misschien wel het meest tot de verbeelding spreekt. Wat de competitie leuk maakt voor jong en oud: je loopt op handicap. De tijd wordt gecorrigeerd naar leeftijd en geslacht. De zes beste resultaten tellen. Jos deed weer netjes in de subtop mee, net als voorgaande jaren. Jos: ‘We gaan tot het gaatje. Het moet wel ergens over gaan.’ Jan: ‘We willen altijd zo hoog mogelijk eindigen.’

Animo neemt af

Als het aan de gebroeders Ruijter ligt, doen ze nog jaren mee aan de polderlopen. Jos: ‘Dat lopen is een familiekwaal. Iedereen heeft er wel een tik van meegekregen.’ Het valt hen op, dat de animo voor de dorpencompetitie afneemt. Ze hebben geen idee waarom dat zo is. Hun indruk wordt door competitieleider Gerard Hesselmans bevestigd. ‘De belangstelling loopt wat terug, al ben ik tevreden over de veertig deelnemers aan de vijf kilometer. Eén loopje vinden veel mensen nog wel oké, maar een heel klassement lopen is vaak teveel gevraagd. Het moet vooral gezellig zijn. Het sociale element wordt steeds belangrijker.’

Jos en Jan Ruijter kijken reikhalzend uit naar de crossen, die in de winter op het programma staan. Vorig seizoen hebben ze meegedaan aan de Sallandse crosscompetitie. ‘Heel leuk, we deden beiden bovenin mee’, aldus Jan. Gerard Hesselmans kijkt reikhalzend uit naar een opvolger, die nog niet is gevonden. De Vollenhovenaar heeft de rol van competitieleider meer dan tien jaar vervuld. Hoofdtaak: uitslagen verzamelen. De opvolger komt in een gespreid bedje, want Hesselmans heeft een mooie spreadsheet gebouwd. ‘Bijna alles is geautomatiseerd.’ Wie pakt de handschoen op?

Harry de Ridder