‘Een verhaal in de krant is blijvend’

Emmeloord - Hij moet een paar keer op zijn kiezen bijten. Hij baalt. Al enkele maanden is er geen verhaal meer geschreven. De inkt in zijn pen droogt op, de kladblokjes zijn aan het vergelen.

De coronacrisis – uitgerekend in het jubileumjaar van deze krant - betekent voor iedereen een gekke periode en dat geldt ook voor sportverslaggever Harry de Ridder. Geen sport betekent geen sportverhalen maken. ‘Schrijven hoort bij mij, het is onderdeel van mijn leven. Prachtig mooi om te doen. Maar je leert ook relativeren, want je hebt je er ook bij neer te leggen. Aan al die sportloze weken raak je uiteindelijk ook wel gewend’, zegt hij met een knipoog. ‘Ik kan alleen niet wachten om weer aan de slag te gaan.’

Een zondagavond, halverwege juni. Grote kans dat De Ridder dan nu bij een sportevenement aanwezig was, of in zijn werkkamer zat te zweten achter zijn computer om een verhaal keurig voor de deadline af te ronden. En nu? Tja. Afwachten op betere tijden. De tijd uitzitten, aandacht voor andere zaken, wachten tot de bal weer gaat rollen. Al jarenlang schrijft de verslaggever wekelijks een aantal sportverhalen voor deze krant. Je kunt hem met gemak het sportgeweten van de Noordoostpolder noemen. Hij zag poldersporters soms uitgroeien van talentvolle kinderen tot internationale toppers, en soms vond hij sporters met nóg meer talent uiteindelijk terug in de vergetelheid.

5 kwartier

Wanneer De Ridder in 2004 verhuist naar Emmeloord, na jarenlang in Dronten te hebben gewoond, bladert hij steevast weekblad De Noordoostpolder door. De krant verschijnt dan nog twee keer per week en staat bomvol met sportverhalen. Dat triggert, en zijn journalistieke achtergrond begint naar de voorgrond te treden. Hoewel hij is afgestudeerd aan de School voor Journalistiek in Utrecht, vindt hij zijn emplooi bij de politie. Zijn schrijfwerk is daarnaast een uit de hand gelopen hobby geworden. Na een goed gesprek met Maarten Heijenk begint De Ridder met schrijven voor deze krant. Sport is zijn gebied. Ook schrijft hij jarenlang voor dagblad De Stentor.

Een makkelijke prater. Een netwerker met vele ingangen. Een aimabel persoon. Goedlachs. De Ridder is een graag geziene gast. Het type dat 5 kwartier in een uur kan lullen, maar een minstens zo goede luisteraar is. Soms volledig ingewijd, dan weer een buitenstaander die vanaf de zijlijn meekijkt. Nooit is het saai in de sportjournalistiek. In de polder zijn altijd toptalenten aanwezig. Sommigen groeien uit tot sporters op het hoogste niveau, net zo lief maakt hij verhalen over een groepje sporters dat puur voor de fun bezig is. Iedereen speelt op zijn of haar manier in de Champions League, is zijn gedachte. Geen verhaal is hem dan ook te min om te maken. Maar zelden doet hij niets met een verhaaltip. Van vrijwel ‘niets’ toch iets maken, De Ridder doet het met liefde. ‘Hoe minder er gebeurt, des te leuker is het er een verhaal van te maken’, vertelt hij.

Sport is zijn lust en zijn leven. ‘Ik ben zelf trouwens absoluut geen sporter. In het verleden heb ik wel gevoetbald en nu tennis ik één of twee keer per week met wat oude een groep vrouwen en mannen, de meesten van een zekere leeftijd. Ik ben wel echt een enorme sportliefhebber. Ik volg van veel sporten de WK’s, de Olympische Spelen. Sport is geweldig, en als je je dat kunt combineren met schrijven…’ Zijn lach verraadt veel.

