Joop zoekt naar ‘gestalte van God’

Emmeloord - Kunstenaar Joop Masseus (84) uit Emmeloord vraagt zich al z’n leven lang af wat de zin van het menselijk bestaan is, maar nu is er in de herfst van zijn leven een expositie van zijn werk op dit thema hij noemt het ook wel een zoektocht naar de ‘gestalte van God’.

Tijdens de kunstexpo, dit weekeinde in de Bantsiliek in Bant, krijgt Masseus een hoekje om enkele van zijn 25 werken uit deze serie te exposeren. Het is de eerste keer dat de kunstenaar en oud-modeondernemer van de partij is op de expo in Bant. In de woonkamer van galerie ‘De Witte Boerderij’ aan de Espelerweg vertelt Masseus honderduit over zijn leven. De even oude Netty, waarmee hij al 67 jaar samen is, zit aan zijn zijde.

Tot voor kort zou het logisch zijn dat Netty voor de thee en koekjes zorgt, maar anderhalf jaar geleden werd ze getroffen door een tia. ‘Het gaat naar omstandigheden wel goed met me hoor. Ik was half verlamd, maar kan nu al weer een beetje lopen. Ik moet maar optimistisch en kalm blijven’, zegt ze. Een rollator binnen handbereik zorgt voor enige mobiliteit. Tot overmaat van ramp werd ook Joop in september 2018 getroffen door een lichte beroerte. ‘Ja dat was in dezelfde week.’

Daar zaten de altijd zo bezige bijtjes ineens in de lappenmand. De twee die de laatste jaren zo aan de weg timmerden met Kunst in de Tuin bij hun woning aan de Espelerweg. Duizenden mensen kwamen rond de Pinksterdagen de kunstwerken in de tuin bewonderen. Voor de liefhebbers heeft Joop goed nieuws. De tuin gaat dit jaar rond Pinksteren en de eerste week van juni weer open voor publiek.

Mantelzorger

Het leek erop dat hij nooit meer zou kunnen schilderen. Zijn lichaam liep echter wat minder schade op dan dat van Netty. Na een intensieve revalidatie zijn ze weer samen op de boerderij en vervult Joop zo goed en zo kwaad als dat gaat de functie van mantelzorger en is er hulp van de thuiszorg. In alle drukte van het zorgen heeft hij inmiddels ook de weg naar zijn atelier weer gevonden.

‘Moet het theewater koken?’, roept hij vanuit de keuken. ‘Ja natuurlijk’, zegt Netty met een beminnende glimlach op haar gezicht. Als de drie kopjes thee op tafel staan met een plakje cake erbij, nestelt Joop zich in een sta-op-stoel. ‘Ik was erg overstuur door wat Netty is overkomen. Ik was zo bang haar kwijt te raken, maar we zijn blij dat het gaat zoals het nu gaat. Ik heb anderhalf jaar niet geschilderd, maar gelukkig kan dat nu weer. Ik heb er nu ook een thema bij; schilderen over zorg. En het inspireert me ook bij het dichten.’

Bombardement

Vragen over het waarom van het leven en de zin of onzin daarvan had Joop al vroeg, toen hij als 10-jarige het bombardement op Zwolle van dichtbij meemaakte. ‘De meester zei: ‘ga maar naar huis om te kijken of het huis er nog staat en of je vader en moeder nog leven.’ Het huis stond nog, maar er lag een steen op mijn kussen. We durfden er niet meer te slapen. We sliepen onder de grond. Het was bittere armoede. Het hout van de verloren woningen sprokkelden we voor vuur, zodat moeder kon koken. Vader was er niet, want die moest onderduiken.’

Joop groeide op in een rooms-katholiek gezin. ‘Ik was misdienaar en ontzettend vroom. Er waren dagen bij dat ik drie missen had.’ Maar de vragen bleven, want hij zag ook hoe het buurmeisje Esther waar hij heimelijk verliefd op was als kind weggevoerd werd. Pas jaren later zag hij haar terug in een boek op een foto. Ze was vermoord in Sobibor. Hij zocht de antwoorden in de kerk van Rome, maar was niet het type van de dogma’s en strakke liturgie. ‘Ik droomde van een kerk die naar de mensen toekomt.’

Goochelaar

Als getalenteerd goochelaar trad hij in zijn tienerjaren veelvuldig op, want als de wereld dan niet ideaal was, dan kon hij er wellicht eentje toveren. ‘Ik was vatbaar voor religie en zocht ook altijd naar rechtvaardigheid.’ Bij de toneelclub in Zwolle ontmoette hij zijn grote liefde Netty, die hem ook assisteerde bij zijn goochelacts, maar bovenal inspireerde bij wat hij deed als kunstenaar.

Samen verhuisden ze naar de Noordoostpolder waar hij zich zakelijk richtte op het opzetten van een modezaak. Daarnaast wijdde hij al zijn vrije tijd aan kunst en cultuur. Hij leefde het leven dubbel, sloeg zakelijk de spijker op de kop met de verkoop van spijkerbroeken en werkte in Emmeloord aan de vorming van een cultuurcentrum. Hij richtte theatergroep De Jonge Maskers op, was docent en regisseur bij toneelgezelschappen en directeur van het Streekcentrum Amateurtoneel. ‘Je had destijds alleen muziekscholen, maar ik wilde een centrum voor muziek én cultuur, zoals toneel, kleinkunst en beeldende kunsten.’ Het werd het Muzisch Centrum in Emmeloord al ging dat niet zonder slag of stoot. ‘Onze kunstvormen vond de gevestigde orde daar aanvankelijk niet thuishoren.’

Binnen de parochie in Emmeloord werkte hij samen met de onlangs overleden pastor Ketelaar en pastor Bosma aan vernieuwende liturgie. Hij stak er al zijn ziel en zaligheid in. Het waren bijvoorbeeld kerstproducties en paaswaken die gekoppeld werden aan de liturgie. Moderne uitvoeringen die ook in ’t Voorhuys uitgevoerd werden met goed licht en geluid.

Naar mensen toe

‘Ik wilde naar de mensen toe, en die kwamen er ook massaal op af, maar de Rooms Katholieke Kerk wil niet mee in de vernieuwing. Al ben ik positief over de huidige paus Franciscus, maar die kan het niet alleen.’ Joop gaat niet meer naar de kerk waar zijn kunstwerk ‘De boom die naar het licht groeit’ een blijvende herinnering is aan zijn actieve tijd in de parochie.

Zijn zoektocht naar God is er niet minder om geworden. ‘Kijk als misdienaartje dacht ik dat je God moest dienen om in de hemel te komen. Nu kijk ik om me heen en zie de schoonheid van de schepping. Vaak wordt die aangeduid met liefdevol maar hoe liefdevol is die? Het recht van de sterkste geldt, is dat liefde? De dieren vreten elkaar op, zou dat een foutje van God zijn? Bij mensen is het al net zo; ze streven naar macht, geld en aanzien.

Ik tover het leven wel mooi

Met het uitbeelden van metaforen zoekt Joop in zijn werk naar de gestalte van God. In zijn expressie ziet hij nog steeds de hand van de tovenaar die hij als kind was. ‘Ik tover het leven wel mooi.’ Gestalten van God noemt hij zijn werk ook wel. Hij mag de kerk dan vaarwel gezegd hebben, de kerk zit nog steeds in hem. ‘Ik heb altijd het gevoel dat ik met religie bezig moet zijn. Alsof het een roeping is. Het is op het prekerige af. Ik ben er daarom ook wel van overtuigd dat mijn voorvaderen Hugenoten waren. Dat prekerige is de hugenoot in me.’

Cees Walinga