‘Dat je van waarde kunt zijn, is mijn inspiratie’

Marknesse - Corrie van Vilsteren-Vermue uit Marknesse begon ruim 10 jaar geleden samen met dorpsgenoot Maria Droog Corridor Uitvaartzorg. ‘Dat je van waarde kunt zijn voor mensen in moeilijke tijden is mijn inspiratie en stimulans om het te blijven doen.’

Voordat Corrie aan haar tweede carrière begon was ze regiomanager bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land, waarbij ze onder meer verzorgingshuis Wittesteijn in Emmeloord onder haar hoede had. ‘Eens in het halfjaar organiseerden we daar afscheidsbijeenkomsten, waarbij bewoners die overleden waren in dat half jaar herdacht werden door familie, medebewoners en personeel. Dat waren waardevolle bijeenkomsten, want er overleden gemiddeld zo’n 10 personen per halfjaar. Medewerkers zijn niet altijd aanwezig en dan hoorde je wel eens dat ze ineens hun bewoner misten.’

‘Na zo’n bijeenkomst reed ik met een goed gevoel naar huis en toen begon de gedachte te leven: ‘als ik ooit niks meer te doen heb, wil ik uitvaartverzorger worden.’ Nadat ze ruim tien jaar geleden een half jaar uit het werk was, maakte ze werk van deze wens. Enthousiast vertelde ze dorpsgenoot Maria Droog over haar plannen voor het volgen van de opleiding bij Meander in Zwolle.

Samen schreven ze zich vervolgens in voor de opleiding. ‘Van ons werd verwacht dat we zelf de lesstof doornamen. Wat het sterke van de opleiding was is dat het vooral om de ervaring ging. ‘Ga het ervaren, het voelen en kijk wat bij je past’, was de opdracht.’

Respect tonen

‘Leg elkaar bijvoorbeeld maar eens in een kist. Hoe wordt er met het lichaam omgegaan. Hoe kun je respect tonen en dat rustig en voorzichtig doen zonder dat de familie zich stoort. Je moet beseffen dat in deze situaties de familie heel kritisch is. Het beste is nog niet genoeg. Integer zijn is zo belangrijk.’

‘Een andere les was ‘Ga eens in een condoleancerij staan’. Wat heeft jou goed gedaan, wat geef je mee. Je moet het ervaren en breder kijken naar wat kan. Waarom zou een uitvaart niet in een boerenschuur kunnen? Wat ik ervaar is dat uitvaarten vaak leunen op tradities in de familie, maar als je kijkt naar wat bij mensen past, kun je die doorbreken. We laten zien dat er veel mogelijkheden zijn.’

Daarbij ligt de keuze uiteraard altijd bij de familie. ‘Maar je kunt kijken naar mogelijkheden en daar tijd voor nemen. Als uitvaartverzorger moet je er voor mijn gevoel in de dagen tussen overlijden en begrafenis of crematie ook 100 procent zijn voor de familie. Je kunt geen twee uitvaarten tegelijk doen.’

Netwerk

Alleen de eerste vijf uitvaarten deden Maria en Corrie samen, maar daarna niet meer. Maria Droog is overigens vorig jaar mei gestopt als uitvaartverzorgster. ‘Ze kon de druk om het altijd beschikbaar zijn niet meer combineren met haar zorg voor kinderen en kleinkinderen. Om alleen verder te gaan zou voor mij niet verstandig zijn. Daarom hebben we met de vrouwelijke uitvaartverzorgsters Herma van Zalk uit Wezep en Katinka Kremer uit Dronten een netwerk gevormd om bij afwezigheid elkaar te vervangen.’

‘Sinds mei heb ik 12 keer een beroep moeten doen op een collega en de ervaringen zijn heel positief. Het liefst doe je natuurlijk alle uitvaarten waar je voor gevraagd wordt zelf, maar het is in dit werk ook goed om eens afstand te nemen. Bovendien heb ik kinderen in China, Colombia en Amsterdam die ik ook moet kunnen bezoeken. Als je er alleen voor staat is de druk erg groot, bovendien is het moeilijk werk. Het moet altijd perfect zijn.’

Moeilijkste uitvaart

De moeilijkste uitvaart die ze verzorgde was, de eerste na het overlijden van haar man Anton in oktober 2018. Haar man had bij zijn werk in Ghana malaria opgelopen dat zich openbaarde op een volgende reis naar Bangladesh. Hij overleed in het MCL in Leeuwarden. ‘In december had ik mijn eerste uitvaart alweer. De familie van de overledene had afgesproken mij niet met mijn verlies te confronteren. Ik dacht dat ze het niet wisten, maar na afloop werd dat wel duidelijk, toen ik vroeg: ‘Hoe gaat het nu?’ Ze reageerden met ‘en hoe gaat het nu met u’. Ik was heel dankbaar voor dat moment en dat ze me de ruimte gaven om zo te beginnen.’

Zwaar had ze het ook de eerste keer dat ze met een crematie weer in Meppel was, waar haar man ook was gecremeerd. ‘Ik dacht dat kan ik aan, maar toen ik de ovenruimte zag waar we Anton hadden gebracht, voelde ik me niet goed. Ik ben achter de familie gaan staan en heb tegen de muur gehangen. De familie voelde ook mijn verdriet. Er is intimiteit in de dagen dat je samen bent met de familie en dat crematorium moest ik weer meemaken.’

Crematorium

Anton had zich overigens ook nog ingezet voor een crematorium in Luttelgeest. De Noordoostpolder heeft geen crematorium, maar doordat Luttelgeest verdeeld was over de komst van een crematorium naar het dorp, zijn die plannen nooit doorgezet. Zo’n voorziening in de buurt zou Corrie wel belangrijk vinden, maar ze ziet het er niet van komen. ‘Er gaan ook wel geruchten dat Chez Marknesse een crematorium wordt. Dat zingt al twee jaar, maar is blijkbaar wishfull thinking. Ik denk niet dat er eentje komt in de Noordoostpolder. Er zijn landelijk eerder te veel dan te weinig crematoria. Zoiets in de buurt zou mooi zijn, omdat je dan de sfeer vasthoudt. Nu is er vaak een dienst in de polder en de crematie elders en dat verandert de sfeer.’

‘Door het overlijden van Anton kan ik me nog beter voorstellen hoe het is om afscheid te nemen. De dood grijpt aan. Ik ben altijd ontroerd bij plotselinge sterfgevallen bij jonge mensen. Dat is toch anders dan afscheid nemen van een oude moeder. Waar leven is is dood, dat is de realiteit. Ik vind ook dat ik met tranen in de ogen mag staan, maar dan wel met het besef dat ik van waarde kan zijn voor mensen. Ontroering past bij een mooi afscheid.’

Cees Walinga