Jan Dunnewind leert snel in Amerika

Bant - Wie kan zeggen dat hij in de Dominicaanse Republiek heeft gekoerst en in Central Park heeft gefietst met zijn ploeg? Dat zullen er niet veel zijn. Jan Dunnewind wel. ‘Heel gaaf om mee te maken.’

De 21-jarige wielrenner uit Bant is eind augustus weer neergestreken in de Noordoostpolder na een half jaar koersen in de Verenigde Staten. Dunnewind verdiende een contract bij de wielerploeg van Novo Nordisk. Een unieke ploeg, die bestaat uit louter diabetici. Na zijn terugkeer deed de Bantenaar mee aan kermiskoersen in België. ‘Best pittig’, zegt Dunnewind. ‘In de VS gaat het er relaxter aan toe. In België moest ik volle bak koersen, in een groot peloton. In de VS is het niveau wat minder.’

Jan Dunnewind heeft in een half jaar tijd veel geleerd, veel getraind en veel ervaring opgedaan. De jonge wielrenner heeft nu al meer kilometers in de benen dan over heel 2018. Toen hij in februari de oversteek maakte, kon hij meteen aan de bak in een meerdaagse UCI 2.2-koers (‘Laagste profniveau’) in de Dominicaanse Republiek. ‘Heel gaaf. We sliepen met de ploeg in een klein kamertje met acht stapelbedden. Een wasmachine was er niet. We moesten onze kleding in bad wassen.’

Buiten de tijd

De meeste wedstrijden reed Dunnewind in de zuidelijke staten van Amerika. Kleinere koersen, vooral omniums. Puntenkoersen, waarbij je in de ochtend een etappe van zo’n 150 kilometer rijdt, gevolgd door een tijdrit ‘s avonds. De dag erna rijd je dan nog een criterium. Ook deed Dunnewind mee aan de Joe Martin Stage Race, een UCI 2.2-koers. ‘Dat zijn wedstrijden waar de betere Amerikaanse renners winnen. Vanaf dag 1 liep het niet lekker. Ik was vermoeid, kwam de vierde en vijfde dag buiten de tijd binnen. Balen.’

Toch was het eerste seizoen van Jan Dunnewind in dienst van Novo Nordisk een succes. De leiders van het team, en Dunnewind zelf ook trouwens, zijn heel tevreden over zijn progressie. ‘Mijn trainers hadden niet verwacht dat ik zo goed in het peloton zou kunnen meekomen. Ze hadden gedacht dat ik meer moeite zou hebben met de intensiteit van de wedstrijden en de trainingen.’ Dat in de loop van het seizoen de vermoeidheid toesloeg, is normaal. 'Dat is een kwestie van hardheid en ervaring. Volgend seizoen zal het nog beter gaan.’

18.000 kilometer

Al dik 18.000 kilometer fietsen heeft Dunnewind in de benen. Elk jaar wordt hij beter, sterker. Dit jaar moest hij een mooie koers in Canada laten schieten. ‘Balen, maar het was tijd voor rust.’ Volgend seizoen krijgt Dunnewind weer een kans, want hij gaat tekenen voor een tweede seizoen. De bazen zijn onder de indruk. ‘Ze hadden een kernploeg van vier man voor de 2.2-koersen, daar ben ik aan toegevoegd’, zegt hij trots. Dunnewind traint de komende maanden hard om volgend jaar wederom zo goed mogelijk voor de dag te komen.

‘Ik heb heel veel zin om weer terug te gaan.’ Om te koersen, maar ook om weer ‘leuke uitstapjes’ te maken, zoals Dunnewind ze noemt. Ter gelegenheid van World Bicycle Day reisde hij met zijn ploeg naar de VN in New York. ‘Onze CEO vertelde daar wat en wij moesten vooral leuk doen. Daarna zijn we naar Central Park gegaan om een paar rondjes te fietsen. Stelde niks voor, maar het was wel heel gaaf.’

Harry de Ridder