Proefveld biedt waardevolle informatie

Creil - Meijer Potato heeft in de Noordoostpolder twee proefvelden voor behandeling van pootgoed liggen. Aan de Westermeerweg in Creil kwamen Rutger de Boer (Meijer Potato) en Olaf van Campen (Adama) vorige week samen om één van de proefvelden te controleren

‘Het doel van de proef is om te kijken welk bewaarregime geschikt is voor een bepaald ras, of om juist aan te tonen welke bewaarmethode níét geschikt is. Uit deze proeven krijgen we erg waardevolle informatie’, vertelt De Boer. Op het veld worden bestaande rassen en ook nieuwe rassen – die nog in de pijplijn zitten en nog niet grootschalig worden geteeld – beproefd. De opzet van de proef is al jaren hetzelfde, met Melody als standaardras.

Ieder ras – de rassen moeten voor de proef elk dezelfde origine hebben - wordt op diverse manieren bewaard en gaat dus meerdere keren de grond in. Pootgoed wordt bewaard op vier manieren: mechanische koeling, kistendraaien, Talent-bewaring en bewaring met ethyleen. ‘Het levert veel informatie op over onze rassen. Later komt die informatie bij onze pootgoedtelers te liggen’, vertelt De Boer. ‘We kunnen dan per ras aangeven voor welke bewaarmethodes ze geschikt zijn, of voor welke absoluut niet. Dat is waardevolle informatie.’

Luizen

Olaf van Campen is crop manager bij Adama. ‘Samen met de aardappelhandelshuizen bezoek ik altijd hun proeven. Op die manier verzamelen we informatie. Hoe kunnen telers het beste hun pootgoed bewaren? Wij verzamelen alle gegevens en verwerken die in de Talent-app, die voor alle telers en adviseurs gratis te gebruiken is.’

De Noordoostpolder heeft momenteel veel last van luizen. Van Campen: ‘Deze luizen kunnen het aardappelvirus overbrengen, wat tot verlaging of afkeur van pootgoed kan leiden. Telers zullen zeer alert moeten zijn om op tijd de zieke planten eruit te selecteren en op de juiste momenten een luisbestrijding moeten uitvoeren.’

Geen last van droogte

De proef aan de Westermeerweg bij Creil verloopt goed, geeft De Boer aan. Gekeken wordt naar de opkomst en de snelheid daarvan. Ook wordt gekeken naar de bedekking en wordt gelet op eventuele excessen. Eind juli zit de proef erop.

De Boer: ‘Na de oogst kun je bepalen wat de opbrengst is, wat de knolaantallen zijn en wat de maatverhouding is. Opbrengst in de juiste maat, dat is voor ons veelzeggend, want dat geeft aan hoe de knolvermeerdering is. Hoe meer knollen, hoe meer opbrengst in de maat en dus een beter financieel resultaat. Ook is er profijt in een volgend jaar met de hoeveelheid uitgangsmateriaal. Dat is allemaal terug te herleiden naar de manier waarop er bewaard is.’

De laatste tijd hebben agrariërs te maken met gortdroge omstandigheden. In deze proefopzet is droogte echter geen issue, geeft Rutger de Boer aan. ‘Hier in de Noordoostpolder mag er beregend worden met bronwater. Op deze locatie is dat al een paar keer gebeurd. Van droogte heeft dit perceel geen last. Als je dit vergelijkt met andere teeltgebieden, dan staat het er hartstikke netjes voor.’

Alexander Drost