Postma en Vissers naar Flevo Boys: 'Vullen elkaar goed aan'

Emmeloord - ‘Ik had er eerlijk gezegd wel een beetje rekening mee gehouden, dat ik door Flevo Boys gebeld zou worden.’ Arjen Postma doet niet aan planning, maar hij is wel heel blij met zijn nieuwe job als trainer van Flevo Boys.

De 35-jarige Fries had een paar opties om uit te kiezen, waaronder verlenging van zijn contract bij Zeerobben, maar Flevo Boys stond voor Postma op nummer één. Hij geniet van het enthousiasme, dat hem ten deel viel toen bekend werd dat hij Kevin Waalderbos zou opvolgen. ‘Ik ken veel mensen bij de club, ik denk dat het straks is alsof ik nooit ben weggeweest. Ik hoop dat het enthousiasme op het veld doorwerkt en vice versa overslaat op het publiek.’

Arjen Postma hoopt zijn steentje bij te dragen aan het doel van het bestuur om van Flevo Boys weer een stabiele hoofdklasser te maken. Net als afgelopen seizoen houden ook deze jaargang de prestaties niet over. ‘Er komt een nieuwe technische staf en in de spelersgroep zal ook het een en ander veranderen.’ Na de winterstop naar beneden moeten kijken, dat wil hij voorkomen. ‘Dat is niet lekker en moet ook niet nodig zijn.’

Bennie Vissers

Bennie Vissers gaat Postma komend seizoen assisteren. Vissers komt over van het tweede elftal, dat hij traint en coacht. De benoeming van Vissers tot assistent-trainer bij het eerste komt uit de koker van Postma. ‘Ik wilde een jongen die de club heel goed kent als assistent. Ik ken Bennie al uit de tijd dat we als 12-jarige jochies in een busje naar Heerenveen reden. Ik denk dat wij elkaar goed aanvullen. De club ziet dit als een mooie stap voor Bennie.'

Postma wil met Flevo Boys het maximale eruit halen. ‘Je moet blijven doorselecteren. Het streven is zoveel mogelijk met spelers uit de regio te werken, maar dat is natuurlijk afhankelijk van het aanbod van talent. Met elkaar op bepaalde dingen trainen, verbetering zien, eenheid uitstralen. Het is heel leuk om met een groep met verschillende persoonlijkheden bezig te zijn. Dat vind ik het mooiste dat er is. En iedereen vraagt weer om een andere benadering.’

Harry de Ridder