‘We gaan voorlopig stug door’

Emmeloord - De Drentse Vereniging ’t Nije Landschap Emmeloord is nog een van de weinige Drentse verenigingen in Nederland die bestaat. De club met 295 leden viert zaterdag op schrikkeldag haar vijftiende verjaardag in ’t Voorhuys.

‘Puur toeval’, zegt Roelof Jan Kruit uit Bant, erelid en woordvoerder van de jubileumcommissie, over de oprichtingsdatum zestig jaar geleden. ‘Er was al een Friese en Groninger vereniging en toen vormde zich vanuit de NAK een groepje dat de Drenten samenbracht. De eerste vergadering was op 29 februari, waarbij 328 Drenten aanwezig waren.’

Van de mensen van het eerste uur zijn nog 8 lid. Kruit werd geboren in Drouwenerveen en spreekt een dialect dat het Gronings en Drents samenbrengt. In 1969 kwam hij naar Tollebeek omdat er op de boerderij van zijn ouders geen plek was voor drie zoons. ‘Ik kon de landbouw niet loslaten en dan kom je al snel in de polder terecht.’

Drents voertaal

Uiteindelijk settelde hij zich in Bant waar hij met zijn in het Drentse Gasteren geboren vrouw woont. De Drentse taal is nog steeds de voertaal in huize Kruit, al spreken ze beide een ander dialect. ‘En de kinderen spreken gewoon Nederlands’, merkt Kruit op. Hij ontpopte zich tot een prototype polderbewoner, die volop maatschappelijk actief was in de kerk, de paardensport en het dorp. Hij werkte onder meer mee aan het boerderijenboek van Bant.

Kruit was twaalf jaar bestuurlijk actief voor ’t Nije Landschap, waarvan 8 jaar als voorzitter. En als er een beroep op hem gedaan moet worden, staat hij nog steeds klaar. Hij voelt zich thuis bij de Drentse vereniging, waar hij het dialect kan spreken met anderen. Heimwee naar oostelijk Drenthe heeft niet. ‘Oh nee hoor. Ik zou niet eens meer terug willen. Je vindt niet terug wat je achtergelaten hebt. Van de 25 boeren op de streek waar wij woonden zijn er nog maar drie over en ik ken ze niet eens. Ik ben er al vijftig jaar weg! Maar om er te fietsen is wel mooi.’

Nog 8 clubs

Dat de Drenten elkaar in de polder nog steeds in verenigingsverband opzoeken is bijzonder, want de Friese en Groningerverenigingen zijn inmiddels al opgeheven. ‘Wij zijn er nog, maar we zien ook dat het aantal Drentse verenigingen daalt. Er zijn nog 8 clubs in Nederland. De oudste in Utrecht is inmiddels ook ter ziele’, vertelt voorzitter Lammie de Graaf-de Boer. De Meppeler mug, zoals de inwoners van de Drentse stad genoemd worden, kwam in 1974 met haar man naar Emmeloord.

‘Dat was wel even wennen in de Pallasstraat. We woonden ineens naast Amsterdammers en tussen Friezen en Groningers. Het was minder gemoedelijk dan in Meppel. Daar moesten we even aan wennen’, zegt ze.

Gloriedagen

Een paar jaar later sloot het jonge stel zich al aan bij ’t Nije Landschap, dat in haar gloriedagen meer dan 830 leden had. ‘In het begin waren er alleen de twee toneelavonden’, weet Lammie. De toneelclub werd in het eerste jaar van de vereniging opgericht. In 1978 kwam de club met een eigen blad ‘Oes Kraantie’ dat viermaal per jaar verscheen.

In 1980 stond de eerste Nieuwjaarsvisite op de kalender. Op deze bijeenkomst declameren de typetjes Thomasvaer en Pieternel gehuld in klederdracht op rijm het jaaroverzicht. Lammie en haar overleden man Henk, hebben deze nieuwjaarsrede diverse malen geschreven en voorgedragen. Bij deze populaire bijeenkomsten hoort ook het kniepertie, waarbij eerst een platte wafel bij de koffie komt. Deze verwijst naar alle geheimen van het afgelopen jaar die dan onthuld zijn. Na de rede wordt het rolletje geserveerd, waar alle geheimen van het nieuwe jaar zitten. Tevens wordt er getoost op het nieuwe jaar met de traditionele boerenjongens (rozijnen op brandewijn).

Kruisjassen

‘Ik weet nog dat in het begin de koffie uit ouderwetse kraantjespotten geschonken werd’, vertelt Lammie. De Drentse vereniging had van 1982 tot en met 2009 een eigen volksdansgroep en een kaartclub ‘Kruisjassen’, die het na 1982 32 jaar volhield.

Sinds 1982 staat nog steeds het neutiesschieten op tweede paasdag op het programma. ‘Dat is echt een familiedag. Jong en oud doet mee met het walnotenschieten.’ En om de niet-Drenten te laten weten dat de Drenten in de polder zijn, staan ze sinds 1988 op de kerstmarkt met een kraam, waar ze steevast knieperties bakken en de klederdracht showen.

De toneelvereniging is een stabiele factor in de vereniging. Maar omdat er minder spelers zijn, lukt het de club niet meer om twee uitvoeringen per jaar te doen. ‘Een paar jaar was er een uitwisseling met de Drentse vereniging uit Zwolle, maar die heeft nu geen eigen toneelgroep meer. Voor de uitvoering in november halen we nu steeds een andere toneelgroep of een cabaretgezelschap met het Saksisch dialect.

Jubileumdag

Op de jubileumdag zaterdag is er ’s middags een receptie met aansluitend een koffietafel voor leden en genodigden. ’s Avonds treedt onze eigen toneelgroep op en kan er na afloop gedanst worden op de muziek van Duo Please. ’s Avonds zijn ook niet leden welkom. Kaarten daarvoor zijn ’s avonds aan de zaal verkrijgbaar.

Over de toekomst maken de Drenten zich niet druk. ‘We gaan zolang als mogelijk door’, zegt Lammie. ‘Langzaam sterven we wel uit. De jeugd heeft niets met de tradities en het dialect dat wij in ere houden, maar we gaan voorlopig stug door.’

Cees Walinga