Mannus Meijer: ‘Drie maanden pijn’

Emmeloord - Er gaat veel mis in de hulpmiddelenzorg. Wie voor een rolstoel, een scootmobiel of een tillift bij de gemeente aanklopt, kan voor onaangename verrassingen komen te staan. Of als je bijvoorbeeld wordt doorverwezen naar het Hulpmiddelencentrum.

Onlangs besteedde het tv-programma Kassa (opnieuw) aandacht aan deze problematiek waarvan uitgerekend de zwaksten in onze samenleving de dupe zijn. Minister De Jonge mocht zich verweren tegen een stortvloed aan klachten, maar zijn aanpak heeft verdacht veel weg van symptoombestrijding. Als hulpbehoevende moet je maar hopen dat een en ander in jouw woonplaats wel goed geregeld is. Helaas is dat in de gemeente Noordoostpolder niet het geval. Dat het Hulpmiddelencentrum ondermaats presteert, wordt onderkend maar men zit vast aan contractuele verplichtingen. Met alle ellende van dien…

Parkinson

Mannus Meijer is inwoner van Emmeloord. In 1992 werd bij hem de ziekte van Parkinson vastgesteld en in 2009 scoliose. Dat laatste – een vergroeiing in de rug waardoor wervels scheef gaan groeien – bezorgt hem extreem veel pijn. Vanwege de medicijnen die hij gebruikt, mag hij geen zware pijnstillers hebben. Om in zijn elektrische rolstoel te kunnen zitten, heeft hij een hulpmiddel nodig: een orthese. Dus werd in maart 2019 zijn nieuwe rolstoel van een orthese voorzien. Het klinkt simpel, maar het Hulpmiddelencentrum had vijf maanden nodig voor deze klus. Gelukkig had hij toen zijn ouwe rolstoel nog, want die waren ze vergeten op te halen.

Half augustus werd de nieuwe rolstoel geleverd. Algauw kwamen er mankementen aan het licht. De bediening voor de beensteunen was zo onhandig geplaatst dat deze afbrak. De beensteunen moesten worden vastgezet met touw om ze op hun plek te houden. De snelheid van de rolstoel stond te gevoelig afgesteld, waardoor het niet verantwoord was ermee de straat op te gaan. En nog zo het een en ander. Bij contacten met het Hulpmiddelencentrum werden Mannus loze beloftes gedaan en afspraken gemaakt die niet werden nagekomen. Eind oktober was ook voor zijn zoon Wilco de maat vol en nam hij de zaak over.

Monteur

Wilco regelde dat er begin november een monteur zou komen, maar die liet zonder bericht verstek gaan. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt, de monteur kwam maar had niet het goede gereedschap bij zich. Enzovoort. Uiteindelijk kwam de rolstoel in de werkplaats van het Hulpmiddelencentrum te staan. Daarna gebeurde er niets, want er moest op onderdelen worden gewacht. Dat kan lang duren als je verzuimt die onderdelen te bestellen. Monteurs die uitleg konden verschaffen, waren er nooit en belden ook niet terug.

Ondertussen vroeg Mannus zich af of hij misschien als lastige klant te boek stond. Er mankeerde wel vaak iets aan zijn rolstoel en hij had niet het geduld om gelaten af te wachten tot die was gemaakt. Aan de andere kant, veel hulpbehoevenden gebruikten hun rolstoel vooral om naar buiten te rijden als de taxi klaar stond. Hij zat de hele dag in dat ding, dus ging er sneller wat stuk.

Drie maanden

Uiteindelijk zou het drie maanden duren voor Mannus zijn rolstoel terugzag. Ernstig zieke mensen hebben behoefte aan maatwerk en het is niet makkelijk om die te leveren. Maar men maakt zich er wel erg makkelijk vanaf door simpelweg een vervangende rolstoel aan te bieden. Zonder orthese kan Mannus daar niet goed in zitten. Het is nooit leuk om eindeloos aan het lijntje te worden gehouden, maar drie maanden wachten is voor Mannus drie maanden lang vergaan van de pijn.

Theo Gaasbeek