Leuke verhalen

Hij schrijft niet over wereldpolitiek, en nee, het is allemaal geen zware kost. ‘Het zijn leuke verhalen over mensen die op hun manier en niveau heel erg hun best doen. Het is human interest, verhalen waarmee ik probeer mensen niet tekort te doen. Ik schrijf niet om mensen neer te sabelen of ze de maat te nemen. Ik hoef iemand ook niet groter te maken dan diegene is. Ik probeer iemand op waarde te schatten. Ik zal nooit iemand de grond in schrijven. Waarom? Wie ben ik? Ik schrijf voor een lokale krant over plaatselijke mensen, die leuke dingen doen en goed hun best doen. Dat moet je altijd voor ogen houden. Er op een normale, schappelijke en logische manier over schrijven, zonder overdreven positief te zijn, maar er zeker voor te waken om negatief te zijn.’

Een aantal verhalen of personen blijft hem altijd bij, geeft De Ridder aan. Hij hengelt het verhaal van Berend Schotanus en René Vernooij naar boven. ‘Die lopen 12 marathons om geld in te zamelen voor onderzoek naar MS. Een prachtig voorbeeld van zo’n human interestverhaal. Een verhaal dat ook beklijft is die van marathonloper Stefan Woudwijk uit Emmeloord. Hij werd Nederlands kampioen op de 100 kilometer. Ik sprak hem later voor een terugblik in de kersteditie. Een hele indrukwekkende prestatie. Hij werd toen ook terecht Sportman van het Jaar.’

Sportkoningin

Verhalen maakte hij ook regelmatig met topsporter Corinne Nugter en de carrière van turnster Céline van Gerner heeft hij op de voet gevolgd. ‘Céline heeft een indrukwekkende sportcarrière neergezet. Een rasechte Emmeloordse en bovendien een sporticoon van de polder. Ik sprak haar voor de eerste keer toen ze 9 of 10 jaar was. Ze was heel timide. Ik heb haar al die tijd gevolgd. Van dat gesprek aan de keukentafel thuis, tot aan de Olympische Spelen. Hoogtepunten, maar ook het blessureleed. Ze heeft zich in haar sport prachtig ontwikkeld en kon het altijd heel goed verwoorden. Een goede ambassadeur voor de turnsport. Ja, ze is met recht de sportkoningin van de Noordoostpolder.’

Soms geraken sporters in de vergetelheid. Soms is de ster hard rijzende en daarna plots van de radar verdwenen. Als voorbeeld haalt De Ridder skeeleraar Jeroen de Kroon aan. ‘Die sprak ik jaren geleden. Hij deed het erg goed. Op een gegeven moment raakte hij uit beeld, tot hij opeens weer opdook en helemaal terug was. Ik ging erlangs, bleek dat hij een dip had gehad. Als je zolang schrijft, is het mooi om mensen te zien ontwikkelen. Sommigen glijden af, anderen komen terug, anderen maken het.’ Saai is het nooit in sportend Noordoostpolder. De Ridder roemt de nationale meerkampen bij AVNOP, of de NK Cross – twee keer georganiseerd bij Netl. ‘Hoogtepunten’, noemt hij deze evenementen.

Toekomstige ambassadeurs

Bij terugblikken hoort ook vooruitblikken. Wie zijn bijvoorbeeld de sportambassadeurs van de toekomst? ‘Ik denk dat Tess van Bentem (voetbal) en Matheo Boxum (dammen) het ver gaan schoppen. Ze hebben echt de passie en die échte topsportmentaliteit. Ik volg Tess nu een paar jaar. Ze is onderdeel van de Nederlandse jeugdselecties. Een linkspootje, dat erg serieus bezig is met voetballen. Je weet het nooit, maar ik verwacht veel van haar. En Matheo, tja. Hij is een megatalent, dat enorm goed scoort op internationale toernooien.’

De Ridder is opgegroeid met de krant en vindt het medium - ondanks alle online media - nog altijd passend in deze tijd. ‘Een verhaal in de krant, op papier, is blijvend. Het staat ergens. Ik weet ook dat-ie bij wijze van spreken de volgende dag wordt gebruikt om vis in te verpakken, maar het blijft. Op één of andere manier beklijft het: mensen vinden het mooi, krijgen reacties als ze in de krant staan. Dat doet wat met mensen. Ze vinden het altijd leuk en de krant zorgt nog altijd voor reuring.’

Alexander Drost