Akker van de Toekomst is volop in bloei

Ens - De Akker van de Toekomst aan de Zwijnsweg bij Ens is volop in bedrijf. Alles groeit en bloeit er momenteel. De komende maand wordt spannend voor dit ‘duurzame antwoord’ op de huidige landbouw, verzekert akkerbouwer Digni van den Dries, die nauw betrokken is bij het project.

‘We hebben net als iedereen last van de droogte en er was flink wat nachtvorst in de pootaardappelen. We zijn benieuwd hoe dat gewas zich daar doorheen slaat.’

Eigenlijk had hij graag Drip Tape in de bodem geïnstalleerd op het 2 hectare grote proefveld. ‘Daarmee kun je iedere plant heel gericht water geven’, legt Digni van den Dries uit. Maar voor die ondergrondse variant was het al te laat, toen de Akker van de Toekomst in september opende. ‘Dus nu doen we het nog op de ouderwetse manier, maar dan wel zo verantwoord mogelijk.’ En dat is best lastig in deze gortdroge omstandigheden.

Ja, ze hadden ook kunnen kiezen voor de bovengrondse variant van Drip Tape. ‘Maar die is veel minder duurzaam. Dat type driptape wordt meestal 1 seizoen gebruikt waarna het afgedankt wordt, dat past niet bij onze doelstellingen.’

Beregenen gebeurt nu dus nog op de traditionele manier op de Akker van de Toekomst. Daar kleven volgens Van den Dries wel wat nadelen aan. ‘Wij werken hier op de proefakker met strokenteelt. Dus als je gaat beregenen, dan worden al onze vijf gewassen daarin meegenomen. Terwijl misschien maar eentje het water echt nodig heeft.We hebben tot nu toe nog maar twee keer beregend. Dat valt nog mee, gezien de droogte van de afgelopen tijd. Maar het wordt wel spannend hoor, hoe het gewas zich hier doorheen slaat. Vooral de aardappelen kunnen er wel last van hebben. Daarvan zou de opbrengst zonder extra vochttoediening vast wat minder worden. Daarnaast is op droge grond de werking van bodemherbicides minimaal.’

‘Meer extremen’

Volgens Van den Dries zijn de weersomstandigheden sinds het begin van de proefakker uitzonderlijk, met eerst een natte herfst en winter en daarna dus een extreem droog voorjaar. Dat extreme weer zal in de toekomst wel vaker voorkomen, verwachten de deskundigen. Eén van de redenen dat de Stichting Future Food Production de Akker van de Toekomst op poten zette. Hoe kan de landbouw blijven bestaan in een duurzame toekomst? ‘Een paar lijnen lijken wel duidelijk: nog beter voor de grond zorgen, dan kun je ook meer vertrouwen op allerlei natuurlijke mechanismen. Als het over vochtvoorziening gaat, heb je het over verbetering van het organische stofgehalte in de bodem en over het voorkomen van bodemverdichtingen’, legt hij uit.

Het seizoen op de proefakker ging van start met het oogsten van tarwe en het zaaien van groenbemesting. ‘Daarvoor gebruikten we een mix van klaver, wikke, facelia en gele mosterd.’ Rond de jaarwisseling werd de groenbemesting versnipperd. ‘De winter was uniek nat dit keer, daardoor wilden we niet ploegen.’ Over de bodem werd er compost verspreid en de grond bewerkt voor de pootaardappelen, rode bieten, tarwe/veldbonen mengteelt, uien en haver/lupine mengteelt, die er vervolgens op werden geplant en gezaaid. Van den Dries: ‘Elke strook is 3 meter breed en daar staat één gewas op. Op elke volgende strook staat een ander gewas en na vijf gewassen komt het eerste gewas weer terug.’ Door de diversiteit worden gewassen weerbaarder en zullen er minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn.

Onbereden paadjes

Over de teeltbedden wordt niet gereden met zware machines, alleen over de paadjes die er omheen liggen. Wim Steverink Techniek uit Tollebeek ontwikkelde daarvoor een autonoom zelfrijdende, lichte werktuigdrager met dito machines.‘Planten houden namelijk niet van vastgereden grond. Op deze manier kunnen ze dieper wortelen en het meeste water en voedingsstoffen uit de bodem halen’, legt Van den Dries uit.

Op de Akker van de Toekomst willen we 90% minder gewasbestrijdingsmiddelen gebruiken, 80% minder water en meer dan 40% minder fossiele energie. Daarnaast wordt er onder meer drastisch minder kunstmest gebruikt en is de teelt residuvrij. ‘We gaan daarnaast uit van natuurinclusiviteit. Dat betekent dat we de natuurlijk processen meenemen in het teeltplan. We houden bijvoorbeeld rekening met de insecten die hier leven en de vogels, maar ook met het natuurlijke wel en wee van het gewas.’

Verbeterpunten

Ambitieuze doelstellingen, erkent Van den Dries. ‘Maar ik ben ervan overtuigd dat we ze grotendeels gaan halen.’ Er zijn natuurlijk na de eerste maanden wel wat verbeterpunten gevonden. ‘Ik heb bijvoorbeeld compost verstrooid met een niet optimaal afgestelde gps. Daardoor zijn de paadjes net iets te breed geworden. Dat gaan we volgend jaar anders doen. Ook hadden we de zaaibedbereiding voor de uien en bieten ander moeten doen.’

Timing is nog zo`n punt van belang, stelt Van den Dries: ‘Met name het op de juiste tijdstip en onder de juiste omstandigheden spuiten van middelen, beinvloedt de werking enorm.’ Er waren ook meevallers. ‘Omdat we niet konden ploegen door de natte winter, had ik veel meer onkruid en gewasresten verwacht in met name de uien. Dat viel enorm mee, dankzij de droogte. En het mooie is: de gewassen staan er redelijk goed voor.’

Debora Boomsma